Seculier én religieus samen in een band

Joodse muziekschool Op ‘de Joodse muziekschool’ in Buitenveldert krijgen Joodse kinderen van heel verschillende culturen les. „Muziek is een brug.”

Roi Shabbat geeft muziekles.
Roi Shabbat geeft muziekles. Foto’s Niels Blekemolen

Ori en David, beiden zeven jaar, kijken geconcentreerd naar de bladmuziek. Ze hebben pas sinds vijf maanden trompetles en volgende week hebben ze al een klein optreden. Ori speelde hiervoor piano, maar trompet leek hem toch leuker: „Minder knopjes.”

Docent Roi Shabbat (45) spreekt ze toe in het Hebreeuws. De jongens mogen nog één keer naar de bladmuziek kijken, maar daarna moeten ze de muziek spelen terwijl ze door het lokaal lopen. Het gaat de jongens goed af, de beroemde begintune van de boksfilm Rocky komt bijna synchroon uit de trompetten. Er verschijnt een grote lach op het gezicht van Shabbat. „Ze zijn so cute!”

Het is maandagmiddag en de docenten van Concertino Muziekonderwijs, beter bekend als ‘de Joodse muziekschool’, geven les aan studenten van zes tot 21 jaar. De voertaal is een mix van Nederlands, Engels en Hebreeuws; de meerderheid van de elf docenten en 160 studenten aan de school in Buitenveldert is Nederlands, sommigen zijn Israëlisch. Na schooltijd huurt de muziekschool lokalen van de Joodse basisschool Rosj Pina – „voor een vriendenprijs, daar zijn we ze erg dankbaar voor”, zegt Shabbat.

Trompettisten Ori en David zitten zelf ook op het Rosj Pina. Andere kinderen komen van het Joods-orthodoxe Cheider, of juist van een openbare school als het Montessori Lyceum. „Ze hebben allemaal een Joodse achtergrond, maar komen toch uit heel verschillende culturen”, zegt Shabbat, die in 2000 vanuit Israël naar Nederland kwam om aan het conservatorium te studeren en negen jaar geleden met zakenpartner Yaniv Nachum (42) de muziekschool oprichtte. „Muziek is een brug, een neutrale taal. Het is fantastisch dat kinderen uit seculiere en zeer religieuze gezinnen hier samen in een band spelen.”

Foto Niels Blekemolen

Daar zijn soms wat aanpassingen voor nodig, geeft Shabbat toe. „Veel orthodoxe jongens mogen na hun dertiende, wanneer ze bar mitswa zijn, geen meisjes of vrouwen meer horen zingen. Dan werken we daar omheen. Die jongens kunnen dan samen in een band, bijvoorbeeld.” Ook letten de docenten erop dat de teksten van de popliedjes niet ‘te agressief’ zijn.

Het gebeurt weleens dat orthodoxe ouders bezwaren hebben, zegt Nachum. „Iedere maand houden onze studenten een ‘voorspeelmiddag’ in het Joodse zorgcentrum Beth Shalom. Maar tijdens de Bein ha-Metzarim, de drie weken van het jaar die volgens de orthodoxe traditie in het teken van rouw moeten staan, mag je als gelovige niet deelnemen aan festiviteiten. De ouders wilden niet dat hun zoon dan zou optreden.” Nachum legde uit dat er weliswaar muziek gespeeld werd, maar dat het geen ‘feestje’ was. Er zou geen sprake zijn van het overtreden van de Joodse wet. „De ouders gingen akkoord en kwamen zelfs kijken.”

Als Nachum gevraagd wordt te kiezen, noemt hij de voorspeelmiddagen in Beth Shalom als zijn favoriete activiteit. „We maken de bewoners daar zo blij met onze optredens. Je zou hun gezichten moeten zien.” Maar er zijn ook optredens op de Joodse feestdagen, met artiesten uit Israël. En er is een samenwerking met Yad Vashem, het Holocaustmuseum in Jeruzalem: er worden optredens verzorgd voor Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden hebben geholpen.

De studenten kunnen de liefde voor muziek en hun roots combineren. Dat maakt het verschil met een niet-Joodse muziekschool

Roi Shabbat Docent Joodse muziekschool

Shabbat: „We wilden hier hetzelfde format dat we uit onze jeugd in Israël kenden: muziekles op een school, dus geen privéles thuis, en heel veel samen spelen en optreden.” Behalve klassiek, jazz en pop wordt er ook Joodse en Israëlische muziek gespeeld en rondom de Joodse feestdagen zijn er veel optredens en activiteiten. „De studenten kunnen de liefde voor muziek en hun roots combineren. Dat maakt het verschil met een niet-Joodse muziekschool.”

Queen-medley

Het is half zes en het juniororkest, dat grotendeels bestaat uit kinderen tot twaalf jaar, komt samen in de aula. Er wordt gerepeteerd voor een uitvoering die tijdens Purim gehouden wordt – een Joods feest dat vergeleken kan worden met carnaval. De energieke Shabbat rent van de gitaristen naar de blazers en van de pianist naar de drummer. „Het is tijd voor de Queen-medley, are you ready?!” Een saxofonistje mompelt vanonder zijn pet: „Ik hou niet van Queen.” Maar de band is ready en de medley zit er al goed in. „One more time!”, roept Shabbat. „Oh nee, niet nóg een keer”, verzucht het petje.

De vijftienjarige Tymna Grufi luistert naar de band. Ze is bijna iedere dag op de muziekschool. Als ze geen les heeft, helpt ze met het klaarzetten van de spullen en let ze op de jongere kinderen. Ze zit op het Maimonides, de Joodse middelbare school die naast Rosj Pina staat. „Ik ben lang geleden begonnen met de piano, maar ik had moeite met noten lezen, dus ben ik overgestapt naar zingen”, zegt de havo-scholiere.

Haar ouders hebben niet overwogen om Tymna en haar broertje (saxofoon) en zus (zang en gitaar) op een reguliere muziekschool te doen. „Het is leuk hier. We kenden de leraren al en het is in de buurt.” Ze zingt in een koor met een paar andere meisjes, met wie ze ook bevriend is. Ze oefenen nu Love of My Life, weer van Queen. „Het zal wel iets met die film te maken hebben.”