Opinie

De SS’ers

‘Dit boek is geschreven uit nieuwsgierigheid”, luidt de eerste zin van De SS’ers van Armando en Hans Sleutelaar. Het boek bestaat uit acht interviews met Nederlandse oud-SS’ers, die vrijuit spreken over hun drijfveren om in dienst te treden van de vijand. Ik las in de loop der tijd veel over het Derde Rijk en zijn dienaren, maar nog nooit een boek dat een paar van die dienaren zelf zo uitgebreid aan het woord laat. Full quote en zonder commentaar stelden de makers hun boek samen uit 2.500 uitgetypte interviewpagina’s, een heidens karwei dat ons en historici in de toekomst vertelt waarom zulke mensen deden wat ze deden, en hoe ze dat achteraf verantwoordden.

Deze maand werd het boek, tweeënvijftig jaar na verschijning, inzet van een smakeloze rel. Op zondag 19 april zou tijdens een herdenking in Kamp Amersfoort een eerbetoon plaatsvinden aan Armando, die vorig jaar overleed. Onder aanvoering van de even fanatieke als slecht geïnformeerde antifascist Arthur Graaff maakte een unholy alliance van Amersfoorters, socialisten en nabestaanden van kampslachtoffers bezwaar tegen aandacht voor iemand ‘die met SS’ers heulde, die hun de ruimte gaf om onweersproken hun zeer antisemitische en racistische opvattingen breed uit te venten’.

De bewondering voor de SS zou blijken uit dit citaat uit het voorwoord: „Toen bleek dat geen ander leger uit de Tweede Wereldoorlog zoveel soldatenroem had vergaard”. In het persbericht stopt de zin daar, terwijl hij in het boek verdergaat met: „en zich zo gehaat had gemaakt als deze Waffen SS; kort na de nederlaag werden de 900.000 man door een internationaal militair tribunaal in Neurenberg medeplichtig bevonden aan een misdadige organisatie”.

Daar verandert de betekenis nogal van, van die toevoeging, maar dat kwam niet in de antifascistische kraam te pas. Je eigen morele verontwaardiging oproepen door zelf selectief te citeren; ergens in de DSM-5 moet die geestelijke kwaal beschreven staan. Ook is het nogal wiedes dat er ‘vergoelijkingen, verdraaiingen en leugens’ in het boek staan als je een aantal geharde SS-mannen aan het woord laat. Goed, domheid is nu eenmaal luidruchtig, maar de uitkomst was dat deze domheid ook nog zijn zin kreeg: het eerbetoon aan Armando werd afgeblazen.

Dat interviewers verantwoordelijk worden gehouden voor de woorden van hun respondenten, valt onder guilt by adjacency, schuld door nabijheid, een term die ik donderdag opstak uit de uitstekende column van Floor Rusman in NRC. Zij schreef over de Egyptische feministe Mona Eltahawy die een bezoek aan De Balie afzegde omdat daar twee jaar geleden een onweersproken anti-islamitisch geluid had geklonken tijdens een debat met Paul Cliteur. Het debatcentrum werd zo een besmette ruimte. Onwelgevallige ideeën als ziekteverwekkers; Eltahawy, en velen met haar, sluit zich liever op in de eigen steriele ruimte om er niet mee te worden geconfronteerd.

Toen Cliteur begin deze maand aan de Groninger universiteit zou spreken tijdens de Nacht van de Filosofie, probeerden filosofiestudenten en -docenten dat te verhinderen, en leerde ik en passant een andere term uit het handboek van de cultuuroorlog: no-platforming. Het weren van stemmen die je niet bevallen, met andere woorden. Quarantaine.

Hoe het wel moet? In 1974 vond op Yale een onderzoek plaats naar de intellectuele vrijheid aan de universiteit, zoals na te lezen in het ‘Report of the Committee on Freedom of Expression at Yale’ (zie yalecollege.yale.edu). De onderzoekers schreven: „De geschiedenis van intellectuele groei en ontdekking toont de noodzaak van onbelemmerde vrijheid aan, het recht om het ondenkbare te denken, het onbespreekbare te bespreken, het onbetwistbare te betwisten. Door de vrijheid van meningsuiting te beperken, wordt de intellectuele vrijheid tweemaal getroffen, want wie iemand het recht ontzegt impopulaire opvattingen te ventileren, ontzegt anderen ook het recht om naar die opvattingen te luisteren.”

Verder stellen de onderzoekers dat de universiteit weliswaar een kleine maatschappij op zich vormt, maar géén club of exclusieve vriendengroep is, die solidariteit, harmonie, burgerschap of wederzijds respect garandeert: „Wij waarderen de vrijheid van meningsuiting juist omdat ze een platform biedt voor het nieuwe, het provocatieve, het verontrustende en het onorthodoxe.”

Een aanstekelijke apologie van de intellectuele vrijheid, die studenten uitdaagt zich te ontwikkelen tot nieuwsgierige vrijdenkers, in plaats van preutse censoren.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.