Gebrek aan ‘ethisch leiderschap’ bij top Openbaar Ministerie

Vertrouwenscrisis OM De commissie-Fokkens velt een hard oordeel over de leiding van het Openbaar Ministerie. Het OM greep niet in na hardnekkige geruchten over een geheime liefdesrelatie tussen twee topmagistraten.

Oud-hoofdofficier Marianne Bloos, onderzoeker Jan Watse Fokkens en hoofdofficier van justitie Marc van Nimwegen.
Oud-hoofdofficier Marianne Bloos, onderzoeker Jan Watse Fokkens en hoofdofficier van justitie Marc van Nimwegen. Foto’s ANP

De top van het Openbaar Ministerie heeft jarenlang hardnekkige geruchten dat twee topmagistraten een intieme relatie onderhielden ten onrechte genegeerd. Het ontbrak bij de leiding van het OM aan „ethisch leiderschap”. Daardoor is schade toegebracht „aan het gezag van en het vertrouwen in het College van procureurs-generaal”.

Dit stelt de commissie die een jaar lang onderzoek heeft gedaan naar integriteitsschendingen binnen het OM. Het ging om een relatie tussen Marc van Nimwegen, voormalig procureur-generaal en hoofdofficier van justitie in Rotterdam, en Marianne Bloos, hoofdofficier van justitie van het functioneel parket.

De onderzoekscommissie stond onder leiding van voormalig procureur-generaal bij de Hoge Raad Jan Watse Fokkens. Het OM heeft donderdag het rapport gepresenteerd. Eén hoofdstuk wordt niet openbaar gemaakt vanwege „privacygevoelige informatie”. Het OM maakte na de publicatie bekend dat Van Nimwegen geschorst is. Het buitengewoon verlof van Bloos is verlengd.

Pas onderzoek door publiciteit

De commissie-Fokkens werd in 2018 ingesteld naar aanleiding van artikelen in NRC waarin melding werd gemaakt van spanningen in de top die ontstonden toen voormalig procureur-generaal Marc van Nimwegen een affectieve relatie kreeg met de hoofdofficier van justitie van het functioneel parket, Marianne Bloos. De onderzoekscommissie hekelt het dat de OM-leiding dit pas ging onderzoeken toen NRC bekendmaakte te gaan publiceren over deze kwestie.

Fokkens concludeert dat Van Nimwegen en Bloos inderdaad een jarenlange intieme relatie hebben verzwegen binnen het Openbaar Ministerie. Er zijn „sterke aanwijzingen” dat zij al in 2011 „een affectieve relatie hadden”. Dat betrokkenen dit ontkennen, heeft de commissie „niet kunnen overtuigen”. Pas in april 2016 heeft Van Nimwegen tegenover de leiding van het OM de relatie opgebiecht.

De constatering van Fokkens betekent dat Van Nimwegen in 2011 als procureur-generaal zijn ‘geheime’ minnares Bloos benoemde tot hoofdofficier van justitie. Er is volgens Fokkens daarom „twijfel of de procedure bij de voordracht van Bloos is doorlopen in overeenstemming met normen van integriteit”.

Fokkens concludeert ook dat in maart 2014 Van Nimwegen in nadrukkelijke opdracht van de leiding van het ministerie van Veiligheid en Justitie door de toenmalige OM-baas Herman Bolhaar is overgeplaatst naar Rotterdam om daar hoofdofficier van justitie te worden. Dit gebeurde omdat het departement „de voortdurende geruchten” over intieme relaties van Van Nimwegen zat was. De overplaatsing gebeurde ook omdat men bang was dat „NRC over de geruchten ging publiceren” en daardoor „de integriteit van de leiding van het OM ter discussie zou komen te staan”. Bolhaar en Van Nimwegen hebben steeds gezegd dat de overplaatsing voortvloeide uit „normale loopbaanontwikkeling”. Door de overplaatsing hadden Bloos en Van Nimwegen dezelfde rang en dan was de relatie niet erg, oordeelde Bolhaar destijds.

Samen op dienstreis

Fokkens laakt dat Van Nimwegen en Bloos in 2012 regelden dat ze samen op dienstreis konden naar Thailand voor een internationaal congres van aanklagers. De commissie schrijft dat het „niet passend” was dat Bloos heeft geprobeerd om voor haar en Van Nimwegen twee dagen een ander hotel te boeken, uit het zicht van andere OM’ers.

Lees alle stukken terug over de problemen binnen het Openbaar Ministerie in het dossier Vertrouwenscrisis OM

Uit het onderzoek is ook gebleken dat Van Nimwegen het softwarebedrijf van zijn zwager en zus, Hireserve, heeft voorgetrokken. Hij had intern laten weten dat die firma „als eerste uit de aanbestedingsprocedure” moest komen. Ook de verlenging van een contract verliep onrechtmatig. De commissie heeft ook vastgesteld dat Van Nimwegen in 2005 een intieme relatie had met „een aan hem ondergeschikte officier van justitie”. Deze vrouw, Heleen Rutgers, werd vorig jaar benoemd tot hoofdofficier van justitie in Den Bosch.

In het rapport staat dat Van Nimwegen zich heeft verzet tegen het onderzoek naar zijn intieme verhoudingen „vanwege het privé karakter van relaties”. De commissie is het daar niet mee eens. Verhoudingen kunnen collegiale verhoudingen schaden. „Een dergelijke relatie kan gevolgen hebben voor de integriteit en het functioneren van de leiding van de organisatie”.

Onderzochte affaire geen incident

Veel gesprekspartners hebben er bij de commissie op aangedrongen ook met algemene aanbevelingen te komen om de ‘angstcultuur’ te doorbreken binnen het OM (5.000 medewerkers). Fokkens zegt dat er „omvangrijke” problemen zijn die wel per parket verschillen. „Het gegeven dat onvrede, roddels en lekken vanuit de organisatie uiteindelijk via de pers naar buiten zijn gekomen […] illustreert dat het zelfreinigend vermogen van de organisatie niet toereikend is.”

Fokkens schrijft dat de onderzochte kwestie niet als incident mag worden beschouwd. De affaire moet worden benut ,als een serieus en krachtig signaal om de handen uit de mouwen te steken’’. Het OM moet „een behoorlijke slag maken” om het vertrouwen buiten en binnen de eigen organisatie te herstellen. De commissie denkt wel dat de huidige leiding van het OM zich nu ervan bewust is dat er dringend moet worden gehandeld omdat „de publicaties in de NRC een schokeffect hebben gehad”.