‘Nederlanders zijn heerlijk afstandelijk’

De Toerist Steeds meer buitenlandse toeristen bezoeken Nederland, in 2018 ruim 19 miljoen. Wie zijn het?

André en Aline Silva uit Brazilië.
André en Aline Silva uit Brazilië. Danielle Pinedo

Ze zijn een mooi stel, André en Aline Silva – beiden 34 – uit de omgeving van het Braziliaanse Rio. Hij is gezagvoerder bij vliegtuigmaatschappij Azul, zij medewerker bij een Frans bedrijf voor luchtvaarttechnologie. Ze zijn gisteren in Amsterdam aangekomen en vliegen later vandaag door naar Bangkok.

Door zijn werk is hij soms lange tijd van huis, maar hij heeft ook dertig vakantiedagen per jaar. In die periodes nemen Aline en André het er van. Ze hebben dit keer vijf Europese landen bezocht. Nederland bezoeken ze voor de tweede keer.

Hij: „Weet je wat ik zo leuk vind aan Nederland? De mensen zijn afstandelijk, op het koude af. Heel anders dan in Brazilië.”

Zij: „Brazilianen praten veel en luid. Tijdens het feesten – en dat doen ze bij ons graag – vallen onbekenden elkaar zomaar in de armen.”

Hij: „Dat zul je hier niet snel zien en dat vind ik mooi. Het is authentieker, want, eh…”

Zij: „..want je kunt mensen wel in de armen vallen, maar wat zegt dat als je nooit naar elkaars gezondheid, financiën en levensgeluk informeert?”

Hij: „Brazilianen zijn nogal egoïstisch. Denk je dat ze rechts van de roltrap gaan staan om anderen te laten passeren? No way.”

Zij: „Het is ikke, ikke, ikke.”

Hij: „In Brazilië wordt vuil vaak op straat gedumpt. Wat kan het schelen? Het milieu is mensen een rotzorg. Als ik het maar goed heb, is de teneur. Bij jullie zijn de straten schoon en verzorgd. Nederlanders lijken zich echt zorgen om het klimaat te maken. En ik kan mij niet voorstellen dat jullie veel last van corruptie hebben. Dat past niet bij zo’n sociale samenleving.”

Zij: „Ik kan niets negatiefs over Nederland bedenken, jij, André?”

Hij: „Het is nogal koud.”

Zij: „Ja, dat wel. Maar dat komt doordat het bij ons snikheet is.”

Hij: „Wat ga jij missen?”

Zij: „De pubs, restaurants, levensstijl.”

Hij: „Alles eigenlijk.”