Opinie

    • Bob Hoogenboom

Het OM is al langere tijd waarde aan het verliezen

Behalve over de relatierel en het gebrek aan ‘ethisch leiderschap’ moeten we dringend praten over de functie van het OM en het strafrecht zélf. Bob Hoogenboom, in de Veiligheidscolumn.

Het rapport Fokkens roept associaties op met de Amerikaanse cabaretier Lenny Bruce. Om de haverklap stond hij voor de rechter vanwege obsceen taalgebruik. Hij verbaasde zich erover dat officieren van justitie, rechters en de pers wel heel veel keer zijn woorden herhaalden: ‘they kinda like saying blablabla’.
Dezelfde gedetailleerdheid en herhalingen over hotelbezoeken, wel of niet weten, wel of niet aanspreken en haat en liefde in een ‘niet ethische cultuur’ zit in het rapport Fokkens. Het heeft iets voyeuristisch, net als de puriteinse ophef rondom Monica Lewinsky en president Clinton.

Onvermogen

Het rapport Fokkens beschrijft ‘slechts’ de oppervlakte van een instituut dat zijn maatschappelijke waarde al langere tijd aan het verliezen is. Het blablabla-gehalte is misschien een symptoom van ons onvermogen om onder de oppervlakte te kijken. Daar wordt een gekwelde organisatie zichtbaar. Een organisatie die onder de knoet van efficiency-denken (Pdf hier) de afgelopen jaren is geconfronteerd met bezuinigingen, reorganisaties, targets en politieke beïnvloedingsmomentjes. En automatiseringsproblemen.

Sheriff

Onder de blablabla waar we ons nu eventjes over verkneukelen staat een organisatie onder druk. Niet alleen door bovenstaande. Maar ook door dalende criminaliteitscijfers. Dalende aangiftebereidheid. Het strafrechtelijk systeem heeft de afgelopen decennia ‘terrein verloren’. Het bestuursrecht rukt op. Burgemeesters zijn sheriffs geworden. Het bedrijfsleven organiseert zijn eigen veiligheid en lost conflicten op buiten het strafrecht. Er wordt meer opgespoord door de professionele private onderzoek markt dan door de overheid.

De officier van Justitie is ‘leider opsporing’ in nog maar een fractie van het totaal aantal onderzoeken. Het ‘waarom’ van het Openbaar Ministerie is een vraag die onder de blablabla ligt. Die vraag gaat ook dieper dan een ‘ethische cultuur’. Gezonde tegenspraak (pdf hier), vrijmoedig spreken en de noodzaak van een ‘speak up cultuur’, of liever het ontbreken daaraan, spelen in veel publieke en private organisaties.

Obligaat

Het is dan ook vrij obligaat om als commissie daar de toekomst van het OM aan op te hangen. Natuurlijk is dat een opgave. Maar een afgeleide opgave. De echte vraag is wat de functie van het strafrecht deze dagen en in de toekomst is. Is dat het meegaan in het rendementsdenken en honderden miljoenen boetes opleggen aan bedrijven die dat afschrijven? Is dat in jarenlange geld en energieverslindende onderzoeken naar drugscriminaliteit? Is dat in het verdubbelen van de capaciteit van het Functioneel Parket? Is dat in een wat meer afgewogen prioriteitstelling? Is dat - naast strafzaken - het nog meer maken van bestuurlijke rapportages om de samenleving te laten zien hoe incidenten worden veroorzaakt? En welke rol andere organisaties en bedrijven spelen in het faciliteren van misdaad. En dus de sleutel in handen hebben om preventief wat te doen?
Het rapport Fokkens kan een belangrijk aangrijpingspunt zijn om meer strategische vragen over de rol en positie van het Openbaar Ministerie in de handhavingsketen te stellen.

De Veiligheidscolumn wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.