Johannes Witteveen: Briljant econoom, levenslang soefi

Johannes Witteveen (1921-2019) De liberale minister van Financiën bracht rust in de overheidshuishouding en was een voornaam gezicht van de soefi-beweging.

De jonge Witteveen, kleinzoon van de legendarische Amsterdamse wethouder Floor Wibaut, behoorde tot het type ‘briljant’. In 1947 promoveerde hij cum laude bij professor Jan Tinbergen op een proefschrift over het verband tussen loonhoogte en werkgelegenheid.
De jonge Witteveen, kleinzoon van de legendarische Amsterdamse wethouder Floor Wibaut, behoorde tot het type ‘briljant’. In 1947 promoveerde hij cum laude bij professor Jan Tinbergen op een proefschrift over het verband tussen loonhoogte en werkgelegenheid. Foto Roger Cremers

Samen met Roelof Nelissen behoorde de afgelopen dinsdag op 97-jarige leeftijd overleden Johannes Witteveen tot de laatste nog levende ministers van het kabinet-De Jong, het centrum-rechtse kabinet dat Nederland in alle rust door het eind van de roerige jaren zestig loodste. De VVD’er Witteveen was toen minister van Financiën en vicepremier.

De ministers hadden slechts „op de winkel gepast”, luidde destijds het oordeel. Toch werd er een flink aantal maatschappelijke moderniseringen doorgevoerd om aan de roep om meer democratisering tegemoet te komen. Zoals Witteveen later in een persoonlijke brief aan De Jong over het door hun kabinet gevoerde beleid schreef: „In plaats van daarover tam-tam te maken hebben we één en ander zoveel mogelijk verhuld gehouden. Dat heeft ook stellig tot het welslagen ervan bijgedragen”.

De Jong en Witteveen zijn in die periode persoonlijk bevriend geraakt en vonden elkaar in spirituele gesprekken. Aanvankelijk vond De Jong zijn minister van Financiën vooral „een geleerde econoom”. „Het eerste wat een minister van Financiën moet zeggen wanneer ze hem ’s nachts uit bed bellen is ‘Nee!’ Dat moest Witteveen nog leren. Hij was in het begin veel te zacht, te redelijk”, zei De Jong in 1998 tegen zijn biografen.

Het type ‘briljant’

De jonge Witteveen, kleinzoon van de legendarische Amsterdamse wethouder Floor Wibaut, behoorde tot het type ‘briljant’. In 1947 promoveerde hij cum laude bij professor Jan Tinbergen op een proefschrift over het verband tussen loonhoogte en werkgelegenheid. Een jaar later, op zijn 27ste, werd hij lector aan de Nederlandsche Economische Hoogeschool, de tegenwoordige Erasmus Universiteit Rotterdam.

Op de ‘scorelijst’ uit zijn ministerstijd heeft Witteveen de invoering van de btw staan. Ook ging het ministerie van Financiën onder zijn leiding werken met meerjarenramingen, met de bedoeling meer rust te brengen in de overheidshuishouding. Ten slotte maakte Nederland dankzij Witteveen kennis met het begrip ‘wiebeltaks’. Een instrument waarmee de belasting tijdelijk verhoogd dan wel verlaagd kon worden om de economische conjunctuur te beïnvloeden.

Witteveen was eerder minister van Financiën geweest in het kabinet-Marijnen, dat van 1963 tot 1965 slechts kort regeerde. Na zijn ministerschap vervulde hij enkele commissariaten. Van 1973 tot 1978 was hij directeur-generaal bij het Internationaal Monetair Fonds. Tot op zeer hoge leeftijd hield hij zich bezig met de ontwikkeling van de wereldeconomie. Zo meldde hij zich nog bij IMF-directeur Christine Lagarde toen de in 2008 uitgebroken kredietcrisis op haar hoogtepunt was.

Hoewel Witteveen met zijn staat van dienst over de goede papieren beschikte, is hij nooit minister van Staat geworden. In zijn in 2000 verschenen boek De macht van de Kroon schrijft journalist Harry van Wijnen dat toenmalig koningin Beatrix dit persoonlijk bij premier Lubbers heeft tegengehouden omdat Witteveen zich ooit kritisch zou hebben uitgelaten over de financiën van het koninklijk huis.

Een heel andere kant van Witteveen was zijn inzet vanaf jonge leeftijd voor de soefibeweging, een geestelijke stroming die westelijke en oostelijke religies met elkaar tracht te verbinden. Nog afgelopen maandag verscheen in de Volkskrant een interview met hem. Witteveen zei toen nog niet naar de dood uit te zien. „Nee hoor, ik vind het leven nog interessant, ik heb er geen haast mee.”