Ruime regeling voor zonnepanelen blijft

Energie De populaire salderingsregeling voor zonnepanelen blijft nog wel even bestaan. En dat vindt bijna niemand erg.

Foto Robin van Lonkhuijsen

Het gebeurt niet vaak dat een Tweede Kamerlid van de VVD het „goed nieuws” vindt als het regeerakkoord niet wordt uitgevoerd. Toch gebeurde dat vrijdag, toen duidelijk werd dat de salderingsregeling voor zonnepanelen voorlopig niet verdwijnt. „Het kabinet regelt dat je langer kunt profiteren van korting op je energierekening”, twitterde parlementariër Dilan Yesşilgöz.

Veel eigenaren van zonnepanelen zullen het haar nazeggen. De aantrekkelijke salderingsregeling blijft tot 2023 en wordt daarna tot 2031 afgebouwd. Zo blijft het nog even mogelijk je investering in zonne-energie in zo’n zeven jaar terug te verdienen, waarna de baten vanzelf volgen.

Toch zal haar partijgenoot Eric Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, minder opgetogen zijn. Hij probeert al ruim een jaar een alternatieve regeling van de grond te krijgen, maar door voorziene uitvoeringsproblemen bij de Belastingdienst liep dat spaak. De omvorming van de salderingsregeling in 2020, zoals dat in het regeerakkoord staat, bleek al eerder onhaalbaar. Vorig jaar meldde Wiebes in de Tweede Kamer tussen neus en lippen door dat het wel 2021 werd voordat er een alternatief kwam. En nu dus 2023, of beter 2031, want dan is de salderingsregeling pas volledig afgeschaft.

Waarom wilde Wiebes een regeling die zo populair is bij bezitters van zonnepanelen afschaffen? Vooral omdat die volgens hem tot oversubsidie leidde. De regeling is gewoon te aantrekkelijk. En die oversubsidie, legde de minister graag aan de Kamer uit, is verspilling van overheidsgeld. Het is veel efficiënter om een deel van het geld voor zonnepanelen aan andere vormen van duurzame energie te besteden, zeker nu die panelen in prijs blijven dalen.

Alleen bleek de praktijk weerbarstiger. Wiebes oogstte veel kritiek van met name milieuorganisaties die het enthousiasme bij de duurzame burger niet graag willen frustreren. En kritiek was er ook bij de linkse oppositie in de Kamer. Nu wordt weer een subsidie om zeep geholpen omdat die goed werkt, was de teneur. Dat die goed werkt, bleek wel uit de cijfers van het regeerakkoord: de afschaffing van de salderingsregeling zou in 2021 al 240 miljoen euro opleveren, en daarna zelfs 650 miljoen structureel.

De kritiek verstomt nu

De kritiek op de geleidelijke afschaffing verstomt nu grotendeels. Terwijl de zonnepanelen jaarlijks in prijs blijven dalen, duurt het nog jaren voordat de salderingsregeling helemaal tot het verleden behoort. Vanaf 2023 wordt die in acht jaar geleidelijk naar 0 gebracht. Daarna, maar dan zijn we twaalf jaar verder, krijgt de particuliere leverancier een vergoeding voor de geleverde zonne-energie. Heel anders dus dan bij de huidige salderingsregeling: daarbij lever je stroom aan het energiebedrijf en die hoeveelheid stroom krijg je later, bijvoorbeeld ’s nachts of op bewolkte dagen, gratis en onbelast terug. En omdat een groot deel van de energierekening uit belasting bestaat, subsidieert het Rijk dus die onbelaste energieleveranties van bijvoorbeeld Nuon of Eneco.

Dat het zoeken naar een alternatief voor de salderingsregeling zo lang duurde, zorgde voor de nodige onzekerheid. Ondanks de verzekering van Wiebes dat er een aantrekkelijke regeling voor terug zou komen, heeft menig calculerende burger een pas op de plaats gemaakt. Vrijdag maakte het CBS bekend dat de groei van het aantal zonnepanelen nog altijd hoog is, maar vooral bij bedrijven die meestal profiteren van een andere subsidieregeling. Het aantal panelen steeg bij bedrijven in 2018 met 71 procent. Bij gewone huishoudens was die groei 37 procent.