Knap sportief succes van Basaksehir of politiek vals spel?

Turks voetbal Het door president Erdogan gesteunde Basaksehir is in korte tijd uitgegroeid tot een serieuze rivaal van de vier grote Turkse clubs: Fenerbahce, Besiktas, Galatasaray en Trabzonspor. Hoe kan dat?

President Erdogan (links) in 2014, tijdens de openingswedstrijd in het stadion van Basaksehir. Hij scoorde een hattrick.
President Erdogan (links) in 2014, tijdens de openingswedstrijd in het stadion van Basaksehir. Hij scoorde een hattrick. Foto Getty Images

Het is een hele opgave om van het centrum van Istanbul naar het stadion van Basaksehir te komen. Eerst neem je de metro tot het einde van de lijn. Dan maak je twee keer een overstap. Het laatste stuk gaat per bus.

De voetbalclub is gevestigd in Basaksehir, een wijk met ruim 300.000 inwoners, gebouwd op de heuvels rond het oude vliegveld. De wijk wordt gedomineerd door brede boulevards, moderne, pastelkleurige flats, en aangeharkte parken en speeltuinen. Het meeste is aangelegd door het gemeentelijke bouwbedrijf in de jaren negentig, toen Erdogan burgemeester was. Hij wilde een wijk creëren voor de opkomende conservatief-religieuze middenklasse.

Het stadion van Basaksehir ligt als een vliegende schotel tussen de flats. Net als de wijk heeft de club geen historie of traditie. In het gloednieuwe stadion vind je geen gevulde prijzenkast of beelden van roemrijke spelers uit het verleden. Wel hangen er foto’s van president Erdogan, die tijdens de vriendschappelijke openingswedstrijd in 2014 een hattrick scoorde. De club heeft rugnummer 12 voor altijd voor hem gereserveerd.

Die openingswedstrijd was een Noord-Koreaanse affaire. Op het veld stonden (oud-)internationals en functionarissen van de Turkse voetbalfederatie, die alles in het werk stelden om de president goals te laten scoren – al moet gezegd dat hij ze knap afrondde. Elk doelpunt werd door de omroeper uitzinnig onthaald: „Deze is voor Gaza!”

In de jaren daarna is Basaksehir uitgegroeid tot een serieuze rivaal van de Grote Vier: Fenerbahce, Besiktas, Galatasaray en Trabzonspor. Zij hebben op één na alle landstitels gewonnen sinds de oprichting van de Superliga in 1959, maar zitten nu in grote financiële problemen. Basaksehir eindigde vorig seizoen nipt als tweede. Dit seizoen staat de club al sinds de tiende speeldag bovenaan in de Turkse competitie.

„Basaksehir zit in een ideale positie om te profiteren van de chaos in het Turkse voetbal”, zegt de Britse journalist Patrick Keddie, auteur van het vorig jaar verschenen boek The Passion: Football and the Story of Modern Turkey, in een café in Istanbul. „De club heeft voor zover bekend geen schulden, wordt strak geleid volgens een duidelijke visie, en kan haar politieke connecties te gelde maken.”

Lees ook: Turkse voetbalclubs staan diep in het rood, zonder succes in Europa

Niet gek voor een voormalige gemeenteclub, die niet lang geleden nog in de tweede divisie speelde. De ommekeer kwam in 2014, toen de club werd overgenomen door zakenlieden rond Erdogan. Zij maakten van Basaksehir een particulier bedrijf onder leiding van voorzitter Göksel Gümüsdag, een lokaal gemeenteraadslid van AKP in Basaksehir en aangetrouwd familielid van Erdogan.

De bedrijfsstructuur van Basaksehir is ongebruikelijk in Turkije. De meeste clubs zijn stichtingen met leden, die elke twee of drie jaar een nieuwe voorzitter kiezen. Dit leidt tot problemen, doordat de voorzitters onder grote druk staan snel succes te behalen, en de leden tevreden proberen te houden door dure spelers aan te trekken. Hierdoor zitten veel clubs nu in financiële problemen.

„Basaksehir wilde af van die verkiezingen, zodat het makkelijker zou zijn om langetermijnplannen te maken”, zegt Keddie. „Ze wilden een jeugdacademie om spelers op te leiden, en de coach meer tijd te geven een team op te bouwen. De club heeft een toekomstvisie: ze leiden mensen op in voetbalmarketing en andere zaken die te maken hebben met het besturen van een club.”

Vragen over financiën

Basaksehir heeft met Abdullah Avci een getalenteerde coach, die eerder trainer was van Galatasaray en het nationale team. „Hij manifesteert zich als een typische manager uit het Britse voetbal, zoals Arsène Wenger”, zegt een insider bij de club die anoniem wil blijven omdat er een verbod geldt op praten met de pers. „Alle belangrijke beslissingen lopen via hem, ook over de transfers van spelers. Er is geen sprake van rivaliteit binnen het bestuur, dat grotendeels bestaat uit zakenvrienden van Erdogan.”

