Meer geld alleen helpt de jeugdzorg niet vooruit

Hervormingen Jeugdzorg Het budget van gemeenten voor jeugdzorg is te krap. Maar meer geld alleen is niet genoeg, vindt de sector. Waar moet het geld heen?

Foto Ans Brys

De tekorten in de jeugdzorg zijn structureel, zo bleek woensdag uit een reeks rapporten die minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) naar de Tweede Kamer stuurde. Driekwart van de Nederlandse gemeenten is veel meer geld kwijt aan jeugdzorg dan begroot, en een op de vijf gemeenten kampt zelfs met een tekort van meer dan 40 procent, zo blijkt uit de onderzoeken.

Lees ook: Tekorten jeugdzorg: het nieuwe normaal

De belangrijkste reden: meer kinderen krijgen zorg en die zorg is duurder geworden. Sinds jeugdzorg in 2015 onder de verantwoordelijkheid kwam van gemeenten, steeg het aantal jongeren dat zorg kreeg met 12 procent tot ruim 400.000 in 2017.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wil daarom dat in de Voorjaarsnota, waarin het kabinet besluit over bijstellingen van de begrotingen, extra geld wordt vrijmaakt.

„We zien dat door deze overbesteding op de jeugdzorg andere essentiële investeringen in de knel komen en lasten voor de inwoners ongewild stijgen”, zei voorzitter Jan van Zanen woensdag in een reactie. Minister De Jonge heeft gezegd te zullen kijken welke financiële maatregelen er nodig zijn. De vakbonden vinden dat het kabinet structureel 750 miljoen euro voor jeugdzorg moet uittrekken.

Dalende omzet

Naast extra geld is er ook behoefte aan meer inzicht in de kostenstijgingen. „De meeste van onze leden hebben hun omzet de afgelopen jaren zien dalen, soms zelfs fors, en toch zijn de kosten voor gemeenten gestegen”, aldus voorzitter Hans Spigt van Jeugdzorg Nederland, dat aanbieders van jeugdzorg vertegenwoordigt. „Waar ging dat geld dan heen? En was dat echt nodig en wenselijk?”

Ook volgens het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) is goede jeugdhulp méér dan een kwestie van geld. „Meer geld is prima en wat ons betreft ook nodig, maar niet zonder een duidelijk stappenplan dat toont tot welke veranderingen dat moet leiden”, aldus Tom van Yperen van het NJi. De transformatie van de jeugdzorg is volgens hem een vraagstuk dat gemeenten „onmogelijk” alleen kunnen oplossen. „Het vraagt om inzet van alle partijen die een rol spelen in het leven van kinderen, bijvoorbeeld opvoeders en scholen.”

Gemeenten willen investeren in het opsporen en voorkomen van problemen, maar door de tekorten dreigen veelbelovende initiatieven nu te sneuvelen, zo constateert het NJi. „Wij zagen bijvoorbeeld experimenten waarbij leerkrachten in het onderwijs ondersteund werden door hulpverleners uit de jeugdhulp. Zij gaven tips over de omgang met bepaalde kinderen.” De eerste resultaten leken gunstig, zegt Van Yperen. De leerkrachten leerden de kinderen beter begrijpen en er werd minder snel doorverwezen naar jeugdzorg en het speciaal onderwijs. Maar de gemeente kon de proef niet verder financieren.

Volgens het CBS ontvangt jaarlijks een op de tien kinderen jeugdhulp: de vraag is of iedere jongere die zorg ook echt nodig heeft. Van Yperen: „Denk aan jongeren vanaf 12 jaar die de neiging hebben het verkeerde pad op te gaan. Zijn zij gebaat bij een hulpverlener? Dat is niet altijd nodig. Uit eerdere experimenten is gebleken dat een maatje, een goed opgeleide vrijwilliger, uitkomst kan bieden.”