Opinie

    • Floor Rusman

Weer een hoofdstuk in de cultuuroorlog

Maandag, in de trein terug vanuit België, zag ik de ophef geboren worden. Ik las een verse tweet van de Egyptisch-Amerikaanse feministe Mona Eltahawy, waarin ze meldde haar geplande optreden in debatcentrum De Balie in Amsterdam af te zeggen vanwege een discussie die er twee jaar geleden plaatsvond. Het bewuste debat, over moslimextremisme, was ontspoord door een vraag uit het publiek over het „uitzetten van beroepsmoslims”. Panellid Paul Cliteur had daarop gezegd dat hij, als „poezelaar” die hij is, niet snel naar zulke extreme maatregelen zou grijpen.

Sommige anti-racismeactivisten boycotten De Balie sindsdien, en Eltahawy nu dus ook. De reacties lieten niet op zich wachten. Terwijl het Waalse landschap aan me voorbij trok, ontvouwde zich op mijn telefoon het zoveelste hoofdstuk in de cultuuroorlogen. Nog voor de Nederlandse grens waren de posities ingenomen.

Hebben deze mensen niets beters te doen, vroeg ik me af: het was een vrije dag. Voor mijzelf viel er weinig te recreëren, ik zat in een bloedhete trein waarin een Italiaans jongetje een uur lang ijssmaken scandeerde. Onder begeleiding van kreten als „Fragola!” en „Limone!” bestudeerde ik het Balieschandaal.

Nogal zwak vond ik de stelling, geuit door meerdere Balieverdedigers, dat de vrijheid van meningsuiting in het geding was: Eltahawy ontzegt niemand de vrijheid iets te verkondigen. Niet helemaal overtuigend vond ik daarnaast de verklaring van De Balie zelf, twee jaar geleden gegeven in reactie op het beruchte debat, dat moet worden „voorkomen dat ideeën achter gesloten deuren verdwijnen”. De gedachte dat een debatcentrum ideeën slechts toont of verhult, en niet mede creëert of bespreekbaar maakt, lijkt me enigszins naïef.

Lees ook: Pas na het islamdebat in De Balie ging het echt los

Maar verder was ik vooral verbaasd over de steun voor de afzegging. Kamp-Eltahawy scheen te denken dat een debatcentrum complete controle kan en wil hebben over alles wat erin gezegd wordt. Daarbij werd de filosofie van De Balie door sommigen niet alleen verworpen, maar ook verdacht gemaakt. Over Balie-directeur Yoeri Albrecht klonk het: die is voorzitter van Vereniging Veronica, dat tot voor kort aandeelhouder was van het rechtse The Post Online, dus…!

De Amerikaanse schrijfster Meghan Daum noemde dit laatst ‘guilt by adjacency’, schuld door nabijheid. Steeds vaker worden mensen verketterd omdat zij in de buurt van een ‘fout’ persoon zijn geweest, aldus Daum: ze staan met foute mensen op de foto, geven ze een podium of treden op in dezelfde talkshow. Zo werd de Amerikaanse Christina Sommers door feminist Roxane Gay „white supremacy adjacent” genoemd, omdat zij een tour had gedaan met de rechtse provocateur Milo Yiannopoulos. Ook sommige Eltahawy-verdedigers maakten het nabijheidverwijt: De Balie geeft een podium aan foute mensen, en is dus zelf ook fout.

Twee dagen later, weer in de trein, zag ik de ‘schuld door nabijheid’ worden toegepast op GroenLinks-Kamerlid Zihni Özdil. Hij had een lachende foto getwitterd van hemzelf met de rechtse onderzoeker Sid Lukkassen. Voor sommige twitteraars reden hem een „racistenknuffelaartje” te noemen en brakende emoji’s te plaatsen. Voor ontspanning is geen plaats in de cultuuroorlog.

De trein waarin ik zat, ging naar Berlijn, waar vanaf donderdag een conferentie plaatsvindt over multiculturalisme. ‘Poezelaar’ Paul Cliteur, inmiddels ook prominent FVD’er, deelt er het podium met onder anderen Tariq Modood, pleitbezorger van multiculturalisme. Modood en de andere ‘linkse’ deelnemers zijn nu dus ‘Forum voor Democratie-adjacent’. Goddank laten ze zich daardoor niet tegenhouden – het programma zou een stuk minder spannend zijn.

Floor Rusman is redacteur van NRC

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.