Dit leidt tot vragen over de financiën van Basaksehir. Want in een tijd dat de meeste clubs financieel aan de grond zitten, is Basaksehir in staat om dure spelers aan te trekken. De 34-jarige Braziliaanse aanvaller Robinho werd voor 2 miljoen euro overgenomen van de Turkse club Sivasspor. En Arda Turan, ooit een geliefde speler uit de jeugd van Galatasaray, werd voor 4 miljoen euro per jaar gehuurd van Barcelona. Waar komt dat geld vandaan?

De reclameborden rond het veld tonen wie de belangrijkste sponsoren zijn: Turkish Airlines, dat voor 51 procent in handen is van de Turkse staat; Medipol, het zorgbedrijf van de huidige minister van Volksgezondheid, Fahrettin Koca; en De derde brug over de Bosporus, een publiek-privaat bedrijf dat de uitbater is van de nieuwe brug in Istanbul.

„We weten niet precies waar het geld vandaan komt, want de financiën van de club zijn niet transparant”, zegt Keddie. „Basaksehir heeft vrij goede sponsoring van bedrijven die banden hebben met de regering. Dat is mogelijk hun belangrijkste inkomstenbron. Ook doen ze slim zaken op de transfermarkt. Daarnaast krijgt de club een vrij groot aandeel van de uitzendrechten. De Grote Vier krijgen het meest, want zij hebben de meeste fans. Maar Basaksehir zit daar net onder.”

Maar dat is precies wat ontbreekt bij de club: supporters. De wedstrijden van Basaksehir trekken tussen de 3.000 en 5.000 toeschouwers. De meeste bezoekers steunen een andere club, maar komen om een mooie wedstrijd te zien. Neem Kotay Eroglu, een 19-jarige fabrieksarbeider die in Basaksehir is geboren. Hij draagt een shirt van Samsunspor, een club uit de regio rond de Zwarte Zee, waar zijn familie vandaan komt.

„Ik ga meestal naar wedstrijden van Samsunspor, vooral als ze in de buurt van Istanbul spelen”, zegt hij voorafgaand aan de wedstrijd tegen Rizespor afgelopen zondag. „Naar Basaksehir ga ik puur voor vermaak, de kaartjes zijn goedkoop. Ik heb een vriend op bezoek en we hadden niets te doen.” Basaksehir is niet zo bekend in Turkije en in het buitenland. Maar dat zal volgens Eroglu veranderen als ze landskampioen worden.

Tijdens de wedstrijd tegen Rizespor is het stadion voor een derde gevuld. Het uitvak zit wel vol en de afgereisde supporters van Rizespor zijn veel luidruchtiger dan het thuispubliek. Op het ritme van een man met een trommel zingen, springen en scanderen ze gedisciplineerd: „Blauw, groen!” Daar steekt de kleine ‘harde kern’ van Basaksehir bleek tegenaf: een groepje scholieren dat op geen enkel moment boven de machtige kelen van de Rizespor-fans uit komt.

Lees ook: Een verkeer spandoek in het stadion en de isoleercel dreigt

De politieke connecties maken de club omstreden. Critici stellen dat Basaksehir zijn succes dankt aan steun van de regering, die de dominantie van de grote vier zou willen doorbreken. Erdogan heeft een getroebleerde relatie met de supporters van Fenerbahce, Besiktas en Galatasaray, die een grote rol speelden bij de Gezi-protesten in 2013. En na de lokale verkiezingen van 31 maart, die zijn uitgelopen op wekenlange hertellingen in Istanbul en een patstelling over de uitslag, scandeerden fans van de Grote Drie leuzen om de kandidaat van de oppositie te steunen.

Met Basaksehir zou Erdogan daar een einde aan willen maken en het Turkse voetbal naar zijn hand willen zetten. Dit is onderdeel van het ‘Nieuwe Turkije’ dat de president voor ogen heeft: een staat en een maatschappij als evenbeeld van zijn conservatief-religieuze AK-partij. Hij heeft eerder gezegd dat de AKP weliswaar de politiek domineert, en een nieuwe elite van religieuze zakenlieden heeft gecreëerd, maar dat de partij moeite heeft om het culturele leven te beheersen.

Kwestie van lange adem

Erdogan ziet de club als een manier om jongeren te bereiken en de cultuur te veranderen. Tijdens een partijcongres in Basaksehir zei hij: „We willen dat Basaksehir een factor wordt in de politiek, net als in het voetbal. Maar vergis je niet. Zolang jullie die lege stoelen in het stadion niet vullen, ben ik daar niet zeker van. Onze jeugd moet dat stadion vullen. Zijn we daar klaar voor?”

Geven de lage bezoekersaantallen en het gebrek aan echte fans de grens aan van Erdogans social engineering? Ruim 80 procent van de Turken steunt één van de drie grote clubs in Istanbul, met een fanatisme dat van generatie op generatie wordt overgedragen . Het is moeilijk om daar van de ene op de andere dag verandering in te brengen, zelfs voor een volksmenner als Erdogan.

„Het kost minimaal een generatie om een fanbase op te bouwen”, zegt Keddie. „De grote drie hebben honderd jaar geschiedenis, roemrijke spelers, een aanzienlijke prijzenkast. Ik denk dat het best knap is dat ze in een paar jaar al 5.000 mensen per wedstrijd trekken. Dat willen ze komende jaren verdubbelen – geen onrealistisch doel. De club weet dat het een kwestie is van de lange adem.”