‘Ik begrijp mijn biologische familie niet’

Spitsuur Benjamin Li (33) is een Nederlandse kunstenaar met Chinese wortels. Op zijn vouwfiets gaat hij langs Chinees- Indische restaurants en fotografeert de gerechten. „Afgelopen weekend heb ik wel zes restaurants bezocht.”

Foto David Galjaard

Benjamin: „Ik heb in totaal een stuk of tweehonderd Chinees-Indische restaurants bezocht en bij zo’n honderd gegeten. Dit jaar wil ik er bij nog eens honderd eten. Ik fotografeer de gerechten, vraag of ik het bord mag kopen en neem de menukaart mee voor in mijn archief.

„Het is een bizar fenomeen en uniek in Nederland, die Chinees-Indische restaurants. Hoe kan het dat twee keukens, die van zichzelf al zo lekker zijn, bij elkaar zijn gevoegd? Het waren niet de Indische mensen die dachten: ‘laten we die Chinese recepten eens binnenhengelen’. Het zijn de Chinezen geweest. Maar hoe is dat zo gekomen? Daar ben ik naar op zoek.

„De laatste tijd bezocht ik zo’n zeven of acht restaurants per dag. Afgelopen weekend nam ik de trein naar Oss en ging vanaf daar op de vouwfiets naar Uden, 17 kilometer. Daar heb ik drie restaurants bezocht en vervolgens ben ik van Uden naar Veghel gefietst. Ook weer 10 kilometer en ook daar twee restaurants bezocht. Vervolgens van Veghel naar Boxtel, en vanaf daar weer met de trein naar Rotterdam. In totaal was het vijftig kilometer met de vouwfiets, maar ik heb wel zes restaurants bezocht.

„Bij twee van die restaurants heb ik ook gegeten, omdat ik wist dat ze een bepaald gerecht hadden dat me interesseerde. Ik had het nog nooit eerder gegeten of gefotografeerd, dus ik wilde het in mijn collectie hebben. Na twee restaurants zit je wel heel vol, maar ach, dat is het nadeel van het vak.”

Nummer 39 met rijst

Benjamin: „Ik ben een Nederlandse kunstenaar van Chinese afkomst. Je kunt niet om mijn uiterlijk heen. Mensen vragen wel eens waar ik geboren ben. Dat is op zich logisch, maar het geeft me het gevoel dat ik me moet bewijzen. Zo’n vraag is in de eerste plaats natuurlijk nieuwsgierigheid, maar er kunnen ook stigma’s in verscholen zitten.

„Vandaar mijn project In Search of Perfect Orange. Ik weet veel van de Nederlandse cultuur, meer dan van de Chinese. De zoektocht is niet alleen naar de Nederlandse identiteit, naar het oranje, maar ook naar mijn Chinese roots.

„Als je écht zou vragen wat de oorsprong is van mijn zoektocht, dan is het misschien wel die uitspraak van Gordon bij Holland’s Got Talent eind 2013. ‘Wat ga je zingen, nummer 39 met rijst?’, vroeg hij aan een Chinese deelnemer. De eerste foto’s die ik maakte waren allemaal nummers 39 van de menukaart.

„Ik kom oorspronkelijk uit een restaurantfamilie. Mijn opa kwam in de jaren 60 naar Nederland en opende een restaurant in Dordrecht. Mijn vader is van huis uit chef: hij weet veel van eten en kan enorm goed koken. Samen met mijn moeder had hij in de jaren 90 een Chinees restaurant, net als mijn oom en tante.

„Zelf ben ik Nederlander met een Chinees jasje. Ik weet eigenlijk weinig van de Chinese cultuur. De eerste twaalf jaar van mijn leven ben ik opgevoed door mijn Nederlandse pleegmoeder. In het weekend ging ik naar mijn biologische ouders. Mijn ouders konden niet voor me zorgen. Ze moesten hard werken in het restaurant om het hoofd boven water te houden. Maar het is niet ongebruikelijk hoor. Er waren wel meer Chinese mensen die voor deze oplossing kozen. Mijn nichtje had bijvoorbeeld ook Nederlandse pleegouders.

„Je kunt je voorstellen dat je daardoor wel een andere band hebt met je ouders, zeker wanneer je de taal niet spreekt. Je zit tussen twee culturen in. Aan de buitenkant ben ik Chinees, maar tegelijkertijd begrijp ik mijn biologische familie niet. Misschien ben ik daarom dit project gaan doen.”

Archief

Benjamin: „Ik word er superblij van als ik door het Nederlandse landschap naar die restaurants fiets. Als ik binnenkom en de inrichting van het restaurant zie, dan herken ik dingen uit de restaurants van mijn familie. Achter de toonbank staan mensen in wie ik mijn moeder, oom of tante herken. Dat vind ik heel mooi.

„Het bezoeken van de restaurants geeft me voldoening. Maar of het me dichter bij mijn cultuur brengt, dat weet ik eigenlijk nog niet zo goed. Ik vind het wel leuk dat mijn ouders me volgen. Mijn vader herkent bijvoorbeeld de gerechten wanneer hij de foto’s ziet. Hij weet van ieder gerecht precies de smaken en de bereidingswijze, daar praten we dan over.

„Chinese restaurants waren in de jaren 60, 70 en 80 echt booming, maar nu zijn ze aan het afnemen. Dat komt vooral omdat de eerste generatie Chinezen met pensioen gaat. De jonge generatie is hoog opgeleid en spreekt de Nederlandse taal. Hun toekomstperspectief is anders: keihard in een restaurant werken is geen noodzaak meer.

„Misschien voel ik daarom de druk in korte tijd zoveel restaurants te bezoeken. Als ze verdwijnen dan gaan ook de menukaarten, de wortelrozen en de porseleinen borden verloren. Ik leg een archief aan om een bepaalde cultuur te bewaren en inzichtelijk te maken.

„Ik ben fulltime kunstenaar, maar heb ook een bijbaan. Het is lastig om een vast inkomen te halen uit kunst en erg stressvol. Je bent continu bezig met aanvragen indienen, aan wedstrijden meedoen. Een afwijzing voelt superpersoonlijk, als je tekortschiet: ‘ik ben niet goed genoeg als kunstenaar, daarom geven ze mij die subsidie niet’. Dat is heel hard.

„Door die combinatie van kunstenaar en bijbaan ben ik minder flexibel. Je kunt zeggen dat ik minder tijd heb om aan mijn kunst te werken, maar ik zie het anders. Ik ben hierdoor efficiënter als kunstenaar. Áls ik vrij ben, dan ben ik ook echt voor 100 procent bezig met wat ik als kunstenaar wil doen.”