Opinie

    • Jacco Janssen

De strafrechter mag een verdachte soms best geloven

Als ‘buiten redelijke twijfel’ staat dat een verdachte het gedaan heeft volgt een veroordeling. Maar strafrechter Jacco Jansen sprak een niet onwaarschijnlijke dader toch vrij. En legt uit, in de Togacolumn.

Vorige week op een avond aan de keukentafel vertelde ik over mijn politierechterzitting van die dag. Mijn zoon van negen vroeg mij of ik ‘ze wel allemaal’ straf had gegeven. Ik zei hem dat dat niet zo was. Ik legde uit dat een strafrechter er niet per se voor is om mensen te veroordelen en/of te bestraffen, maar dat het zijn taak is om mensen die van een strafbaar feit worden verdacht te berechten.

Hij begreep mij niet meteen. Ik gaf hem daarom een voorbeeld van een zaak van die dag waarin een verdachte een autoradio uit een auto zou hebben gestolen.

Hoodie

Mijn griffier had de strafzaak goed voorbereid en één en ander op een rijtje gezet.

  • De auto van de verdachte was te zien in een filmpje van een beveiligingscamera op de plaats delict.
  • De man die in het filmpje in de auto van de verdachte reed, haalde de autoradio uit de auto van de aangever.
  • Deze man had hetzelfde corpulente postuur als de verdachte, maar herkenbaar was deze bestuurder in het filmpje niet.
  • De man droeg in het filmpje een grijze hoodie en een blauwe joggingbroek met daarop herkenbare tekens en logo’s.
  • Bij een doorzoeking van de woning van de verdachte werd kleding gevonden in dezelfde kleuren met daarop soortgelijke tekens en logo’s.
  • Bij de politie, kort na het voorval, had de verdachte gezegd niets met de zaak te maken te hebben. Verder had hij gebruik gemaakt van zijn recht om te zwijgen.

 

Op de zitting confronteerde ik de verdachte met het bewijs en ik ging er, gelet op de bewijsmiddelen, van uit dat de verdachte zou bekennen. Toen hij dat niet deed vertelde ik hem dat zwijgen natuurlijk zijn goed recht was, maar met open vizier zei ik hem ook dat het in zijn eigen belang kon zijn als hij openheid van zaken zou geven. Als een verdachte uitleg geeft waarom hij iets heeft gedaan en beseft dat het fout was kan dat aanleiding zijn voor een lagere straf.

Wasmand

Toen nam de verdachte het woord: ‘Meneer, ik heb er echt niets mee te maken! Die kleding is niet van mij en is niet gevonden in mijn slaapkamer ofzo, maar in de wasmand van mijn moeder, schoon en wel. Mijn autosleutels leg ik altijd op het tafeltje in de gang en mijn twee broers, die bij mij wonen, rijden net zoveel in mijn auto als ik.’ Ik ging wat rechterop zitten en vroeg of de broers van de verdachte op hem leken en of zij ook gezet waren. ‘Ik zou het fors willen noemen meneer, en ja wij zijn thuis allemaal een beetje fors’, antwoordde de verdachte. De verdachte vulde vervolgens aan…. ‘over mijn broers wil ik trouwens verder niets zeggen. Ik wil hen niet belasten. Wilt u daarmee rekening mee houden alstublieft?’

Mijn rechtershart ging nu sneller kloppen en ik zei tegen de verdachte: ‘Als ik uw verhaal zo hoor zijn er twee mogelijkheden. Of u bent een door de wol geverfde verdachte of u vertelt de waarheid?’ ‘Ik vertel de waarheid meneer en een strafblad heb ik niet. Ik ben hier voor het eerst’, zei de verdachte.

Ik vroeg de officier van justitie naar haar standpunt over de ‘nieuwe’ verklaring van de verdachte. Hoewel zij moest erkennen dat de verdachte inwonende broers had en zij niet wist wat hun omvang was, vond zij de verklaring volstrekt onaannemelijk en veel te laat afgelegd. ‘Als hij er nou bij de politie mee was gekomen……, zo kunnen we allemaal wel een verhaal verzinnen.’ Een gevangenisstraf moest volgen.

Onderbuikgevoel

Nadat de verdachte als laatste het woord had gevoerd, sprak ik hem vrij. Mijn dochter van 11 die inmiddels ook was aangehaakt, gilde samen met mijn zoon in koor door de keuken: ‘Heb je hem V-R-IJ-G-E-S P-R-O-K-E-N, dat meen je niet, hij heeft die autoradio gepikt!’ Ik zei dat zij daar gelijk in zouden kúnnen hebben. ‘Maar waarom spreek je hem dan vrij?’, kreeg ik direct terug. ‘Lieverds’, zei ik, ‘ook al zou de verdachte het wel hebben gedaan en is deze uitspraak dus eigenlijk fout, dan nog is deze uitspraak de enige juiste.’ ‘Wat een onzin, dat kan je niet menen…..je bent rechter!’, klonk het nu bijna boos. ‘In Nederland veroordelen we niemand op een onderbuikgevoel. Sterker nog, deze vrijspraak geeft kracht aan het door ons met zijn allen afgesproken systeem. Dat systeem kan alleen overeind blijven als we het beschermen. Rechters kunnen alleen een straf opleggen als buiten redelijke twijfel vaststaat dat verdachten schuldig zijn.’ ‘Maar papa, geloofde jij die verdachte dan?’ Ik schonk de yoghurt in en zei: ‘Er was geen goede reden om hem niet te geloven.’

De Togacolumn wordt geschreven door een rechter, een officier en een advocaat. Jacco Janssen is senior (straf)rechter A in de rechtbank Rotterdam

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.