Foto's Giedo van der Zwan

Daar zijn de meeuwen weer

Langs de kust wordt wanhopig gezocht naar maatregelen om meeuwenoverlast tegen te gaan. „De mens is de bron, de meeuw valt niets te verwijten.”

Op het dak van de haringkar naast het Binnenhof zit Steven Seagull met zijn partner in crime. Als iemand wegloopt met een bakje kibbeling komen ze in actie. De een komt van links en tikt de arm van de eter aan. Die schrikt. Beweegt naar rechts. Waardoor de andere meeuw vrij spel heeft en de kibbeling zo uit het bakje pikt.

Terwijl Peter Pronk van de haringkar dat vertelt, laten de twee hun tactiek los op een argeloze toerist met haring. Boven de toonbank hangt een plastic meeuw met een waarschuwing: „Pas op”. Pronk zegt: „Ik heb een lijntje met vlaggen gespannen zodat ze minder makkelijk kunnen aanvallen. Dat werkt maar even.”

Bij de Hema in Katwijk zijn het Bonnie en Clyde die de klanten beroven. Vooral vrouwen en kinderen, vertelt wethouder Rien Nagtegaal. Die schrikken zo van de verrassingsduikvlucht van de twee dat ze hun ijsjes en Hema-worsten laten vallen. „Clyde heeft sinds twee jaar een nieuwe Bonnie en haar heeft hij hetzelfde trucje geleerd”, zegt Nagtegaal. „Het is zo dubbel. Het zijn prachtige vogels, ze zijn zo fenomenaal mooi. Maar ze veroorzaken ook overlast.”

De meeuw – eigenlijk alleen de kleine mantelmeeuw (Larus fuscus) en de zilvermeeuw (Larus argentatus) – veroorzaakt meer overlast, vindt de mens. Nu het broedseizoen weer is begonnen, bouwen ze nesten op daken, wat gepaard gaat met gekrijs, en straks zullen ze hun jongen op soms agressieve wijze verdedigen. In hun zoektocht naar voedsel pikken ze vuilniszakken open en stelen uit je hand. En de mens zoekt wanhopig naar maatregelen.

Luister het audiofragment hier

Wie de daken van sommige plaatsen in West-Nederland (maar allang niet meer alleen daar) bekijkt, ziet vliegers en glitterslingers. Linten die een fluitend geluid maken en netten. Grijze vuilniszakken hebben plaatsgemaakt voor stevigere gele zakken of ondergrondse containers. Sommige gemeenten huren valkeniers in. Maar werkt het?

Ja, zegt André Frijters, vogelverschrikker uit Rijsbergen. Hij is degene die met Pasen het Sint Pietersplein in Vaticaanstad meeuwvrij hield. Zodat de Nederlandse bloemen voor de paus intact bleven. Twee jaar geleden maakten meeuwen, die zich ’s avonds op het plein tegoed doen aan alles wat toeristen hebben laten vallen, „een grote puinhoop” van de bloemenzee, vermoedelijk omdat ze wormen ontwaarden. Frijters zorgde er met laserstralen voor dat ze werden verjaagd. Hij zegt: „In Italië zijn de meeuwen even brutaal als in Nederland.”

Foto Giedo van der Zwan
Foto Giedo van der Zwan
Foto Giedo van der Zwan

Vliegers tegen meeuwen

Laserstralen zijn voor huishoudens niet weggelegd, valken evenmin. Vliegers in de vorm van een roofvogel om dakbroeders te ontmoedigen, zijn dat wel. Frijters: „Je moet ze wel ophangen vóór het nest wordt gebouwd.” Netten die het hele dak overspannen zijn „wat bewerkelijker” en vooral aanzienlijk duurder. Voor een gemiddeld dak betaal je al gauw 400 euro, een vlieger kost een kwart daarvan.

Ja het werkt, zegt ook de gemeente Haarlem. Maar niet alles. „De meeuw is niet van gisteren. Aan vliegers went hij”, zegt een woordvoerder. Over netten is de gemeente enthousiast. Haarlemmers kunnen subsidie krijgen voor een daknet, mits een gecertificeerd bedrijf heeft geconstateerd dat er echt sprake is van grote overlast.

„Je kan zeggen dat het gekrijs van meeuwen erbij hoort in de stad. Maar zeg dat maar eens tegen iemand die er om vier uur ’s ochtends wakker van wordt”, zegt wethouder Nagtegaal van Katwijk. De gemeente telde vorig jaar 1.200 broedparen, „een aardige hoeveelheid”.

Dakmaatregelen werken niet, zegt Martin van den Hoorn, stadsecoloog van de gemeente Den Haag. „Je jaagt de meeuwen alleen van dak naar dak.” In 2010 waren er in Den Haag naar schatting 600 nesten, zeven jaar later 1.350. „De enige vijand van de meeuw zijn vossen en kleine marterachtigen. Met alle andere maatregelen verplaats je ze. We moeten met ze leren leven.”

