Hongerig naar voedseltech

Universiteiten Zo’n 10 procent van de masterstudenten en promovendi in Wageningen komt uit China. Hoe de toppositie in voedseltechnologie en landbouwwetenschappen Chinezen naar Gelderland trekt.

Illustraties XF&M

Met 38.000 inwoners is Wageningen een onbeduidend gehucht, vergeleken met Chinese steden als Shanghai (26 miljoen inwoners) of Nanjing (8,3 miljoen). Toch zijn studenten Yihuan Li, Min Shi en Tongxi Hong, afkomstig uit die metropolen, er op hun plek. „Vanaf mijn kamer op de achtste verdieping kan ik de hele stad overzien”, zegt Li, wijzend naar een van de studentenflats in de verte. De Chinezen delen de Gelderse stad met zo’n 500 landgenoten die ook een masteropleiding in Wageningen volgen.

De notering als nummer één op het gebied van voedseltechnologie trok hen naar Wageningen. Li was ook in Helsinki toegelaten, waar ze geen collegegeld hoefde te betalen. „Maar Wageningen is de beste universiteit in mijn vakgebied.” Shi vult aan: „Levensmiddelentechnologie staat in China nog in de kinderschoenen.”

Dat neemt niet weg dat de 18.600 euro collegegeld per jaar – beurzen voor Chinezen zijn er nauwelijks – offers vroeg. Hongs moeder had er een plan voor. „Als ik naar Nederland vertrok, zou ze kleiner gaan wonen en mij financieel ondersteunen met het geld dat ze zou verdienen aan haar appartement. Bleef ik in China, dan kreeg ik het hele appartement zelf. Het is wel duidelijk wat het is geworden.”

Hoog gewaardeerd

In Wageningen neemt het aantal studenten uit China al jaren toe, net als de hoeveelheid projecten die Wageningse onderzoekers in China doen, in samenwerking met universiteiten, overheden en bedrijven. Ook heeft zich een Chinees bedrijf op Wageningse bodem gevestigd. Zuivelgigant Yili heeft sinds 2014 een innovatiecentrum op de campus, vlak bij de (veel grotere) onderzoeksfaciliteiten van concurrent FrieslandCampina en de faciliteit die levensmiddelenconcern Unilever laat bouwen.

Deze maand werd bekend dat Louise Fresco, bestuursvoorzitter in Wageningen, commissaris wordt bij Syngenta, een grote Chinese zaadhandelaar en producent van bestrijdingsmiddelen. De benoeming van Fresco, eerder jarenlang commissaris bij Unilever, toont aan hoe hoog kennis uit Wageningen gewaardeerd wordt.

Premier Rutte drukte het vorig jaar bij het honderdjarig bestaan van de universiteit zo uit: „In China staat de Randstad bekend als Wageningen-West.” Die opmerking was wellicht grappig bedoeld, maar er zit een kern van waarheid in.

Voor rector magnificus Arthur Mol is het niet genoeg. In China ligt nog steeds veel onbenut potentieel, zegt hij.

Tegelijk bekijken sommige andere universiteiten het land juist met groeiende argwaan. Zo kondigde de gerenommeerde Amerikaanse technische universiteit MIT deze maand aan toekomstige samenwerkingsprojecten met China strenger te screenen.

Waarom zijn de Chinezen zo dol op Wageningen – en vice versa? En heeft nauwere samenwerking ook nadelen? Hoe controversieel is het?

Studenten willen de beste

Om met die studenten te beginnen: levensmiddelentechnologen Li, Shi en Hong zijn niet uniek in hun afweging. Chinezen kiezen voor Wageningen vanwege de goede reputatie, zegt Xiaoyong Zhang, Chinacoördinator bij de universiteit. „Ouders betalen veel geld voor de opleiding van hun kinderen. Zij willen het beste.”

En Wageningen University & Research (WUR), zoals de instelling tegenwoordig voluit heet, eindigde vorig jaar bovenaan de prestigieuze Shanghai ranking in zowel levensmiddelentechnologie als landbouwwetenschappen. In tien jaar verviervoudigde het aantal Chinese masterstudenten aan de WUR, in die periode nam het totale aantal studenten overigens ook toe. 10 procent van de masterstudenten en promovendi is inmiddels van Chinese afkomst. Dat geldt niet voor de bachelorfase, omdat die studies bijna volledig in het Nederlands zijn.

Het aantal Chinese studenten zal alleen maar toenemen, zegt Zhang. „In het buitenland studeren was altijd een wens voor veel Chinezen, maar nu zijn steeds meer gezinnen ook rijk genoeg om dat te kunnen betalen.”

