De geestdrift voor het Chinese geld is alweer voorbij

Overnames Chinese investeerders waren lange tijd meer dan welkom in de Europese Unie. Maar nu Beijing alleen nog strategische overnames wil, verdringt argwaan de Europese geestdrift.

Illustraties XF&M

Zo bieden Chinese investeerders tegen elkaar op om je bedrijf te kopen, zo zijn ze plotseling weer vertrokken. Bij investeringsmaatschappij Waterland kunnen ze erover meepraten.

In 2017 bood een handvol Chinese partijen tot een miljard euro voor Attero, het afvalverwerkingsbedrijf dat Waterland drie jaar eerder voor minder dan de helft had gekocht. De Chinese bieders waren serieus, de verkoop vergevorderd.

„Maar van de ene op de andere dag was de Chinese interesse on hold”, vertelt Hans Scheepers, managing partner bij Waterland. On hold betekende afstel.

De afgeketste afvaldeal zou symbolisch blijken voor de stormachtige groei én plotselinge ineenstorting van Chinese investeringen in Nederland. Hadden Chinese bedrijven in 2011 net iets meer dan 1 miljard euro aan bezittingen in Nederland, zes jaar later was dat gestegen naar bijna 30 miljard, zo valt op te maken uit cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB). Om daarna weer met een paar miljard euro te dálen.

Wat kochten Chinese partijen in Nederland? En waarom doen ze nu bijna geen overnames meer?

Binnenlandse problemen

De belangstelling voor Attero kwam niet helemaal onverwacht. 2016, het jaar waarin Chinese partijen bij Waterland aanklopten om de afvalverwerker over te nemen, was het hoogtepunt van de Chinese investeringsdrift. Chinese foreign direct investments – directe investeringen en overnames – in de EU hadden in 2016 een waarde van 37 miljard euro, berekenden het Mercator-Instituut voor China Studies (Merics) en de Rhodium Group. Dat was een record.

De afvalsector was populair bij Chinese kopers. Een paar maanden voordat Waterland bezoek kreeg, had het Chinese overheidsbedrijf Beijing Enterprises de Duitse afvalverwerker Energy from Waste (EEW) ingelijfd na een biedingenstrijd met andere Chinese partijen. De koopsom bedroeg 1,8 miljard euro, inclusief schulden. In 2013 betaalde een Chinees consortium bijna een miljard voor het Nederlandse afvalverwerkingsbedrijf AVR.

Waarom waren afvalverwerkers zo gewild? Niet vanwege ambities de Europese markt te veroveren, Chinese kopers keken vooral naar de thuismarkt. Explosieve groei van de Chinese economie en import van buitenlandse afvalstromen hadden een afvalberg veroorzaakt die het land ver boven het hoofd groeide. Het gevolg daarvan was grootscheepse vervuiling van gronden en rivieren. Westerse technologie om efficiënt te recyclen en afval om te zetten in elektriciteit vormden een mogelijke oplossing.

Daarbij speelde nog iets anders, vertelt Scheepers van Waterland. Om aanbestedingen in China te winnen, moeten lokale bedrijven een track record kunnen laten zien, om hun bekwaamheid aan te tonen. Met de overname van een ervaren buitenlandse speler voldeden zij in één keer aan die voorwaarde. Dat kan verklaren waarom Chinese partijen agressief tegen elkaar opboden om afvalverwerkers in handen te krijgen.

Buitenlandse investeringen voor de binnenlandse markt: volgens Nan Su zijn meer Chinese overnames in Nederland zo te verklaren. Su heeft een adviesbureau dat Nederlandse en Chinese bedrijven aan elkaar koppelt. „China heeft veel binnenlandse problemen die het moet oplossen. Denk aan voedselvoorziening en milieu. Dan is het logisch om een Nederlands bedrijf te kopen dat een deel van die oplossing heeft.”