Foto Giedo van der Zwan
Foto Giedo van der Zwan

De forenzende meeuw

Hij onderscheidt drie categorieën stadsmeeuw: de ecologische vluchtelingen, de voedselforenzen en de dieven.

De ecologische vluchtelingen, vertelt Van den Hoorn, broedden vroeger in de duinen. Daar zijn de kolonies weggejaagd doordat vossen uit het oosten van het land er neerstreken. Meeuwen zijn niet meer gewend daar te broeden. Hun andere pleisterplaats, de haven, wordt steeds meer ontwikkeld. „We nemen hun leefgebied in. En voor de meeuw is een stad één grote, veilige rots.”

De voedselforenzen kwamen de stad in voor de overvloed aan eten. Vroeger pikten ze de ondermaatse vis die overboord werd gegooid. Dat overboord gooien werd verboden en dus gingen ze op zoek naar andere bronnen.

En in tegenstelling tot wat men denkt: meeuwen foerageren niet in de buurt van het nest. De meeuwen die in Den Haag broeden, eten Amerikaanse rivierkreeftjes uit de sloten van het Groene Hart. De meeuwen die de Haagse vuilniswagens volgen, broeden vooral op de Maasvlakte en Europoort. Van Hoorn: „Op topdagen zijn er in Den Haag tot tienduizend Rotterdamse meeuwen.”

Meer dan preventieve maatregelen tegen overlast zijn niet te nemen. De meeuw is een beschermde diersoort. Eieren mogen niet kapotgemaakt worden, jongen niet verjaagd, nesten niet verwijderd.

In België mag het laatste wel met een speciale ontheffing. Het heeft alleen niet zoveel zin, zegt een woordvoerder van de gemeente Blankenberge, ten zuiden van Knokke, waar ook van alles wordt geprobeerd om meeuwenoverlast tegen te gaan. „Binnen drie dagen hebben ze een nieuw nest gebouwd.”

Een Europese primeur, een proef die er uiteindelijk toe moest leiden meeuwen een anticonceptiemiddel te voeren, is beëindigd. Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten gaf een negatief advies, vertelt de woordvoerder. Ook in België is de meeuw een beschermde diersoort.

In Haarlem, Leiden en Alkmaar loopt een proef met het onderdompelen van eieren in olie, zodat ze niet uitkomen, en het vervangen van eieren door nepeieren. De gemeenten hebben daarvoor een ontheffing op Wet Natuurbescherming gekregen. Het onderzoek mag alleen kijken naar „ecologische methoden ter preventie van door vogels toegebrachte schade”; de soort moet in stand worden gehouden.

Foto Giedo van der Zwan

Intelligente dieren

Volgens meeuwenonderzoeker Roland-Jan Buijs zullen ook nepeieren niet werken. Hij doet al meer dan twintig jaar onderzoek naar het gedrag van de zilver- en mantelmeeuwen, ook in opdracht van gemeenten en havenbedrijven, en signaleert zijn geringde vogels nu tot in Roermond en Veghel. „Meeuwen worden oud. Ik heb er een op de Maasvlakte geringd van 34. Als het een jaar niet lukken met broeden dan gaan ze het jaar daarop voor een volgende ronde.”

Hij gelooft al helemaal niet in vliegers en linten: „Als je over de daken van Den Haag uitkijkt, is het één grote vliegershow. Dat werkt een week, dan weten de meeuwen dat ze er gerust een nest onder kunnen bouwen.” Of netten enige zin hebben, zal worden onderzocht. Maar over het algemeen: „Als je je dak ongeschikt maakt, verplaats je het probleem.”

Buijs praat vol bewondering over de meeuw. Het zijn intelligente dieren, zegt hij. Hij vertelt over een meeuw die hij op Scheveningen ringde en tijdens een vakantie in de Algarve zag zitten, waar de vogel overwinterde. Over ‘zijn’ meeuwen die hij tegenkwam in de sardientjeshaven van Agadir. De kleine mantelmeeuw, vertelt Buijs, is een afstandstrekker.

„De mens is de bron van de overlast, de meeuw valt niets te verwijten. Wij gooien broden weg en kipdrumsticks. Wij zijn slordig. Wij bouwen braakliggende terreinen in de havens en industrieterreinen vol, waardoor ze op zoek gaan naar een andere plek om te broeden.” En hij zegt: „Het is een illusie te denken dat de mens de meeuw kan wegjagen.”

Foto Giedo van der Zwan

Foto Giedo van der Zwan

Foto Giedo van der Zwan

Foto Giedo van der Zwan

Foto Giedo van der Zwan

Foto Giedo van der Zwan