Roken en broeken dragen: het kan weer voor vrouwen in Soedan

Vertrek Bashir Sinds president Bashir twee weken geleden werd afgezet, durven Soedanezen weer net iets meer. De shishabar in Khartoum is weer open. „We moeten ons reinigen van het verleden.”

Een Soedanese demonstrant rent langs een recent gemaakte muurschildering in Khartoum. Sinds de afzetting van president Bashir tonen steeds meer graffiti kunstenaars hun werk in de straten van de Soedanese hoofdstad.
Een Soedanese demonstrant rent langs een recent gemaakte muurschildering in Khartoum. Sinds de afzetting van president Bashir tonen steeds meer graffiti kunstenaars hun werk in de straten van de Soedanese hoofdstad. Foto Ozan Kose/AFP

Onder president Omar al-Bashir hadden islamitische fundamentalisten dertig jaar lang de leiding in Soedan. Ze legden het volk gedragscodes op en monopoliseerden de economie. Sinds Bashir twee weken geleden is afgezet, kruipen Soedanezen langzaam uit hun schulp. In de hoofdstad Khartoum is de sfeer ontspannen. Na dertig jaar onderdrukking zien vrouwen en zakenmensen nieuwe mogelijkheden.

Vrouwen

In café Papa Costa in Khartoum paffen vrouwen de ene na de andere sigaret weg. Ze leunen tegen een witte muur, onder neonlicht. „Jarenlang konden we ons alleen hier vrij voelen”, zegt de jonge Amina als ze er weer een opsteekt. „Rookte je op straat dan kon de politie je oppakken voor onfatsoenlijk gedrag”, zegt de vrouw die anoniem wil blijven.

Vroeger was het ook een misdaad om in Papa Costa te zitten, nu durven steeds meer vrouwen zich hier te vertonen. Omar Mubarak, de eigenaar, noemt zijn café een vrijplaats. „Vrouwen dansen hier zelfs met mannen,” vertelt hij trots, „hier overtraden we stiekem de geboden van Bashir”.

Vrouwen zijn de groep die het volksverzet tegen Bashir hebben aangejaagd. „Ze zijn kwaad omdat ze het meest zijn onderdrukt”, zegt Ameera Osman. De 40-jarige vrouw leidt al vele jaren een groepje rebelse vrouwen tegen de puriteinse fundamentalisten. Haar strijdmiddelen waren haar broek en haar hoofddoek. Het dragen van een broek betekende een protest tegen de regering. Sinds Bashir weg is, dragen veel meer vrouwen in Khartoum een broek. Osman werd in 2002 nog vastgezet voor het dragen van een broek. Tien jaar later was de aanleiding haar weigering op straat een hoofddoek om te doen. Door ingrijpen van internationale mensenrechtenorganisaties werd een publieke geseling haar bespaard, maar de gecensureerde Soedanese media veroordeelden de rebelse dames als homo’s en hoeren.

Wij zijn al zo vaak gearresteerd dat we onze angst verloren

Ameera Osman

In Soedan hadden vrouwen altijd een veel gelijkwaardiger positie dan bijvoorbeeld in Saoedi-Arabië. De coup van Bashir maakte daar dertig jaar geleden een einde aan. „De fundamentalisten wilden onze Afrikaanse tradities vernietigen en de Arabische cultuur laten domineren”, vertelt Osman. „In Afrika hebben vrouwen rechten maar in de traditionele Arabische cultuur van nomaden worden vrouwen niet gerespecteerd. Ze hebben zoveel van onze tradities, zoveel van de Soedanese diversiteit vernietigd.”

Vrouwen mochten niet meer bij mannen in de bus zitten, voor bepaalde studies waarvoor ze zich bij veldonderzoek onder mannen moesten mengen kregen ze geen toestemming. Hun kledij, waar ze gingen eten: alles werd aan banden gelegd. De vrouw moest terug naar de keuken. „Daarom hebben wij altijd oppositie gevoerd”, lacht ze, „wij zijn al zo vaak gearresteerd dat we onze angst verloren”. Bij het begin van de demonstraties tegen het regime van Bashir, in december, gingen vrouwen op de straten zingen en roepen tot de mannen hun huizen uitkwamen en zich aansloten.

De losse alliantie van vakbonden en burgergroeperingen die Bashir begin deze maand verdreef, eist nu veertig procent van alle ministerposten in een overgangsregering op voor vrouwen. En alle discriminerende wetten en regels tegen vrouwen moeten de prullenbak in. Osman won de strijd maar verloor haar echtgenoot. „Hij kon het niet aanzien dat ik altijd zonder hoofddoek liep en is van me gescheiden.”

Zakenlui

In het Starcafé zuigt zakenman Omar Ismail Hasim aan een shishapijp. Tot voor kort was de waterpijp verboden.

De leider van de fundamentalisten, Hassan al-Turabi, was de drijvende kracht achter Bashirs staatsgreep van dertig jaar geleden. Zakenman Hasim ziet in hem de grote boosdoener van het project om de Soedanezen de intolerante vorm van islam op de leggen. „Turabi zei altijd: ‘Als je de bevolking onder de duim wil houden, dan moet je de economie controleren.’ En daar zijn de fundamentalisten in geslaagd.”

Alle banken, de transportsector en importbedrijven, alle geledingen van de economie kwamen in handen van de radicale religieuzen.

Hasim handelde in landbouwproducten maar werd uit de markt gedrukt. „Alleen aanhangers van de fundamentalisten kregen kansen. Ze hoefden minder belasting te betalen. Vrachtwagens van het leger of de politie vervoerden hun goederen. Zij kregen goedkope leningen en belastingontheffing. Daar kon ik niet tegen op concurreren.”

Alleen aanhangers van de fundamentalisten kregen kansen

Zakenman Hasim

Bij een interne machtsstrijd werd Turabi door Bashir in 1999 uit het regime gezet en de grote roerganger overleed in 2016. Maar de controle over de economie duurde voort, fundamentalistische generaals, ministers en militieleiders kregen ieder hun aandeel en verrijkten zich. „Ze creëerden hun eigen parallelle economie. Het werd steeds belachelijker, tot het fundamentalistische patronagenetwerk ineenstortte door gebrek aan dollars en de koers van de dollar van 12 naar 75 Soedanese ponden kelderde. De economie was geruïneerd. Die crisis leidde tot volksrevolutie.” Nu Bashir weg en Soedan in een overgangssituatie zit, denkt Hasim dat hij en andere zakenlui gelijke kansen krijgen.

Vindt Hasim dat er koppen moeten rollen? „Soedanezen vergeven van nature gemakkelijk, maar onder Bashir is het met corruptie en wanbeleid te ver gegaan. Dit regime is het ergste wat de Soedanezen sinds de onafhankelijkheid is overkomen. De schuldige zakenlui moeten worden berecht.” Hij neemt nog en trekje van zijn shishapijp en maant zijn kinderen over de telefoon om vanavond weer te gaan demonstreren voor het ministerie van Defensie. „We moeten ons reinigen van het verleden, dan pas kunnen we de vruchten van de revolutie plukken.”