Uitgestorven reuzenroofdier ging op zijn tenen achter de olifanten aan

Paleontologie Veertig jaar lagen de fossielen in een museum in Nairobi. Nu blijkt dat de botten een onbekend roofdier toebehoren: Simbakubwa.

Tekening van Simbakubwa.
Tekening van Simbakubwa. Foto Maurico Anton

Groter dan een ijsbeer, met hoektanden als steakmessen. In Oost-Afrika leefde 22 miljoen jaar geleden een vleeseter van mogelijk 1.500 kilo. Het zoogdier stond aan de top van de voedselketen en joeg mogelijk op olifantachtigen en neushoorns – in zijn eentje.

Twee Amerikaanse onderzoekers beschreven het roofdier vorige week in het Journal of Vertebrate Paleontology aan de hand van tanden, onderkaak en enkele botten zoals het hielbeen en opperarmbeen. Ze doopten het roofdier Simbakubwa kutokaafrika, ‘grote leeuw uit Afrika’ in het Swahili.

Geen leeuw

Simbakubwa is geen leeuw, zelfs geen katachtige, maar een hyaenodont. Hyaenodonten zijn een uitgestorven groep vleesetende zoogdieren. Ze zijn niet verwant aan moderne vleeseters zoals hyena’s, honden, leeuwen en beren, maar vormen een eigen tak in de zoogdierenstamboom. In het late Mioceen (tussen 11 en 5,3 miljoen jaar geleden) stierven de laatste hyaenodonten uit.

De fossielen van Simbakubwa zijn al begin jaren 80 opgegraven in Meswa Bridge, in het westen van Kenia. De botten en tanden lagen veertig jaar in het Nationaal Museum in Nairobi zonder dat iemand ze ooit beschreven had.

Boven: schedel van een moderne leeuw. Onder: onderkaak van Simbakubwa. Foto JVP

De tanden zijn vrijwel puntgaaf. Gezien de geringe slijtage vermoeden de onderzoekers dat het gaat om een exemplaar gaat dat jong gestorven is.

De paleontologen reconstrueerden de omvang van Simbakubwa op basis van de tanden. Afhankelijk van de tand en het rekenmodel komen ze uit op een gewicht van 280 tot 1.554 kilo. Daarmee was Simbakubwa op z’n minst zo groot als een leeuw, mogelijk groter dan een ijsbeer. Het was in ieder geval een hypercarnivoor: een vleeseter die zich hoofdzakelijk voedt met vlees.

Op z’n tenen

Op basis van de vorm van het hielbeen denken de paleontologen dat Simbakubwa op z’n tenen liep, net zoals moderne katten en honden doen (in digitigrade positie). Dat is kenmerkend voor roofdieren die in relatief open landschappen leven. Roofdieren besparen met deze loophouding energie voor lange zwerftochten. In dichtbegroeide bossen bewegen roofdieren zich vaker plat op hun voeten voort, zoals beren doen (plantigrade positie).

Een vleeseter van het formaat Simbakubwa kon ook grotere prooien aan dan moderne, sociale katachtigen. Als grote jager was Simbakubwa wel kwetsbaar voor fluctuaties in het aantal prooidieren.

Voorouders van katten

De tijd dat Simbakubwa leefde, 22 miljoen jaar geleden, was een tijd van grote uitwisseling tussen continenten. Door plaattektoniek waren Afrika en Arabië tegen Europa en Azië aan komen te liggen. Reusachtige hyaenodonten, verwanten van Simbakubwa, trokken vanuit ‘Afro-Arabië’ Europa en Azië in. Omgekeerd kwamen de kleinere voorouders van katten, hyena’s en wolven Afrika binnen.

Hyaenodonten dolven uiteindelijk het onderspit in de competitie met deze vleeseters. Mogelijk lukte het samenwerkende carnivoren steeds vaker karkassen af te troggelen van solitaire hyaenodonten.