Opinie

    • Auke Kok

Welkom op het liefste pleintje van de stad

„Ja, zet hem daar maar neer, hoor.” Zulke woorden verwachtte ik niet toen ik met de fiets aan de hand het pleintje op kwam lopen. Eerder had ik gerekend op: „Hallo, zie je niet hoe vol het al is?” Juist hier bij de Oudezijds Achterburgwal, waar het altijd druk is, vooral ’s avonds. Maar de vrouw wil echt helpen. Ze stiefelt zo allemachtig gastvrij mijn kant op dat het lijkt of ik wat haar betreft mijn fiets bij haar in de gang mag komen zetten. Misschien word je vanzelf zo vriendelijk als je aan het Walenpleintje woont, het liefste pleintje van de stad.

Hoe vaak ben ik hier al langsgekomen zonder het te zien? In verhouding tot de charmes van de Waalse Kerk, die erachter staat, en de mensen die er rondlopen, belachelijk vaak.

Tussen het geschreeuw van de Wallen zwijgt het godshuis. Ook zit er geen toren op. Niets probeert op te vallen, niets lonkt – en dat in een omgeving waar het naar binnen lokken toch staande praktijk is.

Je loopt er zo voorbij. Langs het geheimpje op de Wallen dat stilletjes op je wacht, zonder te lonken

Ik kom voor de Matthäus Passion, maar daar zal ik u verder niet mee lastigvallen. Pasen ligt een week achter ons, Jezus’ lijdensweg nog iets langer. Maar de muziek klonk geweldig en dat is dan weer de Geheimtip van de Waalse Kerk: geweldige akoestiek. Over de mensen die je daar bedienen heb ik het dan niet eens. Of over de leden van koor en orkest. Die zitten bijna tussen het publiek in, bescheiden als het pleintje en de kerk zelf, in een kleinere bezetting dan in Naarden. Ik zag de Matthäus al eens in die grote kerk van Naarden en ik zeg u, dit is leuker. Dichterbij en kwetsbaarder. En lekker hard soms.

Als het koor – inclusief de solisten, jazeker, de solisten zingen gewoon mee in het koor – als dat koor boosaardig losbarst in de wens dat Jezus aan het kruis moet — Laß ihn kreuzigen! – dan wordt het daadwerkelijk, er zijn geen andere woorden voor, éng.

Diepe emoties in een kerk die zich verdekt opstelt en die toch iedereen ‘insluit’. Sinds de zeventiende eeuw jarenlang een plek voor protestantse vluchtelingen uit Wallonië en Frankrijk, nu een kerk voor plukjes gelovigen op zondag. En nog steeds zijn de diensten in het Frans. Het insluiten heeft zich verbreed tot discussieavonden over immigratie en kinderasiel, tot lezingen en Frans onderricht. Alles in het teken van ‘kom binnen’, zoals Jasper Bartlema, programmeur en bedrijfsleider, het sfeertje samenvat.

Nou ja, kom binnen, je moet het eerst weten te vinden, natuurlijk. Je loopt er zo voorbij. Langs het geheimpje op de Wallen dat stilletjes op je wacht, zonder te lonken. Vincent van Gogh sloop hier naar binnen toen zijn oom op die fraaie kansel predikte. En ook Isaäc da Costa, Conrad Busken Huet en Jacques Perk moeten zich er behaaglijk en ingesloten hebben gevoeld.

Het glas-in-lood werd honderd jaar geleden geschonken door de snoepjesfamilie Jamin: zo vriendelijk, bijna logisch.

Auke Kok is schrijver en journalist.