Recensie

Recensie

De Mazda 3 is een nogal Italiaanse Japanner

Autotest

De Mazda 3 lijkt op de Giulietta, ziet . De stoere jongensauto rijdt met weinig kracht verrassend hard.
De Mazda 3 bij Adrie Jonk in Purmerend.
De Mazda 3 bij Adrie Jonk in Purmerend. Foto Merlijn Doomernik
    • Bas van Putten

Welke rol kan de Mazda 3 in de Golf-klasse voor zich opeisen? Zijn speelveld is beperkt. Tegen de Golf, de nieuwe komt eraan, heeft hij niks in te brengen; die Duitse orde is per definitie onverbeterlijk. De Focus is er voor de Ford-mensen, de Renault Mégane en Peugeot 308 dienen de francofiele mainstream. De Toyota Corolla hengelt milieubewuste voorbeeldburgers binnen, terwijl de sales-boys in hun Volvo V40’s reikhalzend uitzien naar een grotere Volvo ofwel de gedroomde BMW. Zo blijft er in dit genre van de taart, die door de opmars van de suv toch al niet heel hard meer wil rijzen, voor Mazda maar een piepklein partje over.

Mazda nam de juiste beslissing; het laat de 3 voor Alfa Romeo inspringen. Ik vermoed dat het bij Mazda veel over de wegkwijnende Alfa Giulietta is gegaan, die nooit helemaal het feestelijke Golf-alternatief werd dat de compacte Italiaan in zijn soort had moeten zijn. In dat perspectief kan een sportieve Mazda het visitekaartje worden voor een merk dat toch een tikje is getekend door de run op zijn voortreffelijke maar bedaagde suv’s voor nette ouderen. En als hij goed genoeg is, hoeft de importeur maar drie 3’s te verkopen. Ze bouwen hem voor de journalisten, niet voor de klant. Waarom? Omdat onze lof zal maken dat bejaarden nog meer Mazda-suv’s aanschaffen, want zijn glorie straalt dan toch mooi op die dikke dozen af. Zo werkt marketing.

Een soort Japanner

De Japanners zouden geen Japanners zijn als ze hun opdracht niet bijna letterlijk hadden genomen. In de Mazda-designstudio heeft een Alfa-fan na een grandioze Giulietta-improvisatie van de baas alleen de Alfa-grille hoeven uitgummen. Zijn minder dweepzieke collega’s wisten er met enige retouches uit de grabbelton met huisgemaakt designvocabulaire toch nog een soort Japanner van te maken, maar door de camouflage heen zie je het rolmodel de marsroute bepalen. De grafiek van de oplopende zijruiten is net geen Giulietta-plagiaat. Hij heeft Alfa-achterlichten, bloeddorstig donkerrode booskijkers met ronde led-oogjes. Van de loodgrijze 18 inch-velgen, die in het Grote Verhaal van aanvallen en scoren onontbeerlijk zijn, zal de door de grijze golf verslagen Mazda-dealer met herboren zelfbewustzijn tegen ex-Alfisten zeggen: „Die maken hem helemaal af, mijnheer.” Twee uitlaten ter linker- en ter rechterzijde zeggen on-Japans brutaal waar het op staat: ik, hot hatch.

Niet overdrijven Mazdaatje, denk je dan, daar ben je met je 122 paarden uit een viercilinder zonder turbo net te min voor. Van die scepsis ben je snel genezen. Een stug en uitzonderlijk stabiel onderstel geeft zowaar enig fundament aan het luchtkasteel van Mazda’s Jinba Ittai-filosofie, die ‘de eenheid tussen paard en ruiter’ voorstaat. De 3 stuurt superieur met veel gevoel en de op papier ouderwetse zestrapsautomaat – acht is de norm – mobiliseert de trekkracht onverwacht alert. Hoe verrassend met zo weinig kracht zo hard te kunnen rijden.

Hij is er voor de stoere jongens, dat is duidelijk. Die zullen de fraaie en hoogwaardig afgewerkte binnenhuisarchitectuur niettemin om één reden vervloeken. De bestuurdersstoel zit mooi laag, maar de portierrand zit te hoog. Een man wil daar, rechterhand losjes op het stuur, zijn linkerarm op kunnen laten rusten. Voor de meisjes, die niet kijken; voor zijn gekwetste ego, dat ze knarsetandend naar de BMW’s van anderen ziet kijken. Stom.

Zelf ben ik ook stom. Ik test de achterbank, sla de deur dicht, en dan kan ik er goddomme niet meer uit. Kinderslot. Zijn we mooi klaar mee. De huisgenoten die ik had kunnen bellen zijn afwezig en de telefoon waarmee ik dat had kunnen doen ligt binnen. Hoe ik via het krappe gat tussen de voorstoelen mezelf bevrijdde, daar had Houdini een punt aan kunnen zuigen, hoewel de spierpijn leert dat ook ik rijp ben voor een Mazda-SUV.

Tot slot: Dit was de eerste Japanner in mijn autocarrière die iets scheen te mankeren. Op de eerste, warme testdag leek de airco ook met alle ventilatieroosters wijd open weinig meer in huis te hebben dan een lauwe koelte. Wanhopig zocht ik in het instructieboekje naar een verklaring die de auto vrij zou pleiten, zo ver gaat mijn vertrouwen in Japanse perfectie. Geduld, hij doet zijn werk gewoon iets langzamer dan de ijskoude windmachines van voorheen. Scheelt energie en CO2-uitstoot, vandaar. Iets arctischer mag, Mazda. Maar ik vergeef hem de zwakte. Hij doet al zoveel wél goed.