Opinie

De behandeling van de Molukse veteranen verdient nader onderzoek

Republik Maluku Selatan

Deze donderdag vieren Molukkers in het theater Orpheus in Apeldoorn hun jaarlijkse Proclamatiedag. Daarmee herdenken zij het uitroepen van de Republik Maluku Selatan in de Indonesische archipel op deze datum 69 jaar geleden. Indonesië, dat zich toen net aan de koloniale heerschappij van Nederland had ontworsteld, maakte aan de aspiraties van het Molukse volk echter snel een einde. De historie is bekend. In de gespannen verhoudingen rond de soevereiniteitsoverdracht, werd besloten ongeveer 3.500 Molukse manschappen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) tijdelijk over te brengen naar Nederland. Tijdelijk bleek permanent.

De militairen, die vaak generaties lang gevochten hadden voor de Nederlandse vlag, werden door het moederland hardvochtig opgevangen. Bij aankomst gedemobiliseerd en tot stateloze burgers gemaakt. Met hun gezinnen werden zij ver van de samenleving ondergebracht en voor jaren gehuisvest in voormalige concentratiekampen. Barakken die eigenlijk niet voor permanente bewoning geschikt waren.

Uit het relaas van vijf van deze voormalige kampkinderen deze week in NRC doemt een beeld op van diepgewortelde gevoelens van ontrechting en benadeling. Ook klinken alarmerende geluiden over mogelijk bovennormale kindersterfte door de spartaanse omstandigheden in de kampen.

In het nationaal geheugen is de reactie gegrift van Molukse jongeren in de jaren zeventig op die behandeling. Gijzelingen en gewelddadige treinkapingen om het ideaal van de vrije RMS te propageren.

Over de mogelijke voedingsbodem die leidde tot dat extremisme is minder bekend. Nog altijd zijn het wantrouwen en de wrok jegens de Nederlandse staat niet minder geworden, zo lijkt het. Ook omdat er over de misstanden nadien te weinig is gesproken.

Momenteel loopt een historisch onderzoek naar het gewelddadig Nederlands optreden tijdens de Indonesië-oorlog (1945-1950). Een deel van dat onderzoek zal ook gaan over de verwerking van het koloniale trauma. Daarin zou de behandeling van deze zogeheten KNIL-Ambonezen in Nederland een plaats verdienen.

Maar de geschiedenis van de Molukse kampen is voor de oud-bewoners nog springlevend. Zij hebben ook recht op een grondig onderzoek, bijvoorbeeld door de Tweede Kamer, naar het optreden van de autoriteiten bij de opvang van deze veteranen. Waar de staat rechten heeft geschonden, passen excuses en genoegdoening.