De baan van Zhang, in de jaren negentig zelf een van de eerste Chinese studenten in Wageningen, vloeit voort uit steeds hechtere banden tussen China en de WUR. In 2012 werd de functie Chinacoördinator in het leven geroepen; de Aziëcoördinator kreeg het te druk. Zhang probeert Wageningse projecten in China in goede banen te leiden en contacten te leggen voor nieuwe WUR-activiteiten. „Het is belangrijk dat je de mensen en de cultuur begrijpt.”

Tachtig projecten in China

Inmiddels heeft de WUR zo’n tachtig projecten in China lopen. Wageningse onderzoekers werken er samen met overheid, universiteiten of bedrijven aan uiteenlopende onderwerpen: van aardappelteelt tot huizenisolatie in steden. Wat de Chinezen tegelijkertijd óók graag willen leren is hoe de befaamde Nederlandse ‘gouden driehoek’ werkt, zegt Zhang: de samenwerking tussen overheid, private sector en kennisinstellingen. „In Nederland heel succesvol, maar voor China is het nieuw.”

Een van de grootste en langstlopende projecten is het Sino-Dutch Dairy Development Center, een samenwerkingsverband met onder meer FrieslandCampina, Rabobank en Chinese zuivelbedrijven. Na het melamineschandaal in 2008 – waarbij honderdduizenden Chinese baby’s ziek werden van besmette babymelkpoeder, en een aantal zelfs stierf – lag de nadruk vooral op voedselveiligheid, zegt projectleider Kees de Koning. Inmiddels zijn ook milieu, kwaliteit, winstgevendheid van de zuivelsector en dierenwelzijn onderwerpen.

Het niveau stijgt snel, merkt hij. „Tien jaar geleden zag je nog koeien op wat gras op een binnenplaats. Nu ken ik wel een aantal bedrijven waarvan Nederlandse boeren zouden zeggen: nou, dat hebben ze goed voor elkaar.”

Een ander flink project, een 400 hectare groot ‘agrarisch innovatiecentrum’ in de buurt van Beijing, staat nog in de steigers. De WUR is door de Chinese overheid gekozen als partner van het innovatiepark, dat de groeiende bevolking van gezond en milieuvriendelijker voedsel moet voorzien. Rector magnificus Mol benadrukt dat de WUR niet zelf investeert, en dus geen financiële risico’s loopt. De Rijksuniversiteit Groningen gaf een aantal jaar terug wél miljoenen uit in China; de universiteit betaalde mee aan een campus in de stad Yantai. Dat project strandde, onder meer vanwege zorgen over financiële risico’s. De RUG moet bijna 700.000 euro aan onterecht besteed publiek geld terugbetalen.

Kritiek op samenwerking

Samenwerking tussen Wageningen en China is niet onomstreden. Raakt Nederland zijn agrarische toppositie niet kwijt als het de Chinezen zoveel bijleert? Chinacoördinator Zhang schuift die vraag enigszins geërgerd terzijde als „kortzichtig”. Nederlandse kennis ís niet zomaar toepasbaar in China, zegt ze. „In China zijn bijvoorbeeld bedrijven met wel 20.000 koeien.” Dat bestaat niet in Nederland, waar 250 koeien al veel is. Door te leren wat in China werkt, verkrijgt de WUR volgens haar ook weer nieuwe kennis. „Als we hier een beetje in Wageningen blijven hangen, raken we achterop.”

Desgevraagd komen andere Wageningse onderzoekers ook met meer idealistische argumenten voor Chinees-Wageningse samenwerking. Zoals Gerben Messelink, die onderzoek doet naar bestrijding van plantenziektes en -plagen zonder chemische middelen. „In China zie je nog steeds veel kleine boertjes die zonder enige bescherming bestrijdingsmiddelen spuiten. Dat is slecht voor mensen, maar ook voor het milieu, waterleven, nuttige insecten. Ik vind het heel veel voldoening geven om pesticidegebruik wereldwijd te kunnen terugdringen.”

Of melkveeman De Koning: „We willen de milieu-impact van de landbouw wereldwijd verlagen. In Nederland zitten we al op een vrij hoog niveau, en de laatste slagen kosten de meeste moeite. Maar in China kun je echt nog meters maken.” Hij voegt er wel aan toe dat de WUR dat werk natuurlijk niet op vrijwillige basis doet. „We worden gewoon betaald, hè.”

