Ook wij willen een betere wereld, maar dit offer is te groot

Uit eten Amsterdam Petra Possel recenseert elke week een restaurant in en om Amsterdam.

Foto Rob van Dullemen

De ellende met een restaurant-met-goede-bedoelingen is dat het je als criticus uitermate mild stemt. Want goede bedoelingen heten niet voor niets zo en wie wil er nu niet de wereld verbeteren? Achter Soil of Amsterdam zit een conceptjongen, een marketingman die zijn sporen onder meer verdiende bij Domino’s Pizza en Subway, maar nu het liefst ‘food, good for you and good for the planet’ serveert. En dat betekent dat de gerechten vegan zijn (dus geheel geen dierlijke producten bevatten); alles van verse, lokale seizoensingrediënten en duurzaamheid staat hoog in het vaandel. Nu ja, je kunt tegen bijbetaling een ei of kip (wel vrije uitloop, niet biologisch, ‘gewoon’ van de Veluwe) op je bord krijgen – wat we jammer vinden, want wat heeft iemand die niet eens één dag zonder kip kan in deze uitgesproken veganistische zaak te zoeken?

Want uitgesproken veganistisch is het hier en dat betekent in dit geval dat we qua hoofdgerecht uit warme en koude (salade) bowls kunnen kiezen, met of zonder extra’s, royale kommen gevuld met eten. We hebben een veganist mee op sleeptouw genomen om tot de perfecte test te komen en die levert meteen al de investering op: zo’n vegan bowl is overal in de stad te krijgen, zodat je van goede huize moet komen om er echt uit te springen. Bij Soil of Amsterdam springen ze er niet echt uit.

Voorafgaand aan de bowl nemen we bij ons apéritief (witte chardonnay 5,-, kombucha van de tap 8,50) een borrelhapje (8,-) en die bestaat uit pinda’s, augurken en olijven, saai en duur dus. In de schappen staan kleurige weckpotten vol groenten te fermenteren, waarom niet een schaaltje echt lekkere pickles? De overigens hypersympathieke en behulpzame jongeman in de bediening moet ons sowieso een paar keer teleurstellen, enkele gerechten zijn niet voorradig, het lijkt of ze niet voorbereid zijn op veel gasten. We nemen een creamy beany (9,75), een peanut currybowl met smoked tofu (12,75) en Japanese porridge (8,75). Een teleurstellende ervaring, vooral omdat we de laatste jaren vele malen beter veganistisch hebben gegeten. Beter, verfijnder en origineler. Elke kom zit dan weliswaar propvol verantwoord eten, het is ook een massa waar je als eter flink tegenop kunt zien. De creamy beany heeft een lekker romige witte saus met daarin selderij, wortel, boerenkool en prei, maar komt met een grote schep koude rijst en ziet er onaantrekkelijk uit, te weinig verfijnd en op smaak om buitenshuis te serveren. De peanut curry smaakt inderdaad naar pinda en heeft de pittigheid van curry, prima, maar menig Thais of Indiaas restaurant zal er meer van weten te maken, het is te veel een homogene massa. De gerookte tofu is trouwens een welkome toevoeging (net gerookt in de achtertuin), maar wordt in te grote brokken geserveerd en da’s weer jammer.

En datzelfde geldt voor het meest gewaagde gerecht van de avond: Japanese porridge. De pap is een hartig gerecht, een dikke rijstepap met lente-uitjes, maïs, koriander, furikake en pickles. Furikake, een verslavend lekker goedje uit de Japanse keuken, bestaat doorgaans uit een mengsel van gedroogde vis (bonitovlokken), sesamzaadjes, fijngesneden zeewier, suiker, zout en mononatriumglutamaat en is dus niet 100 procent vegan. Deze ook niet; navraag leert dat het wordt weggelaten als de gast dat wil. Tja. Maar ook deze fantastische smaakmaker kan deze pap niet redden, alhoewel we het wel het meest bijzondere gerecht van de avond vinden.

De dessertkaart is deze avond beperkt, dus wordt het matcha-white bean brownie en een chocolatebeetroot cake (allebei 3,50) – een mondvol, maar ze zijn te stevig, te vast, te weinig luchtig om echt plezier op te leveren.

We tappen nog maar eens een fris glas kombucha uit de huistap, een gefermenteerd drankje dat doet denken aan zurige thee („wordt gemaakt door een vriend van ons”) en zuchten eens diep. Want we willen echt, echt, echt een betere wereld, maar dit offer is te groot.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.