Eigenhandig droeg hij zijn staties de kerk uit

Waar leefden kunstenaars? Op reis naar de plekken waar zij hun stempel drukten. Deze week Aad de Haas in

Wahlwiller

Foto’s Wikimedia Commons, Chris Keulen
Foto’s Wikimedia Commons, Chris Keulen

Niets in de omgeving van de bushalte Wahlwiller nodigt uit om uit te stappen. Iets verderop ligt het grote klooster van Wittem in het glooiende land, maar dit deel van de weg richting Gulpen lijkt niets te bieden. Toch is dat bedrog. Want het kleine dorpje achter deze bushalte, een paar huizen en oude boerderijen, bevat de Sint Cunibertuskerk uit de 12e eeuw. Die is bekend – en ooit berucht – tot ver buiten de dorpsgrenzen. Een welkomstbord prijst het samen met wijngaarden, een bijenhotel en eetgelegenheid aan als de lokale bezienswaardigheid. Een sober kerkje, denk je, tot je binnenkomt.

Want daar blijkt het totale kerkinterieur te zijn beschilderd met engelen, heiligen, ornamenten, alles in een prachtig kleurenschema dat zachtgroen-roze-blauw-paars uitwaaiert vanaf het schip richting koor. Het is wonderschoon. De kapiteeltjes zijn beschilderd, de ribben op het plafond, elk vlak, elk hoekje. En alles past bijeen in de intimiteit van dit Romaanse kerkje. Het Lam Gods zetelt tussen bijna droomachtige apocalyptische ruiters maar het meest opvallend zijn de kruiswegstaties in het schip. Die staties... dat werd de controverse.

Het begon in 1946. Twee jaar eerder waren de Rotterdamse schilder Aad de Haas (1920 – 1972) en zijn vrouw Nel Koekman naar Zuid-Limburg getrokken, het kapotte Rotterdam en de arbeitseinsatz ontvluchtend. Ze kwamen in Ingber te wonen, in grote armoede maar in vrijheid. Daar bracht De Haas zijn vergeestelijkte schilderstijl tot grote hoogten toen de pastoor in Wahlwiller hem opdracht gaf om het kerkje te decoreren.

Het resultaat ziet eruit alsof hij dat met ziel en zaligheid aanpakte. In 1947 voltooide hij de mystiek uitziende kruiswegstaties, normaliter 14 maar bij hem 16, inclusief Judas’ verraad en de verrijzenis – verraad en hoop moeten herkenbaar zijn geweest met de oorlog zo vers in het geheugen. Van Christus en de beulen maakte hij tere popjes, wat dusdanig afweek van de gangbare neobarokke tradities in het zuiden, dat er boze kritieken verschenen. „Ik haat al dat krantengeschrijf en al die sensatie die rondom mijn persoon is ontstaan,” aldus De Haas. „Ik schilder zoals ik schilderen moet; of men dit nu mooi of lelijk vindt, kan me geen biet schelen.”

Maar het kon hem wel schelen. De pastoor nodigde de bisschoppelijke bouwcommissie uit, het escaleerde tot in het Vaticaan. Rome veroordeelde het werk als strijdig met de waardigheid. Daarop gebood de bisschop van Roermond: de muurschilderingen mochten blijven, de staties moesten weg. Op Goede Vrijdag 1949 droeg De Haas ze tot zijn verdriet eigenhandig de kerk uit.

Hadden ze dit niet kunnen weten, vraag je je af. Want al was De Haas diepgelovig, hij was ook een rebelse en anti-autoritaire kunstenaar. In Rotterdam had hij ruim vijf maanden gevangen gezeten, vanwege een tentoonstelling met anti-Duitse prenten. Monsters met hakenkruisjes om de nek, een bierdrinkend skelet met Duitse helm – vond de bezetter niet grappig. De geestachtige zelfportretten die hij in de isoleercel tekende, passen bij de pastelkleurige fantasiewezens die zijn katholieke beeldtaal gingen bevolken, een spirituele uitvlucht naar iets hogers en mooiers dan de lelijkheid buiten. Kunstenaars als De Haas volgden geen voorgangers, ze schilderden hun persoonlijke godsbeleving. De katholieke Rotterdammer Dolf Henkes belandde bij kerkelijke opdrachten op Curaçao in dezelfde problemen. Het lyrisch godsbesef van deze naoorlogse kunstenaars, dat paste de kerken niet.

De Haas was er kapot van. Het was ook veel voor een jong leven. Eerst de nazi's, nu dit. De rehabilitatie heeft hij niet meer meegemaakt. In 1981 liet bisschop Gijsen de staties terughangen – volgens sommige progressieve Limburgers diens enige goede daad. Sindsdien is het kerkje weer compleet. Maar sta je buiten de bruingrijze kerkmuren, dan is dat alles onzichtbaar. Als een schatkist die weer dicht gaat. En laten we wel zijn, zonder dit fabuleuze interieur was dit kerkje in deze ontkerkelijkte tijden vast allang vergeten of gesloten geraakt.

St. Cunibertuskerk, Oude Baan 23, Wahlwiller. Rondleidingen op afspraak. kerk-wahlwiller.nl