Opinie

    • Ben Tiggelaar

Chinezen zijn écht heel anders

Ik dacht altijd dat Chinezen en Nederlanders veel met elkaar gemeen hebben. Cultuuronderzoek laat juist het tegenovergestelde zien. Hoe zit dat? Vooral binnen multinationals is The Culture Map van Erin Meyer een hit. De Amerikaanse hoogleraar aan de Franse business school INSEAD beschrijft op heldere wijze de acht belangrijkste cultuurdimensies op werkgebied en de verschillen tussen landen. In mei komt haar boek in het Nederlands uit. Wat kunnen we leren van Meyer over de verschillen tussen Nederland en China op die acht dimensies?

1. Communiceren: in een ‘lage-contextcultuur’ communiceren mensen eenvoudig en duidelijk met elkaar. Je zegt wat je bedoelt. In een ‘hoge-contextcultuur’ is de communicatie complex en gelaagd. Je moet tussen de regels door luisteren. China is typisch hoge context volgens Meyer. Nederland lage context.

2. Evalueren: in de ene cultuur geef je directe negatieve feedback. Als je iets doms doet, zegt een Hollander dat je iets doms doet. In de meeste andere culturen gaat dat juist voorzichtig, subtiel, diplomatiek: indirecte negatieve feedback. Ook Chinezen houden vooral van de indirecte benadering.

3. Overtuigen: in ‘toepassing-eerstculturen’ vertelt een manager allereerst wat er moet gebeuren. Daarna krijg je misschien nog wat toelichting. In een ‘principes-eerstcultuur’ krijg je eerst de achterliggende redenering te horen. Vervolgens wordt toegewerkt naar actiepunten. In China houden mensen van ‘toepassing eerst’. In Nederland ook.

4. Leidinggeven: in een egalitaire cultuur is de afstand tussen de baas en de medewerkers klein. In een hiërarchische cultuur is de afstand tussen de leiding en de rest juist groot. Status is dan belangrijk en organisaties hebben vaak meer lagen. In China zijn ze dol op hiërarchie. In Nederland, om het voorzichtig uit te drukken, totaal niet.

5 Beslissen: in een ‘consensuscultuur’ moet iedereen het met elkaar eens zijn voordat een knoop wordt doorgehakt. In een ‘top-downcultuur’ beslist de baas. Nederlanders zijn gek op consensus. In China is top-down de norm.

6. Vertrouwen: ‘taakgebaseerd vertrouwen’ draait om het leveren van goed werk, op tijd, volgens afspraak. ‘Relatiegebaseerd vertrouwen’ gaat om samen eten, drinken en het bouwen aan een relatie. Chinezen gaan voor relatiegebaseerd vertrouwen. Nederlanders functioneren taakgebaseerd.

7. Van mening verschillen: in de ene cultuur zijn mensen het op een confronterende manier oneens. Discussie is fijn. In andere culturen hanteren mensen een confrontatiemijdende aanpak voor meningsverschillen. Daar is harmonie belangrijker dan een open debat. Nederlanders gaan voor de confronterende aanpak. Chinezen ervaren dat juist als beledigend.

8. Plannen: in de ene cultuur hanteren mensen lineaire tijd. Ze doen het werk stap-voor-stap, volgens plan en op tijd. In andere culturen werken mensen volgens flexibele tijd. Als ze een mooie kans zien, kan het hele schema worden omgegooid. Je snel kunnen aanpassen is hier belangrijker. Nederlanders zijn lineair, Chinezen flexibel.

De culturele kloof tussen China en Nederland is volgens Erin Meyer enorm. Dat de zakelijke samenwerking toch vaak goed verloopt, is volgens een vriend met China-ervaring vooral te danken aan een negende dimensie die je niet in The Culture Map vindt. Eentje waar we niet per se trots op hoeven te zijn, maar die wel veel verschillen overbrugt: zowel Chinezen als Nederlanders zijn gewoon heel erg gek op geld verdienen.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist. Hij schrijft elke week over management en leiderschap.