Het bedrijf van Su is gespecialiseerd in land- en tuinbouw, duurzaamheid en energie. In die sectoren hebben Chinese en Nederlandse bedrijven veel bij samenwerking te winnen, zegt ze. Su geeft als voorbeeld een bodemsaneringsbedrijf uit Dordrecht, dat in 2017 werd overgenomen door het Chinese Elion. Ook tussen Nederlandse en Chinese (glas-)tuinbouwers bestaan veel partnerschappen. Su: „Nederlandse bedrijven willen toegang tot de Chinese markt, terwijl China grote behoefte heeft aan specialistische kennis om lokale problemen te lijf te gaan”.

Containerterminal en drogisterijen

Nan Su groeide op in Beijing. Ze kwam in 2001 voor een studie economie naar Tilburg. Chinese studenten waren toen een zeldzaamheid in Nederland, vertelt ze.

Dat gold ook voor Chinese investeerders. Lange tijd waren Citic en Cosco, allebei staatsbedrijven, min of meer de enige Chinese ondernemingen die in het buitenland overnames deden of partnerschappen aangingen, vertelt Boudewijn Poldermans, sinoloog en consultant. Ook in Nederland. Cosco en Vopak stichtten in 1980 de joint venture Cross Ocean, een logistiek dienstverlener. Citic nam een belang in een distributiecentrum bij de Rotterdamse luchthaven Zestienhoven.

„Een beetje handel en logistiek”, zo vat Poldermans samen. „Dan had je het wel gehad.”

Dat veranderde rond de eeuwwisseling. Gesteund door de economische opmars van het thuisland kwamen Chinese partijen naar het westen, met bredere ambities bovendien. Nederland maakte kennis met het conglomeraat Hutchison Whampoa van zakenman Li Ka-shing (thuisbasis Hongkong), dat zowel containerterminal ECT als de drogisterijen van Kruidvat en Trekpleister overnam.

Echt goed op gang kwamen de Chinese investeringen en overnames pas in de jaren na de kredietcrisis, tonen de cijfers van DNB. Dat had te maken met de ambities van Chinese investeerders, maar óók met enthousiasme bij veel Nederlandse (en andere Europese) bedrijven. Die hadden Chinese partners nodig om toegang te krijgen tot de snel groeiende Chinese markt. Bovendien verkeerden Europese economieën in crisis. De Chinese miljarden waren dus meer dan welkom.

Via adviesbureaus als die van Nan Su, de Chinese ambassade en Chinese onderzoekers aan Nederlandse universiteiten vonden en vinden investeerders hier hun weg. Wat ze zochten? Bedrijven in land- en tuinbouw, logistiek en milieu dus. „Daarnaast zag je de aandacht de voorbije jaren verschuiven naar Nederlandse hightech, maakindustrie en ict”, zegt Poldermans.

Het likkebaardend kijken naar Chinese overnames en de prijzen die daarbij werden betaald, is echt verleden tijd

Een paar overnames vielen op. Chipfabrikant NXP verkocht Nexperia, een divisie die relatief eenvoudige halfgeleiders maakt, voor 2,4 miljard euro aan Chinese investeerders. Daarnaast kwamen onder meer schuifdakenfabrikant Inalfa, grondstoffenhandelaar Nidera, windturbineproducent Darwind en trailerverhuurder en leasemaatschappij TIP Trailer Services in Chinese handen.

De Chinese belangstelling bleek nog breder te liggen. Zo kocht het financiële conglomeraat Anbang verzekeraar Vivat, terwijl sportinvesteerder United Vansen van eigenaar Hui Wang voetbalclub ADO Den Haag overnam. Bovendien hebben Chinese investeerders veel onroerend goed gekocht en opgezet, vertelt Poldermans, waaronder het Holiday Inn in Leiden.

Ommekeer

Een besluit van de Chinese regering betekende de ommekeer. Van de ene op de andere dag stelde Beijing Chinese investeerders in het buitenland de facto onder curatele. Het was december 2017, en de golf aan buitenlandse overnames, vaak met veel geleend geld en tegen steeds hogere bedragen, baarde China grote zorgen. Als Chinese overnamemachines onder hun schulden bezweken, zou de financiële sector in China de klap krijgen.

