Opinie

    • Caroline de Gruyter

Die gehate nationale experts in Brussel

Het is weer verkiezingstijd in Europa. En als altijd komen de gekste onderwerpen voorbij. Politiek Nederland blijft in de Baudet-groef hangen, maar in Duitsland gaan kandidaten voor het Europees parlement al helemaal los met de campagne.

Een van de geliefde thema’s bij onze oosterburen is het Europese verbod op ‘Bleigiessen’. Dat is een typisch Duits gebruik met Oud en Nieuw – of dat wás het, tot 1 januari 2019. Je stak een kaars aan, deed wat lood op een lepel en hield die boven de vlam. Het gesmolten lood goot je in een bak water. Uit de gestolde vorm kon je dan afleiden wat het nieuwe jaar zou brengen. Leek de stolling op een bloem, dan lonkten er nieuwe vriendschappen. Een schaar betekende dat er belangrijke beslissingen aankwamen. Een pantoffel duidde op trouwplannen.

De Duitsers waren dol op dit ritueel. Supermarkten verkochten in december kant-en-klare setjes voor Bleigiessen, met een verklarende lijst voor de gestolde vormen. Velen werden nijdig toen dit ineens niet meer mocht. Volgens een nieuwe EU-verordening mag er in consumentenprodukten voortaan maar 0,02 procent lood zitten. De Duitse setjes bevatten een veelvoud. Dit jaar moest men het dus met bijenwas doen. Overal verschenen op 1 januari foto’s van vormeloze hompen gestolde was, die in de verste verte nergens op leken. Bild schreef: „Bedankt, beste EU, dat u ons lichtzinnige burgers weer eens voor het kwaad heeft behoed.” Mensen twitterden: „De EU verpest onze jaarwisseling.”

Wederom lijkt slechts 40 tot 50 procent van de Europese burgers van plan om eind mei te gaan stemmen. Politici wringen zich in allerlei bochten om thema’s te vinden die kiezers aanspreken. Geen wonder dat iedereen over dat Bleigiessen begint. Zo zei de liberale FDP-kandidaat Nicola Beer laatst dat Europa meer macht moet krijgen over zaken als economische groei, democratie en rechtsstaat – maar „aan een Brussel dat ons tegen Bleigiessen beschermt, hebben we niks”.

Brussel en de EU worden in zulke verhalen afgeschilderd als iets wat mijlenver van burgers afstaat. Maar in dit geval blijkt het initiatief voor die regeling helemaal niet van ongekozen Brusselse ambtenaren afkomstig, maar van nationale ambtenaren. In een van de overlegorganen voor nationale experts in Brussel, ontdekte Die Zeit laatst, kwam de Zweedse delegatie ermee. De Zweden wilden een bestaande regeling die moet voorkomen dat lood mensen ziek maakt en in de natuur terechtkomt, aanscherpen.

Gezondheid, wie kan daar nu tegen zijn. Alle delegaties stemden dus met het plan in. Oók de experts uit Duitsland.

Dit Brusselse circuit van nationale experts heet ‘Comitologie’. Iedereen háát de Comitologie. Vaak doen die experts nuttig technisch werk. Je kunt ministers niet lastigvallen met een milligrammetje lood, of documenten vol jargon en scheikundige formules. Maar vaak letten ze gewoon niet op. Ze zouden een medewerker kunnen aanstellen om het te volgen. Experts kunnen moeilijk overzien welke politieke bijeffecten hun besluiten hebben. Zie ook de fameuze kromme bananen in 1988, of het gloeilampenbesluit in 2012.

Als burgers kwaad worden over Europese muggenzifterij, schelden ze altijd op Brussel. Bij de Europese Commissie balen ze daarvan – want vaak zijn niet zij, maar de lidstaten verantwoordelijk. Europees Commissievoorzitter Juncker opperde daarom om het stemgedrag in de Comitologie openbaar te maken. Juncker wilde ook dat ministers voortaan over gevoelige issues in de Comitologie zouden beslissen. Zodat er geen onschuldige tradities meer sneuvelen, wat de Commissie dan weer op haar brood krijgt.

Driemaal raden wat er met Junckers voorstel gebeurde. De lidstaten schoten het af. Unaniem. Wat zou het prachtig zijn als we over dít soort dingen ook eens een verkiezingsdebat gingen houden.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.