Recensie

Recensie Muziek

Adams’ ‘Become Desert’ laat je luisteren alsof je midden in een landschap staat

John Luther Adams’ machtige orkestwerk Become Ocean (2013) bezorgde hem een Pulitzer, een Grammy en wereldroem. Donderdag gaf het Rotterdams Phil. Orkest de Europese première van de sequel: ‘Become Desert’ (2017).

Componist John Luther Adams
Componist John Luther Adams Foto James Estrin NYT / HH
    • Joep Christenhusz

De Amerikaanse componist John Luther Adams (niet te verwarren met de John Adams van opera’s als Nixon in China) vertoeft het liefst in onherbergzame contreien. Ruim dertig jaar woonde hij in de wildernis van Alaska, waar de suizende poolwind hem een elementaire muziek van de aarde influisterde: kruiende texturen en uitgestrekte klankvelden, doortrokken van ecologisch engagement.

Een jaar of tien geleden verruilde Adams de toendra voor een studio in New York en een parttime nomadenbestaan in Midden-Amerika. In de Mexicaanse Sonorawoestijn, grenzend aan de Grote Oceaan, componeerde hij Become Ocean (2013), een machtig deinend orkestwerk dat hem een Pulitzer, een Grammy en instant wereldroem opleverde.

Donderdag bracht het Rotterdams Philharmonisch Orkest de Europese première van de lang verwachte sequel: Become Desert (2017). Adams’ woestijn doemt op vanuit ijle viool- en fluittonen (op het podium) om via traag verkleurende koorharmonieën (achter in de zaal) tergend langzaam aan te zwellen tot een loom zinderende klankwolk – trillende lucht boven de einder.

Vanaf het zijbalkon flakkert soms een gedempte trompet of een buisklok op als een streep zonlicht vanachter een rotswand. In pauken en grote trom klinkt tektonisch gerommel.

Frappante paradox: in Become Desert gebeurt hoegenaamd niets en toch schittert er van alles. Adams omhult je met klanken die je dwingen om je oren op standje buitenlucht te zetten, om te luisteren naar dichtbij en veraf, voor en achtergrond; als in een landschap.

Onder leiding van de Duitse dirigent Kevin John Edusei wisten een sterk Rotterdams Philharmonisch en Nederlands Kamerkoor die ruimtelijke werking maximaal uit te lichten met fraai uitgebalanceerde kleurschakeringen en texturen.

Benjamin Britten destilleerde zijn Four Sea Interludes uit zijn opera Peter Grimes. Ook hier speelt moeder natuur (nu de zee) een belangrijke rol, maar dan als decor voor het verstikkende drama dat ook zonder zang en tekst afstraalt op de noten.

Vanaf de eerste maat bleek Edusei een fijne antenne te hebben voor Brittens dubbelspel met sfeerschildering en onheilspellende ondertonen. Met heldere slag wapperde hij in ‘Dawn’ een toef zeeschuim uit de violen en het hout. Tegelijkertijd broeide het in het koper en de pauken. Opgetogen en ritmisch puntig verliep onder zijn hand het kerkbezoek in ‘Sunday Morning’, al beierden de buisklokken van naderend onheil.

Voor Love, love baby (2015) bewerkte Peter-Jan Wagemans materiaal uit zijn opera Andreas weent tot een betoverend ‘liedje’ voor orkest. Melodisch sterk, harmonisch rijk, tersluiks knipogend naar Copland en Europees fin-de-siècle. Prachtig hoe in de openingsmaten een klarinetsolo opbloeit uit het rappe gepluk van een contrabas. Jammer dat het stuk alweer eindigde, voordat het goed en wel begonnen was.

Lees ook dit interview met John Luther Adams