Opinie

NRC en het Openbaar Ministerie: er was niets aan de hand, maar van alles mis

De ombudsman

Paniek in de tent. Wat doe je als een verslaggever een schandaal op het spoor komt en begint te bellen? Open kaart of kaken op elkaar? Het Openbaar Ministerie koos voor het laatste, toen NRC-verslaggever Marcel Haenen vragen begon te stellen over een relatie van procureur-generaal Marc van Nimwegen met een ondergeschikte. Niets aan de hand.

Maar een weekend later was de topman overgeplaatst.

Dat was geen „geplande actie” of „normale loopbaanontwikkeling”, staat in het rapport van een commissie die de zaak onderzocht. Het was (zoals Haenen meldde) een ingreep van bovenaf.

Het rapport van de commissie-Fokkens (te vinden op de site van het OM en een aanrader) geeft een verontrustende inkijk in een getroebleerde, wrokkige organisatie. Het rapport is voor NRC extra relevant omdat de commissie werd ingesteld na onthullingen van Haenen over de omstreden liefdesaffaire van de OM-topman en de ernstig verziekte verhoudingen binnen de organisatie.

Die berichtgeving wordt op alle hoofdpunten bevestigd. Er was een „affectieve relatie” tussen Van Nimwegen (aangeduid als Betrokkene 1) en een ondergeschikte (Betrokkene 2) die tegen de regels in niet werd gemeld en de werkverhoudingen onder druk zette. Ook de details die NRC meldde, klopten: de gezamenlijke dienstreis naar Thailand, het morsige ruilen van hotelkamers. Interne onrust en de vragen van Haenen leidden in 2014 tot bemoeienis van het ministerie van Veiligheid en Justitie en overplaatsing.

Ook blijkt het bedrijf van de zwager van de topman te zijn bevoordeeld bij een ICT-opdracht, zoals NRC meldde. Slechts op één punt weerspreekt de commissie de geruchten: ze vond „geen aanwijzingen” dat ook een eerdere intieme relatie van Betrokkene 1 oneigenlijk voordeel had gehad van haar relatie met hem.

Uit dit lezenswaardige maar ook pijnlijke rapport zijn enkele conclusies te trekken over de rol van de journalistiek. Allereerst: dat berichtgeving klopt, mag je toch verwachten, kun je cynisch zeggen. Maar dit was delicaat onderzoekswerk, tegels lichten, en dan is het goed dat de feiten ook formeel worden bevestigd. Al is het maar tegenover de verdenking dat media standaard overdrijven, framen, filteren, bubbelen of manipuleren, met het oog op klikcijfers of een eigen agenda.

Dit was ook geen ‘schandaaljournalistiek’, al waren de details niet zonder gêne te lezen. Haenen bereikten al in 2014 klachten over relaties en een angstcultuur binnen de organisatie, maar publiceerde niet. Het OM hield stug vol dat er niets aan de hand was. Pas vorig jaar brak de dijk.

Dat is van publiek belang. Het functioneren van het Openbaar Ministerie onderzoeken, zoals Folkert Jensma doet in zijn wekelijkse column en Haenen als verslaggever, is een taak van de journalistiek, indachtig het adagium quis custodiet ipsos custodes (wie bewaakt de bewakers?). Het beeld wordt er helaas niet beter op.

Twee: dat bewaken van de bewakers blijkt invloed te hebben op het bewakersgedrag. Bij het overplaatsen van Van Nimwegen gaven druk van het departement en angst voor publiciteit de doorslag. De commissie: „Een rol daarbij speelde de belangstelling van de NRC voor de verhalen over een relatie tussen Betrokkenen en de vrees dat NRC daarover zou gaan publiceren, waardoor de minister en het College in de problemen zouden kunnen komen.”

Ingrijpen gebeurde dus pas door de blik van buiten.

Drie: ook deze organisatie, die volgens de commissie als taak heeft ,,om anderen ‘de maat te nemen’’’, deinsde niet terug voor leugens toen haar zelf de maat werd genomen. Het rapport beschrijft hoe vragen over de reden voor de overplaatsing van de topman leidden tot stugge ontkenningen, tegen beter weten in.

Onbedoeld geestig daarbij is het spektakel van botsende geheugens. Betrokkene 1 (de topman) vertelt dat het hoofd voorlichting hem in 2014, na vragen van Haenen, aanraadde: „Er zit maar één ding op en dat is glashard ontkennen.” Het hoofd voorlichting zelf herinnert zich iets heel anders. Volgens hem adviseerde hij Van Nimwegen: „Er is maar één ding dat je kunt doen en dat is de waarheid vertellen.”

Hier zit enig licht tussen.

De commissie noemt de lezing van Betrokkene 1 en 2, dat het ging om een overplaatsing van de eerste op eigen verzoek, uiteindelijk „niet aannemelijk”.

Vier: het verlenen van wederhoor is in zo’n gevoelig onderzoek verplicht, maar niet altijd even makkelijk. De commissie spreekt van een „moeizame relatie” met Betrokkene 1, die zich met hand en tand tegen de beschuldigingen verzette en de commissie incompetent vond. (Hij heeft over het rapport een klacht ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens als een ontoelaatbare inbreuk op zijn privacy.) Het liep zo uit de hand dat de commissie hem en Betrokkene 2 inzage in verklaringen van anderen niet langer toestond.

En de krant? Tijdens Haenens berichtgeving kreeg ik begin dit jaar één klacht van Betrokkene 1 en die ging over het uitblijven van wederhoor bij een artikel van Haenen waarin een anonieme collega zich laatdunkend over hem uitlaat (een „zielige patiënt”). Dat diskwalificerende citaat vond ik inderdaad ver gaan, en ook niet eens nodig voor het stuk.

De journalistieke kern van de zaak is dat Haenen herhaaldelijk is blijven proberen in gesprek te komen met de topman, maar tevergeefs. In januari dit jaar stuurde Van Nimwegen, tot ergernis van de commissie, een uitgebreid bezwaarschrift naar de Volkskrant. Haenens verzoek om dit stuk te mogen ontvangen werd door zijn raadsman in een appje geweigerd (,,Nee sorry Marcel”). Dan houdt het op.

Tot er een commissie langszij komt.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.