Yezidi-vrouw met IS-kind mag terug naar gemeenschap

Yezidi-decreet Verkrachte Yezidi-vrouwen die kinderen van IS-strijders kregen, mogen terug naar de Yezidi-gemeenschap. In de praktijk blijft dat lastig.

Iraakse Yezidi-vrouwen gered van IS wachten op vervoer naar Sinjar.
Iraakse Yezidi-vrouwen gered van IS wachten op vervoer naar Sinjar. Foto Delil Souleiman/AFP

Yezidi-vrouwen die door IS-strijders zijn ontvoerd, mogen terugkeren naar hun gemeenschap samen met hun kinderen, ook als die kinderen het resultaat zijn van verkrachting. Dat heeft de hoge geestelijke raad van de yezidi’s beslist.

De yezidi’s, een religieuze minderheid in Irak en Syrië, waren het grootste slachtoffer van Islamitische Staat: duizenden mannen zijn vermoord, de vrouwen ontvoerd en tot slaaf gemaakt, de kinderen gehersenspoeld.

„Het decreet stelt dat alle vrouwelijke overlevenden én hun kinderen welkom zijn”, zegt Murad Ismail, directeur van yezidi-organisatie Yazda op Twitter. „Er staat niet specifiek ‘kinderen geboren uit verkrachting’ maar dit is wel degelijk de specifieke situatie die hier wordt bedoeld.”

Reeds in 2014 nam de hoge geestelijke raad van de yezidi’s de historische beslissing om de vrouwen die aan IS waren ontsnapt te beschouwen als slachtoffers. Historisch, omdat de yezidi-gemeenschap altijd erg gesloten is geweest. Trouwen buiten het geloof resulteerde onverbiddelijk in uitsluiting, en ook wie zich ooit tot een ander geloof had bekeerd, was voorgoed persona non grata. Zogeheten eermoorden waren gebruikelijk.

Toen IS in 2014 het gebied onder de voet liep waar de meeste yezidi’s wonen, werden die regels op de proef gesteld. Immers, de ontvoerde yezidi-vrouwen werden door IS gedwongen zich te bekeren. Vervolgens werden ze ‘uitgehuwelijkt’ aan de ene na de andere IS-strijder. Ze werden verkracht, sommigen raakten zwanger.

Hoewel de yezidi-gemeenschap veel lof heeft gekregen voor de manier waarop zij de ontsnapte vrouwen opnieuw heeft verwelkomd, viel één categorie buiten de boot: vrouwen die kinderen hadden van hun IS-verkrachters of die zwanger waren op het moment van hun ontsnapping. Zij zijn of niet teruggekeerd, of hebben de kinderen van hun IS-verkrachters achtergelaten in weeshuizen, in IS-gebied of in de Koerdische kampen. Sommigen hebben abortus gepleegd, anderen zelfmoord. Zo’n drieduizend yezidi’s zijn nog altijd vermist.

Precieze cijfers over het aantal vrouwen en kinderen in deze situatie bestaan niet. Volgens een recent verslag van ‘Arab Reporters for Investigative Journalism’ schatten de Iraakse autoriteiten het aantal yezidische IS-kinderen op circa tachtig.

Dat cijfer komt overeen met het aantal kinderen dat in Iraakse weeshuizen is beland na de val van het kalifaat. In vier gevallen koos de moeder ervoor bij het kind in het weeshuis te blijven, in plaats van terug te keren naar yezidi-gebied, of naar de yezidi-kampen in Irak. Een bijkomend probleem is dat de kinderen geen Iraakse identiteitspapieren kunnen krijgen zolang hun afkomst onduidelijk is.

Mirza Denayi, een yezidi-activist die meer dan duizend yezidi’s naar Duitsland heeft geholpen, ziet „veel uitdagingen”. „Dit is een heel belangrijke stap voor de slachtoffers.” Maar: „Het is niet makkelijk voor een gemeenschap die het slachtoffer is geweest van genocide om de kinderen van de daders te aanvaarden. Er zijn ook juridische problemen, en er is het probleem van de stigmatisering.”