De snelweg is veilig, maar er vallen wel doden

Verkeersveiligheid In drie dagen tijd kwamen op de Nederlandse snelweg negen mensen om het leven. De auto’s waarin ze zaten waren allemaal gebotst op stalen palen in de berm.

De Nederlandse snelwegen behoren tot de veiligste ter wereld, maar dat betekent niet dat ze ongevaarlijk zijn. In drie dagen tijd kwamen afgelopen week negen mensen om het leven. En bij alle drie de ongevallen kwamen de auto’s in botsing met stalen palen waar matrixborden aan hangen.

Rijkswaterstaat stelt een onderzoek in. „Dat doen we bij alle ongevallen. We kijken naar de omstandigheden en naar de weginrichting ter plaatse, en jaarlijks bekijken we of we met de bevindingen iets moeten”, zegt een woordvoerder.

Maandag tolde in alle vroegte op de A28 bij Staphorst een auto over de vangrail, knalde tegen een paal en kwam op z’n kop terecht. Een 19-jarige vrouw uit Deventer, de bestuurder, kwam om het leven. Enkele uren later verongelukten vier mannen, twintigers, uit Apeldoorn toen hun auto ter hoogte van een afrit op de A1 bij Deventer van de weg raakte en ook tegen een matrixbordpaal botste. Vervolgens stierven in de nacht van dinsdag op woensdag op de A12 bij Den Haag vier jongeren; drie uit één familie en hun aanstaande zwager. Hun auto raakte van de weg en kwam tussen een matrixpaal en een geluidswal terecht, achter de vangrail, totaal verwrongen.

Verkeerskundigen zijn geschokt, maar speculeren liever niet over mogelijke oorzaken. Dit lijkt toeval. Wel willen ze allemaal gezegd hebben dat de inrichting van snelwegen er juist op is gericht dit soort eenzijdige ongevallen te voorkomen, of althans de ernst te beperken. „Normaal gesproken zijn er vangrails om te voorkomen dat auto’s ook bij hoge snelheden in de berm schieten”, zegt een woordvoerder van de ANWB. Op wegen waar je honderdtwintig of honderddertig kilometer per uur mag rijden, viel in 2017 ‘slechts’ 7 procent van het aantal verkeersdoden.

De mooiste berm is een lege berm

De veiligheid is op snelwegen gediend met lege bermen, legt John Boender uit, verkeerskundige bij CROW, kenniscentrum voor infrastructuur, verkeer en openbare ruimte. „De mooiste berm is een lege berm. We spreken vaak over een vergevingsgezinde berm. Die maakt dat een automobilist na het maken van een fout weer rustig kan terugkeren naar de rijbaan.” Bermen langs snelwegen zijn in Nederland dertien meter breed. „Uit onderzoek blijkt dat voertuigen vrijwel nooit verder dan die afstand terecht komen”, zegt Boender.

Helaas zijn bermen niet altijd leeg. Er zijn bomen of greppels, er staan lichtmasten of palen voor borden met bewegwijzering of voor matrixborden, waarop mededelingen worden gedaan, zoals de beschikbaarheid van een rijstrook of de maximumsnelheid. Lichtmasten zijn vaak afbreekbaar. Ze breken als je er tegenaan rijdt. Bij zware constructies is dat niet mogelijk. Die worden daarom veelal afgeschermd door vangrails van minimaal vijftig meter lengte; de afstand die nodig is om in te deuken, om te krullen en een auto die er schuin inrijdt terug te kaatsen. Niet altijd wordt voor de afscherming gekozen. „Je moet als wegbeheerder een afweging maken tussen de kans op een ernstig ongeval als je tegen die ene paal aan rijdt, of de grotere kans dat je tegen de vangrail botst”, zegt Boender.

Lees ook: Zonder extra geld meer verkeersslachtoffers

Onvermijdelijke obstakels

Obstakelvrije bermen en het afschermen van onvermijdelijke obstakels in de bermen zijn hoe dan ook „kansrijke maatregelen” tegen verkeersdrama’s op snelwegen, zo bleek uit eerder onderzoek van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). „De ernst van de afloop van het ongeval werd voor een belangrijk deel bepaald door de inrichting van de berm”, luidde een van de conclusies.