Opinie

    • Folkert Jensma

Je bent jong en je snuift of slikt eens wat

Vorige week bood de vertrekkende chef van de Landelijke Recherche Wilbert Paulissen een inkijkje in de strijd tegen de drugs. Paulissen had het over ‘haperende bestrijding’ van een sector die ‘exorbitant groeit’. Iedere nieuwe drugsvangst blijkt steevast groter dan de vorige. ‘Recordvangst’ betekent niets meer. Het totale volume groeit daarvoor te hard. Geen enkele inbeslagname heeft invloed op de prijs, de productie of de logistiek. Overheidsingrijpen leidt netto tot niks. Het is te weinig, te laat, te gering – dweilen met de kraan open dus. Vorig jaar werd er in Antwerpen en Rotterdam 70.000 kilo coke onderschept – de markt heeft het niet gemerkt. Druggebruik is hier intussen volledig ingeburgerd. Volgens recente EU cijfers zijn Nederlandse jongvolwassenen (15-34 jaar) nummer 1 in het gebruik van amfetaminen en XTC, nummer 3 in cocaïne en nummer 6 in cannabis.

Als gevolg daarvan stromen er miljarden euro’s aan zwart geld binnen dat een weg zoekt. Bedreigde burgemeesters die tegenspel bieden moeten zich verstoppen. Inmiddels wil burgemeester Halsema dat in Amsterdam cash aankopen boven de 1000 euro als verdacht bij de politie worden gemeld. Kortom, er is ondermijningspaniek, gevoed door liquidaties, intimidaties met handgranaten en criminele motorbendes die het gezag provoceren.

Achter het geld aan van de organisatoren, geen ‘kilo’s maar euro’s’ is al een poosje het adagium. Daarom dreigt er nu een cash verbod, zodat álle transacties voor het gezag zichtbaar worden. Ook de effecten van het ontnemen, afpakken en ‘plukken’ blijken gering. Naar verluidt wordt overwogen om de politie er maar helemaal vanaf te halen. Beter zouden álle financiële onderzoeken naar de FIOD gaan, waardoor we een heuse Nationale Financiële Politie krijgen. Met dank aan de narcostaat die Nederland inmiddels is. „Het zal nooit lukken om met strafrechtelijke middelen wezenlijke invloed te hebben op de drugsmarkt”, concludeerde advocaat-generaal Joep Simmelink vorig jaar al, naar aanleiding van de 100 miljoen die het kabinet in de opsporing investeerde. Niemand luisterde.

Opvallend was dat Paulissen nog even de rechter de schuld gaf. Omdat hier internationaal bezien ‘vrijwel de lichtste straffen’ in drugszaken worden opgelegd, zou Nederland een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn. Ik kwam deze bewering eerder tegen, in gezelschap van de lage pakkans – weinig effectief politiewerk dus. Zulke kritiek heeft de charme van een quick fix. Met langere celstraffen is het varkentje dan gewassen. De calculerende drugshandelaar kan z’n knopen opnieuw gaan tellen. Strafrechters kunnen immers best meebewegen met de maatschappelijke vraag naar hogere straffen, zo bleek al bij levenslang. Dus waarom niet bij drugs?

Maar klopt het ook? Tilt de strafrechtspraak hier minder zwaar aan drugshandel dan die in andere lidstaten? Dat blijkt inderdaad onderzocht. De variaties tussen de 27 lidstaten zijn enorm. Daarbij zien we Nederland, Denemarken en Frankrijk vaak aan de ‘lichte’ kant opduiken, met Griekenland en de voormalige Oostbloklanden aan de draconische kant. Gemiddeld krijg je voor een kilo amfetamine of cocaïne in Nederland en Frankrijk een jaar cel – en vijftien of zeventien jaar in Griekenland en Slowakije. Er zijn landen die strafhoogte louter uitrekenen op basis van in beslag genomen kilo’s, die drugs beoordelen op relatief gevaar voor de gezondheid. En daders bestraffen met het oog op hun aandeel. En of dat wel of niet in georganiseerd verband was. Er zijn landen waarin hoge straffen netto altijd veel lager uitvallen, door amnestie of kwijtschelding.

En is alleen strafhoogte inderdaad een factor voor de handelaren? Of is pakkans belangrijker? Daarover zijn de deskundigen voorzichtig. Het zou kunnen dat strafhoogte een rol speelt. Maar hoe zich dat verhoudt tot lokale kansen op winstmaximalisatie, tot de aanwezigheid van betrouwbare infrastructuur (overslag, beveiliging, personeel), het risico van ontdekking (hoe snel je een land weer uit bent). Niemand weet het echt. Maar als ik strafrechter was, zou ik wel over de grens kijken.

Een punitive level playing field voor de internationale drugshandel, het ligt voor de hand. Tegelijk geldt: zolang er vraag is, komt er aanbod. En snuiven en slikken doen we hier zonder enige reserve.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.