Opinie

    • Maarten Schinkel

Een gezonde argwaan tegen Beijings intenties is gerechtvaardigd

Chinese uitdaging

Telecombedrijf KPN kiest vooralsnog voor het Chinese concern Huawei bij het bouwen van het nieuwe supersnelle 5G-netwerk in Nederland. Weliswaar weert KPN zijn Chinese leverancier uit de ‘kern’ van het netwerk, maar toch: zorgen om mogelijke spionage, met name van NAVO-partner de Verenigde Staten, worden terzijde geschoven. De zaak-Huawei speelt in tal van westerse landen, die er elk zelf een draai aan geven. Sommige weren Huawei volledig, andere half en weer andere zijn er nog niet uit.

Het is lang niet de enige splijtzwam. Vrijdag beloofde de Chinese president Xi Jinping ‘meer openheid’ over de Nieuwe Zijderoute. Dit enorme investeringsproject moet zorgen voor een betere infrastructuur tussen China en zijn belangrijkste markten. Maar evengoed kan het een paard van Troje blijken. Binnen de Europese Unie hebben vrijwel alle Oost-Europese landen het Chinese initiatief onderschreven. Dat geldt ook voor Griekenland en Portugal. Italië voegde zich daar deze maand bij. Verwacht mag worden dat het Verenigd Koninkrijk, op weg richting de uitgang van de EU, zich aansluit. Ook in dit land, toch een van Amerika’s nauwste bondgenoten, wordt Huawei deels betrokken in de bouw van het 5G-netwerk. Ook in Duitsland is het niet vanzelfsprekend dat het bedrijf wordt geweerd. Terwijl dit land wel de regels aanscherpt voor Chinese investeringen, beducht als het is voor het verliezen van zijn technologische voorsprong.

China is aantrekkelijk en riskant. Dat is ook te zien aan de banden tussen Nederland en China waaraan deze krant vandaag aandacht besteedt. Chinese studenten worden in Wageningen Universiteit & Research de fijne kneepjes van hoogwaardige landbouwkennis bijgebracht. Maar wat als deze kennis, eenmaal massaal toegepast, de Nederlandse landbouw straks uit de markt drukt? Aan het woord is een ondernemer die machines verkoopt in China, maar er rekening mee houdt kopieën daarvan later als concurrenten aan te treffen – misschien wel inclusief zijn eigen bedrijfsnaam.

Dat is het dilemma: is het streven naar een globale, open economie vol te houden als zich in korte tijd een enorme concurrent ontwikkelt, en ook nog één die werkt volgens een fundamenteel ander maatschappelijk model dan het onze? De omvang van de Chinese economie zal in 2022 die van de EU (inmiddels zonder het VK) overtreffen. De Verenigde Staten worden een jaar of tien later ingehaald.

China bedrijft intussen een territoriale expansiepolitiek in de Zuid-Chinese Zee en investeert fors in zijn marine, die ook rond de Europese wateren vaart. Ook dat vraagt om een antwoord. En daar wordt het moeilijk. Elk land van betekenis lijkt op dit moment geen samenhangend beleid te voeren ten aanzien van China. De verlokkingen zijn te groot, de risico’s zijn dat eveneens. En als er intern al nauwelijks een coherente strategie is, hoe kan dan internationaal overeenstemming worden bereikt? Het kan zijn dat China landen bewust uit elkaar speelt. Maar voor een groot deel hoeft het daar niet eens moeite voor te doen: zijn omvang en opkomst zijn vaak al genoeg.

Er zijn in Europa twee reflexen bij het zoeken naar een gezamenlijke China-strategie: de eerste is het streven naar een gezamenlijk Europees beleid. Maar de formulering daarvan heeft zo lang geduurd dat er al grote verdeeldheid is ontstaan. Van een gezamenlijk en coherent EU-standpunt ten aanzien van China zal steeds moeilijker sprake zijn.

Ook de andere reflex, het benadrukken van een oplossing binnen het Atlantisch bondgenootschap, staat onder druk. Het Verenigd Koninkrijk verwijdert zich van het continent. En de grootste bondgenoot, de Verenigde Staten, is bezig met een handelsoffensief tegen de EU zelf. Veel Europese leden van de NAVO maken, na jaren van onderbestedingen, weinig aanstalten om hun defensie-uitgaven structureel te verhogen. Dat zorgt weer voor, grotendeels terechte, irritatie in de VS.

Hoe Nederland zich in dit krachtenveld moet bewegen wordt volgende maand duidelijk als het kabinet zijn langverwachte, en uitgestelde, China-strategie openbaart. KPN heeft met zijn Huawei-besluit dan ook een voorbehoud ingebouwd. Verwijzen naar EU en NAVO door het kabinet is begrijpelijk: het Westen moet zich niet uiteen laten spelen. Maar de chaos is inmiddels groot genoeg om een eigen, nationale strategie noodzakelijk te maken. Er zal ongetwijfeld sprake zijn van de spreekwoordelijke uitdagingen en bedreigingen. Maar vooral een gezond wantrouwen tegen de intenties van China op de langere termijn zou zeer op zijn plaats zijn.