Opinie

Verklaring van orkest en Gatti haalt iedereen onderuit

Koninklijk Concertgebouworkest

Commentaar

Op 26 juli 2018 werd dirigent Daniele Gatti in The Washington Post door twee sopranen on the record beschuldigd van grensoverschrijdend seksueel gedrag, in 1996 en 2001. Al snel, op 2 augustus, maakte het Koninklijk Concertgebouworkest bekend dat het de relaties met zijn chef-dirigent Gatti beëindigde. In reactie op het artikel in The Washington Post had een aantal vrouwelijke leden van het Concertgebouworkest verklaard vergelijkbare ontoelaatbare ervaringen met hem te hebben. De chef-dirigent ontkende alles en maakte excuses voor het geval hij per ongeluk toch over de schreef was gegaan. Er werd gewezen op het gebrek aan bewijs. Dat is altijd het probleem: seksueel machtsmisbruik voltrekt zich doorgaans zonder getuigen en het voordeel van de twijfel is altijd voor de vermeende dader. Echter, sinds #MeToo kan niemand er meer omheen dat meerdere aanklachten serieus genomen dienen te worden als aanwijzing voor structureel ongepast gedrag. Een half jaar later viel het doek, toen orkestdirecteur Jan Raes verklaarde dat noch gesprekken met Gatti noch met de orkestleden het vertrouwen hadden kunnen herstellen.

Het conflict mondde deze week uit in een informatiearm persbericht. Orkest en Gatti meldden „verheugd […] dat het ongenoegen tussen beide partijen na uitvoerig overleg is opgelost”. In het persbericht ontbreekt een verwijzing naar het voortijdige afscheid van Gatti. Het wijdt ook geen woord aan de beschuldigingen van seksueel machtsmisbruik die daarvoor de aanleiding waren.

Dat is vreemd. Want: als er niets aan de hand was, waarom moest Gatti dan weg? En was er wel iets mis, waarom worden dan de slachtoffers geschoffeerd door hun ervaring ongenoemd te laten?

Juridisch zal de overeenkomst van Gatti met het Concertgebouworkest diens ontslag afdoende afdichten en de gang naar de rechter voorkomen. Het bijbehorende persbericht wil rechtbreien maar het haalt iedereen onderuit. Enerzijds de vermeend ongepast bejegende orkestleden die zich blijkbaar door hun werkgever te weinig beschermd voelden om anders dan anoniem te getuigen. Anderzijds de als chef- dirigent verwijderde Daniele Gatti die zuinig wordt bedankt voor bewezen diensten en als zoenoffer de onbeargumenteerde uitgave van twee cd’s en een dvd van zijn werk krijgt aangeboden.

Gatti zal „altijd herinnerd worden als de zevende chef-dirigent” schrijft het persbericht. Dat is geen herinnering, dat is een feit. Meer is er niet.