Gratis ov moet Luxemburg vlot trekken

verkeersinfarct Luxemburg lijkt soms één grote verkeersopstopping. Nu wil de regering het openbaar vervoer gratis maken. Is dat de oplossing?

Automobilisten staan in de file tijdens de ochtendspits in Luxemburg.
Automobilisten staan in de file tijdens de ochtendspits in Luxemburg. Foto Jasper Juinen/Bloomberg

„Je hebt een goede reis gehad?”, vraagt Constance Carr. Het klinkt sceptisch. Ze loopt de trap op van de bibliotheek van de Universiteit van Luxemburg, waar ze werkt. Een deel van de universiteit ligt sinds een paar jaar hier, in Esch-sur-Alzette, op twintig kilometer van Luxemburg Stad.

Het antwoord op haar vraag kent Carr eigenlijk al. Volgens navigatie-apps moet je hier met de auto in zeventien minuten zijn vanuit de hoofdstad. „In werkelijkheid is het, zeker in de spits, eerder een uur.”

Je zou denken dat Carr, post-doc stadsgeografie aan de universiteit en sinds ruim vijf jaar inwoner van Luxemburg, enthousiast is over het nieuwste voornemen van de Luxemburgse overheid: over een jaar wordt openbaar vervoer in het land gratis.

Het plan, in december aangekondigd, trok aandacht van over de hele wereld. Luxemburg zou – na Estland – het tweede land ter wereld zijn dat dit doorvoert. Gratis openbaar vervoer zou onder meer kunnen helpen tegen de ernstige verkeersopstoppingen, wat de hevige luchtverontreiniging weer zou verminderen, claimen voorstanders.

33 uur in de file

Maar is gratis vervoer echt de oplossing? Carr, die een kritisch opiniestuk over het plan schreef, betwijfelt of dit met de huidige staat ervan een goed idee is. „Het openbaar vervoer is nu heel slecht. Hoe gaat het straks dan zijn? Hoe moet dat als het nóg drukker wordt? Wil je mensen uit de auto krijgen, dan moet het ov niet alleen goedkoper, maar ook betrouwbaar, sneller en comfortabel zijn.”

Het kleine Luxemburg kampt doordeweeks met een nationaal verkeersinfarct. Dan komen zo’n 200.000 forenzen van over de grens het land in, terwijl Luxemburg zelf nog geen 600.000 inwoners heeft. Het lot van een klein land met een goed lopende economie, legt politiek journalist Yannick Lambert van de Luxembourg Times uit. Instellingen van de Europese Unie zijn er gevestigd, plus zo’n 140 banken, en de laatste jaren trokken ook techbedrijven als Amazon en Paypal naar het groothertogdom. Dat aantrekkelijke vestigingsklimaat heeft ook een nadeel, zegt Lambert. „De huren zijn hier hoog en het aantal huizen is beperkt, waardoor veel werknemers over de grens wonen.”

Hun favoriete vervoermiddel is de auto. Het gebruik ervan werd lang aangemoedigd en de brandstofprijzen liggen een stuk lager liggen dan in andere Europese landen. Luxemburg heeft van alle EU-landen het hoogste aantal auto’s per inwoner. In 2017 stond het vijftiende op de lijst van landen met de ergste files ter wereld, met forenzen die jaarlijks zo’n 33 uur in files doorbrengen.

„De auto is hier een statussymbool, mensen rijden zelfs 100 meter om hun kind naar school te brengen,” zegt Carr. De overheid probeert daarom al jaren reizigers het openbaar vervoer in te krijgen. Bussen, treinen en trams worden hevig gesubsidieerd. Kaartjes zijn 2 euro voor twee uur, 4 voor een dag door heel het land.

Er zijn nieuwe treinen, maar ze bewegen niet

Constance Carr, ov-klant

De overgang naar volledig gratis openbaar vervoer is dus niet heel groot, vertelt woordvoerder Dany Frank in het kantoor van de minister van Mobiliteit. Toch vond de overheid het belangrijk deze stap te zetten. Allereerst als „sociale maatregel”, aldus Frank: „Hiermee hopen we mensen met lage inkomens nog meer bij te staan.” Als het ook helpt om mensen uit de auto te krijgen, is dat een „kers op de taart”.

Maar volgens Carr en andere critici is het plan onzalig zolang het Luxemburgse openbaar vervoer minstens zo traag is als de auto. Cijfers lijken haar gelijk te geven; zo werd in 2017 één op de veertig treinritten geannuleerd. Carr, die dagelijks het openbaar vervoer naar haar werk neemt, overwoog regelmatig een rijbewijs te halen. „De treinen zijn overvol, staan regelmatig stil of worden zonder bericht geannuleerd.” Ook bussen blijken zelden op tijd te zijn.

De vorige regering, ook al een alliantie van liberalen, groenen en sociaal-democraten, kocht nieuwe treinstellen, nieuwe bussen en begon met de aanleg van een tram in Luxemburg Stad. Er kwamen parkeerplekken bij de grenzen om makkelijk over te stappen op treinen, er kwamen elektrische huurfietsen en er is flink geïnvesteerd in uitbreiding en verbetering van de spoorwegen. Carr concludeert sarcastisch: „Er is nu gratis wifi op mooie stations, er zijn nieuwe, schone en comfortabele treinen en bussen. Het probleem is: ze bewegen nog altijd niet.”

Toch denkt de regering met nóg beter, en nu ook gratis openbaar vervoer het verschil te kunnen maken. Woordvoerder Dany Frank vertelt enthousiast over de ‘Multimodale hubs’ die in aanbouw zijn, waar makkelijk tussen fiets, tram, bus, trein en auto gewisseld kan worden. Autodelen wordt aangemoedigd, er komen aparte busbanen, scholen zullen mogelijk later beginnen, en er komt een app waarop je realtime kunt zien welk vervoersmiddel de snelste keuze naar je bestemming is en hoe groot je ecologische voetafdruk dan is.

Journalist Lambert is niet onder de indruk. Hij vermoedt dat er nog iets meespeelt bij de keuze voor gratis openbaar vervoer: imago. „Voor velen kleeft vooral het beeld van belastingparadijs aan ons land. Dit is goede marketing voor Luxemburg in het buitenland. Luxemburg wil graag pionier zijn in allerlei dingen.”

De halte op tien minuten van het ministerie van Mobiliteit toont wat hij en Carr bedoelen. De bus, de nieuwe tram en elektrische fietsen waarmee je de nieuw aangelegde fietspaden direct op kunt, komen er samen in een gloednieuw, modern uitziend complex waar je precies kunt zien wanneer je vervoer aankomt. Maar de borden waarop in real time de vertrektijden worden aangegeven, komen niet overeen met de vertrektijden van het rooster, én niet met de daadwerkelijke aankomst van de bussen. De bus komt als hij komt, de passagier wacht af.