Daarbij heeft China Wageningse onderzoekers ook veel te bieden, zeggen zij, vooral omdat geld er ruim voorradig is. „Er wordt ongelofelijk geïnvesteerd in apparatuur, mensen, faciliteiten. Daar lik je je vingers bij af”, zegt Paul Struik, hoogleraar gewasfysiologie. Hij deed met Chinese collega’s een grote veldproef met apparatuur die CO2 en temperatuur verhoogde: zo werd onderzocht hoe planten reageren op klimaatverandering. In Europa was dat niet gelukt, zegt Struik. Te duur, te veel mankracht.

Afhankelijkheid

Hoe belangrijk is China voor Wageningen? Op dit moment is de WUR niet sterk afhankelijk van Chinees geld, zegt rector magnificus Mol. Volgens hem dragen Chinese projecten voor minder dan 1 procent bij aan de omzet van de organisatie. Maar dat zou een stuk meer kunnen worden. „China is aan een opmars bezig, wetenschappelijk en economisch gezien. Universiteiten schieten omhoog in de rankings. Er is voor ons heel veel potentieel om met hen aan vraagstukken te werken.”

Niet meedoen, is geen optie, zegt Mol. „Als je niet samenwerkt, ben je weg. Dan gaan de Chinezen wel met de Amerikanen verder.”

Toch staan niet álle universiteiten daar om te springen. Vooral samenwerking met het Chinese bedrijf Huawei, door de Amerikaanse overheid van spionage verdacht, ligt onder een vergrootglas. Topuniversiteiten MIT, Stanford en Oxford verbraken de banden met het technologieconcern.

Zijn ze in Wageningen wel kritisch genoeg op China? Mol: „Economische spionage is bij ons heel beperkt relevant.” Onlangs deed de universiteit een scan naar wetenschapsgebieden die risico’s met zich mee zouden kunnen brengen, maar die werden niet gevonden, zegt hij. „Je moet niet naïef zijn, ik vind het geen onzindiscussie. Maar hij is bij ons veel minder relevant dan bij ICT of ruimtevaart.” Kennis die de WUR opdoet, wordt ook altijd openbaar: die valt dus niet te stelen, zegt hij.

Sommige bedrijven in de agrarische sector zijn wél terughoudend in China, merken WUR-onderzoekers. „Ik ken bedrijven die hun database in Nederland houden, totdat ze hun beveiliging goed op peil hebben”, zegt WUR-hoogleraar Oene Oenema, die ook les geeft aan de China Academy of Science. Oenema doelt dan op bedrijven met grote hoeveelheden data die gebruikt kunnen worden voor analyses. „Ze zeggen: ik ga niet zomaar met een laptop naar China. Die kan zo geplunderd zijn.”

Terug naar China

Ongeveer driekwart van de Chinese studenten in Wageningen gaat na afstuderen of promotie terug naar huis, zegt Mol. Li, Shi en Hong, die nu levensmiddelentechnologie studeren in Wageningen, willen dat ook. Hong ziet mogelijkheden met een diploma uit Wageningen op zak. „Grote voedselbedrijven als Unilever of Nestlé hebben vestigingen in China, maar importeren vooral buitenlandse producten voor de Chinese markt”, zegt ze. „Een vergelijkbaar bedrijf dat zich richt op traditioneel Chinees voedsel, zoals gefermenteerde groenten of sojaproducten, bestaat nog niet. Het lijkt me geweldig zoiets op te richten.”

Voor de WUR is het niet erg dat de meeste studenten weer vertrekken. Al die alumni vormen een enorm netwerk voor ‘Wageningen’. Dat neemt niet weg dat er zo nu en dan kritiek is op het groeiende aantal Chinezen aan de universiteit. Hoogleraar Oenema wijst er bijvoorbeeld op dat studenten vaak onderzoek doen naar hun eigen geboorteland. Het gevaar zou kunnen zijn dat er op den duur te weinig aandacht is voor, bijvoorbeeld, duurzamere landbouw in Afrika.

De WUR zegt inmiddels minder fanatiek in China te werven dan in Afrika. Maar studenten die aan de eisen voldoen, mag de universiteit niet weigeren, zegt Mol. De WUR probeert het aandeel van één buitenlandse nationaliteit per studierichting te beperken tot maximaal een kwart, zodat niet een groep dominant wordt. Een derde moet Nederlands zijn.

Bij één studierichting lukte het niet: bij voedselveiligheid is het aantal studenten uit Latijns-Amerika en China meer dan een kwart. Mol: „Nederland heeft dat heel goed op orde. Logisch dus dat daar vanuit het buitenland meer aandacht voor is.”