Parkeren levert gemeente fors meer geld op na verhoging van tarieven

Parkeren Geld dat wordt opgehaald met parkeertarieven wordt niet langer besteed aan onderhoud van wegen of nieuwe parkeerplaatsen

De parkeerinkomsten zijn dit jaar geraamd op 47,5 miljoen euro. Foto Getty Images
De parkeerinkomsten zijn dit jaar geraamd op 47,5 miljoen euro. Foto Getty Images

Parkeren wordt een steeds grotere inkomstenbron voor de gemeente Rotterdam. In 2015 leverde de stalling van auto’s de gemeente ruim 15 miljoen euro op. Dit jaar is dat naar verwachting 47,5 miljoen euro, blijkt uit de begroting.

De stijging komt deels door het verhogen van de prijzen voor parkeervergunningen. Betaalden Rotterdammers voorgaande jaren 5,60 euro per maand voor een vergunning, inmiddels is dat 9,60 euro. Door de strenge controles van de scanauto’s steeg de afgelopen jaren ook het aantal automobilisten dat een parkeerkaartje koopt. Ook het aantal bezoekers steeg en de kosten daalden door het verdwijnen van veel parkeerautomaten.

Het parkeerbeleid staat binnenkort op de agenda van de raadscommissie. De fractie van Denk wil dat de verhoging van de parkeervergunningen wordt teruggedraaid. „Rotterdammers voelen zich bestolen”, volgens Denk-raadslid Faouzi Achbar. „Dat is het sentiment dat leeft.”

Automobilist gestraft

Tot 2015 was vastgelegd dat de parkeeropbrengsten moesten worden uitgegeven aan het onderhouden en creëren van parkeerplekken en garages en bijvoorbeeld het handhaven van betaald parkeren. Sindsdien is de parkeerwinst drie keer zo hoog, maar belandt deze bij de algemene middelen. Het bedrag kan daardoor gebruikt worden om de ambities van het stadsbestuur te bekostigen. „Het stimuleren van gebruik van fiets en openbaar vervoer is één van die ambities”, schreef het stadsbestuur onlangs op vragen van Achbar „De automobilist wordt nu gestraft zodat het college zijn ambitie kan realiseren. Ik ben verbaasd dat coalitiepartij VVD dit beleid voert”, zegt het Denk-raadslid.

Gratis parkeren is geen oplossing voor Rotterdam; lees dit eerdere opinie-artikel

VVD-raadslid Dieke van Groningen is echter niet blij dat de groene ambities van het college deels worden opgehoest door automobilisten. „Maar ik ben niet naïef. Vooral de energietransitie kost heel veel geld. We hebben de miljoenen dus hard nodig”, zegt zij. De VVD stemde toch in met de duurdere parkeervergunning op voorwaarde dat er extra parkeerplekken bij zouden komen in Kralingen en Rotterdam-Noord. Automobilisten uit deze wijken hebben vaak grote moeite om een parkeerplek te vinden. „De prijzen gaan omhoog, maar dan kunnen de automobilisten in elk geval hun auto kwijt”, zegt Van Groningen. Om hoeveel extra plekken het concreet gaat, is niet bekend.

In het centrum verdwijnen juist parkeerplekken op straat, zegt Van Groningen. De VVD wil dat de gemeente onderzoekt of bewoners hun auto daar voor hetzelfde tarief in een parkeergarage kunnen stallen. „Zo ga je slim om met de ruimte en de mogelijkheden”, zegt Van Groningen. „Het is een illusie om te denken dat inwoners hun auto de deur uit doen.”

Dat klopt: ondanks dat parkeren fors duurder is geworden, heeft de gemeente geen aanwijzing dat Rotterdammers daardoor hun auto de deur uit doen. „Er is geen algemene daling van het aantal parkeervergunningen waar te nemen”, laat de woordvoerder van wethouder Judith Bokhove (mobiliteit, GroenLinks) weten. In totaal zijn er 73.400 parkeervergunningen voor bewoners en 18.800 vergunningen voor bedrijven afgegeven.

Gemeentelijke garages

Het grootste deel van de inkomsten is afkomstig van parkeren op straat. Parkeerkaartjes voor bewoners, bezoekers en parkeerboetes leveren de gemeente naar verwachting bijna 70 miljoen euro op. Voor het stallen van de auto in een van de parkeergarages, parkeren bij een P+R en fietsparkeren, legt de gemeente juist geld toe; ruim 20 miljoen euro. De gemeente wil dat zoveel mogelijk automobilisten hun wagen stallen in parkeergarages of bij een P+R in plaats van op straat. Het aantal gestalde auto’s in gemeentelijke garages steeg de eerste drie maanden van 2019 naar 292.000, dat is 12 procent meer dan in het eerste kwartaal van vorig jaar.