Chocolade goed voor je? Nutrifluff!

Wat eten we? In tijden waarin suiker de schuld krijgt van bijna alles, hangt er rond chocolade een aura van gezondheid.

Maandagochtend, je collega is jarig en trakteert. Je krijgt een schaaltje onder je neus geduwd met stukken pure chocolade, fruitgums en bananenschuimpjes. Je wilt eigenlijk niet snoepen, maar vooruit, eentje dan, het minst schuldgevoelopwekkende. Dan kies je een stukje chocolade, toch? We weten allemaal dat er in fruitgums 0 procent fruit zit. En bananenschuimpjes hoef je ook niet vanwege de kalium en vitamine B6 te eten. In chocola zitten tenminste nog, kom, hoe heten die stofjes ook alweer? Flavodinges. Theonogwattes.

Best vreemd eigenlijk dat in tijden waarin suiker de schuld krijgt van bijna alles, rond chocolade zo’n aura van gezondheid hangt. Uit een onderzoek door ABN Amro bleek onlangs dat Nederlanders minder suikerwaren zijn gaan eten, maar juist veel meer chocolade. Terwijl het aantal snoepwinkels sinds 2005 met een kwart is gedaald, is het vloeroppervlak van in chocolade gespecialiseerde winkels verdubbeld. Kennelijk zakken we niet langer door bij de filialen van Jamin, maar bij de vele chocoladewinkeltjes, chocolade-ateliers en bean-to-bar-chocolate-shops die hun plaats hebben ingenomen.

Imagebuilding

Wat is er gebeurd, dat chocolade niet als snoep, maar als een soort superfood wordt gezien? Je zou het een knap staaltje imagebuilding kunnen noemen. Of, nog zo’n marketingwoord: framing. Maar een veel mooiere term komt van de Amerikaanse voedselwetenschapper Marion Nestle. Op haar blog Foodpolitics heeft zij het over ‘nutrifluff’. Je begrijpt meteen wat ze bedoelt: het opkloppen van de resultaten van voedingsonderzoek waardoor het lijkt of één stofje het verschil kan maken tussen leven en dood.

Er zijn maar twee dingen voor nodig: een stapel wetenschappelijk onderzoek naar de gezondheidsbevorderende eigenschappen van chocolade – uiteraard gretig gefinancierd door de cacao-industrie. Plus media die hieruit vooral de positieve bevindingen citeren – als er niks gevonden wordt, is het immers geen nieuws. Is het zo misschien gegaan? Zijn wij hierdoor gaan geloven in chocolade als door de goden gezonden medicijn?

Lees ook: Kun je beter zien na het eten van donkere chocola?

Hoe heerlijk is het om zonder schuldgevoel het glanzende wikkel van een reep te mogen scheuren voor een betere bloedsomloop en tegen cognitieve achteruitgang, voor een stabielere bloedsuikerspiegel en tegen beroertes, voor een beter seksleven en tegen depressies? En hoe makkelijk om daarbij gewoon even te vergeten dat in die chocolade behalve een minimale hoeveelheid theobromine, flavonoïden, enzovoort ook flink wat ordinaire suiker en verzadigd vet zit?

Een stokoud verhaal wil dat de Azteekse keizer Moctezuma zo’n vijftig kopjes cacaodrank per dag nuttigde om zijn harem tevreden te kunnen houden. En naar verluidt gaf Madame du Barry haar minnaar Lodewijk XV bij wijze van afrodisiacum ook graag een kopje warme chocola. Mythevorming (nutrifluff!) rond chocolade is dus niks nieuws. Best handig om in gedachten te houden wanneer je zo’n schaaltje snoep gepresenteerd krijgt. Kun je als je toevallig dol bent op bananenschuimpjes gewoon voor een bananenschuimpje kiezen.