Oud-topman OM: topfunctionarissen hebben vertrouwen beschaamd

Commissie-Fokkens De voormalige baas van het Openbaar Ministerie Herman Bolhaar maakt in een vrijdag uitgegeven verklaring excuses.

Herman Bolhaar, ex-voorzitter van het college van procureurs-generaal en huidig Nationaal Rapporteur Mensenhandel
Herman Bolhaar, ex-voorzitter van het college van procureurs-generaal en huidig Nationaal Rapporteur Mensenhandel Foto Bart Maat / ANP

De voormalige baas van het Openbaar Ministerie Herman Bolhaar voelt zich verraden door de buiten functie gestelde topfunctionarissen van het OM Marc van Nimwegen en Marianne Bloos.

In een vrijdagmiddag uitgegeven schriftelijke verklaring schrijft Bolhaar, sinds twee jaar Nationaal Rapporteur Mensenhandel, dat de op non-actief gestelde Van Nimwegen (hoofdofficier van justitie in Rotterdam) en Marianne Bloos (hoofdoficier van justitie van het functioneel parket) zijn „vertrouwen hebben beschaamd”. Uit het onderzoek dat de commissie Fokkens naar deze ‘geheime affaire’ instelde blijkt dat de twee hoofdofficieren van justitie jarenlang hun intieme relatie hebben verzwegen. Ze hadden sinds 2011 een verhouding. Van Nimwegen, voormalig procureur-generaal, benoemde Bloos zelf tot hoofdofficier van justitie in 2011. Tegenover Bolhaar zouden beiden jarenlang hebben ontkend een relatie te hebben. Pas in 2016 werd de verhouding intern bekend gemaakt door betrokkenen.

Lees alle stukken terug over de problemen binnen het Openbaar Ministerie in het dossier Vertrouwenscrisis OM

Bolhaar, die 34 jaar bij het OM werkte, constateert dat de commissie Fokkens „stevige kritiek” uit over de omgang van het OM met „de relatie tussen twee topfunctionarissen binnen het OM”. Bolhaar zegt dat de kritiek hem raakt omdat die zich richt „op kernwaarden” die hij „hoog in het vaandel heeft staan”.

„Dat is voor mij een pijnlijke constatering. Des te meer omdat ik van mening ben dat leidinggevenden in het bijzonder een actieve voorbeeldfunctie dienen te vervullen waar het aankomt op privé-ontwikkelingen die mogelijk van invloed zijn op de werksituatie.”

Overplaatsing

Bolhaar heeft op herhaalde vragen van NRC sinds 2014 steeds ontkend dat de twee topaanklagers een relatie hadden. Uit het rapport-Fokkens blijkt dat Bolhaar in maart 2014 door de top van het departement van justitie gedwongen werd om Van Nimwegen uit het college over te plaatsen naar het parket van Rotterdam. Bolhaar verklaarde destijds dat dit een „eigenstandig” besluit was van het college en moest worden beschouwd als „normaal loopbaanbeleid”. Fokkens zegt dat dit niet de waarheid is. De overplaatsing gebeurde omdat het departement „de voortdurende geruchten” over intieme relaties van Van Nimwegen zat was. Er was angst dat NRC „over de geruchten ging publiceren” en dat daardoor „de integriteit van de leiding van het OM ter discussie zou komen te staan”.

Herman Bolhaar heeft over dit overplaatsen nooit de waarheid gesproken tegenover NRC. In zijn verklaring gaat hij hier niet op in. Hij schrijft wel: „Voor zover uit het rapport van de commissie blijkt dat ik anders had moeten handelen, bied ik daarvoor mijn excuses aan. Ik wil hiervan blijven leren. Daarom is de stevige kritiek van de commissie Fokkens, hoe pijnlijk ook, welkom.”