Sindsdien is uitdrukkelijke toestemming nodig voordat Chinese banken internationale overnametransacties mogen financieren. Dat betekende dat het in één klap voorbij was met frivole aankopen, zoals die van het luxueuze Waldorf Astoria-hotel in New York door Vivat-eigenaar Anbang. Alleen ‘strategische overnames’ krijgen nog goedkeuring uit Beijing. Dat wil zeggen: overnames die passen binnen nationale vijfjarenplannen of ‘Made in China 2025’ –de eerste fase van een groot initiatief om van China overenkele decennia een technologisch hoogontwikkeld land te maken.

Maar ook strategische overnames zijn er niet of nauwelijks meer. Want wat is strategisch? „Het is moeilijk te voorspellen of een transactie toestemming krijgt uit China”, zegt Wibren Veldhuizen, partner bij advocatenbureau Baker McKenzie. Bovendien kan een oordeel volgens hem zomaar maanden op zich laten wachten. „Dat schrikt Nederlandse verkopers af. Waarom zou je al die moeite doen als succes zo onzeker is?”

Daarbij komt dat ook in grote delen van Europa het sentiment de laatste twee jaar is omgeslagen. Enthousiasme is wantrouwen en weerstand geworden.

Chinese bedrijven, die doorgaans staatsbezit zijn óf dicht tegen de overheid aanschurken, zijn behalve mogelijke partners immers óók concurrenten. Met moeilijk te doorgronden motieven bovendien. Vooral Chinese overnames van Europese hightech-bedrijven, zoals de Duitse roboticaspecialist Kuka in 2016, hebben argwaan gewekt. Wat als cruciale technologie in Chinese handen valt? Andersom zou China zo’n transactie nooit toestaan, beseffen Europese politici.

Kortom, Chinese partijen mogen alleen nog strategische overnames doen, terwijl díé juist op weerstand kunnen rekenen in Europa. Soms liggen ook de Amerikanen dwars. Zo blokkeerde CFIUS, de instantie die transacties beoordeelt op risico’s voor de nationale veiligheid, de overname van Philips-onderdeel Lumileds door het Chinees-Amerikaanse consortium GO Scale Capital.

Het gevolg is dat de Chinese dealflow sinds 2016 is stilgevallen, zegt Rob Oudman, directeur bij zakenbank Houlihan Lokey. „Fusie- en overnameadviseurs keken jarenlang likkebaardend naar de Chinese overnames en de prijzen die daarbij werden betaald, maar dat is echt verleden tijd”.

Sterker, sommige Chinese investeerders verkopen hun buitenlandse dochters, al dan niet noodgedwongen. Zo heeft het Chinese conglomeraat HNA Group trailerverhuurbedrijf TIP Trailer vorig jaar alweer van de hand gedaan en wil Anbang van verzekeraar Vivat af.

Presentie gegroeid

Dat betekent niet dat Chinese investeerders zich massaal terugtrekken. De golf aan overnames, investeringen en joint ventures uit de jaren na de kredietcrisis hebben de Chinese rol in de Nederlandse economie structureel vergroot. Ook indirect, bijvoorbeeld via de overname van het Zwitserse agrochemiebedrijf Syngenta door ChemChina, is de Chinese presentie in de Nederlandse economie gegroeid. Syngenta heeft diverse vestigingen in Nederland.

Ondanks de genoemde desinvestering hebben Chinese bedrijven nog voor ruim 26 miljard euro aan dochterbedrijven en vestigingen in Nederland, volgens DNB. Die cijfers zijn bovendien te voorzichtig, denkt Poldermans. „Veel gebeurt onder de radar. Overnames zijn sterk teruggelopen, maar Chinese bedrijven vestigen zich nog altijd in Nederland. Ze doen hier veel meer dan de meeste mensen weten.”