Opinie

Nooit meer live kijken?

Frits Abrahams

Onlangs beschreef ik hoe ik de spanning in het laatste kwartier van Juventus-Ajax ontvluchtte door de straat op te gaan. Daarop ontving ik opvallend veel meelevende reacties, alsof ik in zorgwekkende toestand was aangetroffen en voor mijn leven moest vrezen. Gelukkig kreeg ik nog net geen troostend ‘bloemetje’.

Meer oudere mannen – vrouwen reageerden niet – bleken met hetzelfde verschijnsel te kampen. Zelf kende ik het al van mijn vader, van wie ik de liefde voor voetbal en tennis heb geërfd. In de laatste jaren van zijn leven durfde hij niet meer naar sport te kijken, zelfs niet als er voor hem geen enkel chauvinistisch belang mee gemoeid was. Ik vond dat jammer voor mijn vader omdat die wedstrijden hem in zijn passief geworden leven de broodnodige afleiding hadden kunnen geven. Ter compensatie belde hij na afloop van een wedstrijd wel vaak op om te horen hoe het verlopen was.

Ga ik nu zelf ook die kant op? En wat gebeurde er nou eigenlijk met me? Ik kreeg het niet benauwd, had geen ‘pijn op de borst’ of aanverwante pijntjes, ik voelde alleen een ondraaglijke spanning en wilde die kamer uit met dat tv-toestel waarop vervelende dingen konden gebeuren. Misschien was het te vergelijken met iemand die tijdens het kijken naar een film zijn hoofd afwendt van nare taferelen.

Op een medische site las ik dat een stressvolle situatie een reeks gebeurtenissen veroorzaakt. „Je lichaam maakt adrenaline vrij, een hormoon dat tijdelijk je ademhaling en hartslag versnelt en je bloeddruk verhoogt. Deze reacties bereiden je voor om met de situatie om te gaan: de vecht-of-vlucht-reactie.” Klaarblijkelijk had mijn geest voor de vlucht gekozen. Vechten staat in zo’n geval gelijk aan blijven kijken.

Jongere mensen kan het ook overkomen. Ik las het in een voetbalverslag van FC Groningen-Ajax in de Volkskrant. Ajacied Klaas-Jan Huntelaar was bij de stand 0-1 uit het veld gestuurd. Hij keek even in de gang naar de tv-beelden van de spannende slotfase, maar hield ermee op en liep door naar de kleedkamer. „Ik had geen zin meer om te kijken. Ik hoopte maar dat het goed afliep.”

Dat is de essentie: hij vluchtte omdat hij dacht dat het alleen nog goed kon aflopen als hij niet meer keek.

Hoe moet het verder met mij (en met ons), dokter? Nooit meer kijken? Dat zal me voorlopig niet lukken. Ik ben nog te zeer gehecht aan de vermaledijde spanning die zo slecht voor me is. In tegenstelling tot Huntelaar heb ik FC Groningen–Ajax wél uitgekeken, zij het met moeite.

Intussen heb ik een interessante tip gekregen van de schrijver Hans Vervoort. Hij neemt tegenwoordig de ‘lastige’ wedstrijden van Ajax op en bekijkt ze pas na afloop als hij de uitslag weet. Die uitslag moet positief zijn, maar het tijdstip van de doelpunten wil hij niet weten. Ja, de spanning is er weliswaar af, maar dat is juist zijn bedoeling. „Spanning is uiterst onaangenaam als je wat ouder wordt.”

Als de spanning wegvalt, kan een wedstrijd nog steeds boeiend zijn, is zijn ervaring. „Probeer het eens”, raadt hij me aan. „Je leeft dan vermoedelijk een stuk langer dan anders het geval zou zijn.” Hijzelf werd deze week tachtig.

Toch wil ik straks een eventuele Champions League-finale van Ajax liever live op tv zien, al wordt het misschien mijn finale finale.