Boeiend gevecht in de Ardennen

Luik-Bastenaken-Luik De finish van de klassieker was verlegd van Ans naar Luik. Een geslaagde ingreep, want er was meer strijdlust.

De Deen Jakob Fuglsang won zondag de 105de editie van de voorjaarsklassieker Luik-Bastenaken-Luik.
De Deen Jakob Fuglsang won zondag de 105de editie van de voorjaarsklassieker Luik-Bastenaken-Luik. Foto Julien Warnand/EPA

Adieu Ans, welkom Luik. Verleg de finishlijn van een buitenwijk naar de stad en voorkom dat Luik-Bastenaken-Luik een cliché van een wielerkoers wordt. Een geslaagde ingreep, omdat de barre tocht door de Ardennen aan strijdlust won. Onveranderd bleef de voorspelbaarheid van de winnaar. De Deense stoomlocomotief Jakob Fuglsang (34) stond met stip genoteerd in het rijtje kanshebbers.

Het afscheid van Ans betekende het afscheid van de Côte de Saint-Nicolas als scherprechter, waardoor de Côte de la Roche-aux-Faucons op vijftien kilometer van de finish een vroege aanval moest stimuleren.

Fuglsang vervulde die wens en gebruikte de slotklim om zich aan het pelotonnetje kanshebbers, onder wie zijn Franse kwelgeest Julian Alaphilippe, te ontworstelen en een tiental kilometers naar de nieuwe eindstreep in Luik te soleren. Een overwinning die zijn echtgenote had voorspeld, wat de Deen van Astana tot de uitspraak verleidde dat hij vanaf nu „altijd naar zijn vrouw zal luisteren”.

Lees ook: Fuglsang wint met solo Luik-Bastenaken-Luik

Overigens behoorde Fuglsang niet tot de voorstanders van de ingreep in het parkoers. Van hem had de steile aankomst in Ans gehandhaafd mogen worden. „Maar na vandaag denk ik daar genuanceerder over”, zei hij met een brede glimlach.

Mistroostig, zo werd in wielerkringen de aankomst in Ans ervaren. Mistroostig vanwege de steriele omgeving met een warenhuis, een benzinepomp en fastfoodtent nabij de finishlijn. Maar wat is mistroostig als een boulevard in het stadscentrum wordt opgetuigd met duizenden dranghekken, een hoekig blok commentaarhokken en een door reclame ontsierd metalen finishhek? En wat is mistroostig als een parkje langs die boulevard dienst doet als parkeerplaats voor een sliert zuurstokkleurige teambussen?

De charme van de Boulevard d’Avroy in Luik wordt voor één dag verhuld door commerciële decorstukken waartussen wielrenners eeuwige roem najagen. Vrijwel geen bezoeker had pal naast de finish oog voor de Heilig Sacramentskerk, een bouwkundig hoogstandje uit de zestiende eeuw, waar in de ochtenduren een vijftigtal bezoekers van de heilige mis oploste in de enorme ruimte. Voor dat devote groepje was de koers bijzaak; of helemaal geen zaak.

De opluchting van wielerminnend België over de verplaatsing zit ’m ook in het afscheid van een ‘gekochte’ aankomst. Heftige ontkenningen van betrokkenen ten spijt zou de aankomst in Ans begin jaren negentig een dealtje zijn geweest tussen de in Ans woonachtige Arsène Vanhaeren, toenmalig voorzitter van medeorganisator Pesant Club Liégeois, met zijn bevriende, ambitieuze burgemeester Michel Daerden. Zij hadden steun van de Waalse regering die de budgettaire tekorten bijpaste.

De Tourorganisatie ASO, die ook Luik-Bastenaken-Luik in zijn portfolio heeft, onderkende na 27 jaar het negatieve sentiment over de aankomst en sloot met de stad Luik een contract tot 2024 over een aankomst met meer allure. Daarmee wordt ook een sportieve behoefte gevoed, want ASO wilde af van het voorspelbare koersverloop in de zwaarste voorjaarsklassieker. Weg met de voorzichtigheid en ontbranding in de slotkilometers. Terug naar de strijd, het labeur, het levendige wielrennen.

Foto Bas Czerwinski/ANP

Een potpourri van aanvallen

Zo geschiedde. De 105de editie van Luik-Bastenaken-Luik groeide uit tot een potpourri van aanvallen, een boeiend gevecht op wielen. Geheel in de geest van Albert I, tussen 1909 en 1934 de derde koning van België, van wie om de hoek van de finishlocatie een standbeeld staat. Koning Albert I wordt in België nog steeds geëerd vanwege zijn houding in de Eerste Wereldoorlog, toen hij niet, gelijk de regering, voor ballingschap in Le Havre koos, maar tussen de soldaten aan het West-Vlaamse front verbleef. Hij ontleent er zijn koosnamen Koning Ridder en Koning Soldaat aan. Alsof zij door Albert I vanaf zijn sokkel aan de Maas geïnstrueerd waren, zo krijgszuchtig verzorgden de wielrenners hun Ardennenoffensief.

Die strijdlust hoefde niet aangewakkerd te worden bij Annemiek van Vleuten. Zij wil altijd aanvallen, zonder of met parkoerswijziging. Desondanks loofde de winnares bij de vrouwen de aanpassing, omdat zij er met de Côte de Wanne en Côte de Brume – ter vervanging van de Côte de Saint-Nicolas – twee pittige klimmen bij had gekregen. Een verzwaring van de koers in haar voordeel, redeneerde Van Vleuten.