Wat opgroeien in acht verschillende landen met je doet

Expatkinderen Elise Adriaansen (27) groeide op in acht landen. Dat maakte van haar een sociaal intelligent en flexibel mens, maar zorgde ook voor een identiteitsprobleem. Ze zocht steun en is nu zelf coach voor andere ‘Third Culture Kids’.

Illustratie Lotte Dijkstra

Ze was zeven toen het gezin voor het eerst naar het buitenland verhuisde. Van Bergen op Zoom naar Lausanne, waar haar vader bij een internationaal bedrijf ging werken. „Een paar jaar in het buitenland, dachten mijn ouders toen nog”, vertelt Elise Adriaansen (27) in een brasserie in Amsterdam. „Maar dat pakte anders uit.” Elise, haar jongere zusje en haar broertje groeiden op in achtereenvolgens Praag, opnieuw Lausanne, München en Warschau. Haar studie international business volgde ze in Rotterdam en Kopenhagen, ze liep stage in Lausanne, reisde een half jaar door Azië en volgde een master finance in Barcelona.

Third culture kids worden ze wel genoemd, kinderen die opgroeien in verschillende landen, zich telkens opnieuw culturen en gewoontes eigen maken, maar overal vreemdeling blijven. Ze zijn niet thuis in hun geboorteland en raken niet ingeburgerd in het gastland. Ze vormen, schreef de Amerikaanse socioloog Ruth Hill Useem al in de jaren zestig, een derde cultuur, tussen die van hun ouders en de gastlanden in. Het zijn jonge mensen die zich nog het meest thuis voelen onder elkaar.

De gevolgen van een nomadische jeugd zijn inmiddels uitgebreid onderzocht. De voordelen liggen voor de hand: third culture kids passen zich gemakkelijk aan, kunnen bogen op een groot internationaal netwerk, spreken verschillende talen, leggen gemakkelijk contact en hebben door hun brede blik op de wereld minder vooroordelen. Ze staan opgesomd in wat nog steeds geldt als het standaardwerk over deze kinderen: The third culture kid experience uit 1999 van David C. Pollock en Ruth E. van Reken.

Nieuwe vriendjes

Van al dat soort voordelen had ook Elise Adriaansen veel profijt, toen ze in 2015 een traineeship kreeg bij een grote bank in Nederland. „Ik dacht: eens kijken waar mijn roots nu liggen en keerde terug naar mijn geboorteland.” Geholpen door haar internationale achtergrond stroomde ze snel door naar een vaste baan. „Wij verhuisden om de drie, vier jaar. Mijn klasgenootjes ook, dus elk jaar verdwenen vriendjes en kwamen er nieuwe kinderen in de klas. Aan het begin van het jaar moest je altijd weer vaststellen: wat is mijn plek en welke kinderen vind ik leuk.”

Daar raakte ze heel behendig in. „Het wordt een overlevingsmechanisme. Bij de bank kon ik daarom op alle niveaus met uiteenlopende types mensen overweg, ik paste me snel aan gesprekspartners aan, kon goed schakelen en netwerken. Die vaardigheden pasten uitstekend bij het bedrijf waar ik ging werken, ik maakte snel promotie.”

Ik kende wel mensen, maar had nooit het gevoel dat ik er helemaal bij hoorde

Elise Adriaansen

Maar nadelen heeft een third culture kid zijn ook: problemen om ergens te settelen en plannen voor de toekomst te maken en vooral: worstelen met je identiteit en onthechting. De op het oog onschuldige vraag Where are you from? bezorgt mensen als Elise Adriaansen hoofdbrekens. Wat moet ze antwoorden? Waar ze geboren is? Waar ze woont? Waar haar ouders wonen? Waar ze vandaag vandaan kwam?

Voor haar werk was ze gaan wonen in Amsterdam. „Dat voelde goed, maar niet als thuiskomen. Ik begon me af te vragen waar ik eigenlijk wel thuishoorde.” In Nederland bevond ze zich in een omgeving waarin iedereen wortels had, behalve zij. „Ik kende wel mensen, maar had nooit het gevoel dat ik er helemaal bij hoorde. Als je altijd ergens tijdelijk hebt gewoond, is het confronterend om je te realiseren dat je voorlopig niet meer vertrekt. Ik was in de war en wilde weten wie ik was.”

Het leidde ertoe dat ze hulp zocht. Met een coach zocht ze uit wat zij belangrijk vond in het leven, welke mensen ze het liefst om zich heen had en waar ze zich goed bij voelde. Dat was zo’n positieve ervaring dat ze haar baan opzegde om dezelfde coachingsopleiding te volgen. „Ik merkte in mijn eigen netwerk dat er behoefte was aan ondersteuning voor jongvolwassenen. Gek genoeg is die er weinig, hoewel er steeds meer jonge mensen zoals ik opgroeien in verschillende culturen. Als je vastloopt kun je naar een psycholoog, multinationals bieden expatgezinnen ook vaak hulp, maar er is een groot grijs gebied waarin jongvolwassenen zich bijvoorbeeld afvragen: de hele wereld ligt aan mijn voeten, wat moet ik doen?”

Jacqueline van Haaften helpt partners van expats. Lees ook het interview: ‘Een blije partner maakt een blije expat’

Onderdeel van de coaching, die ze vaak ook via Skype geeft, is het verbeelden van situaties. Ze vraagt een cliënt bijvoorbeeld terug te denken aan de gaafste momenten in zijn of haar leven. Waarom waren die gaaf? Hadden ze te maken met familie? En wat betekent familie? Denk je bij dat woord aan warmte? Ze stelt vragen als: ‘Stel, je viert je 95ste verjaardag. Wat zeggen de mensen in een toespraak dan over jou? Adriaansen: „Dit soort situaties maken duidelijk wat iemand wil bereiken in zijn leven en wat hij wil betekenen voor de mensen om zich heen.” Soms zijn er maar een paar sessies nodig, is haar ervaring inmiddels.

Met Adriaansen zelf gaat het inmiddels goed. „Ik heb me erbij neergelegd dat ik me nooit honderd procent thuis zal voelen hier, maar dat dat niet per se negatief is. En dat ik met mijn ervaringen nu anderen kan helpen. Ik kan de plekken waar ik gewoond heb gemakkelijk achter me laten, maar als ik terugkeer, krijg ik een knoop in mijn maag. Een film die zich afspeelt in New York kan voor mij pijnlijk zijn om naar te kijken. Maar als ik de tv uitzet is het voorbij. Dat moet ook, anders kun je niet verder.”