Nederland blijft maar romkoms maken: ‘Was ‘Hartjesland’ nou van jou of van mij?’

Longread: Romkomgekte Het is lente, tijd voor een nieuwe romantische komedie in de bioscoop. Maar elke maand is een goed moment, want sinds Alles is liefde (2007) is het genre enorm populair. Waarom toch verschijnen er zo veel romkoms als in Nederland. En is dat erg?

Foto Lieke Janssen

In het voorjaar van 2018 gaat de telefoon van filmregisseur en Gouden Kalfwinnaar Eddy Terstall. Op het scherm van zijn iPhone ziet hij de naam van regisseur Frank Krom. De bevriende filmmakers kletsen even bij. Dan komt Krom ter zake. Of Terstall het scenario wil schrijven voor Singel 39, zijn nieuwe, grote romantische komedie.

Het is niet de eerste keer dat Terstall zo’n telefoontje krijgt. In de afgelopen jaren is hij al een keer of drie gevraagd om een grote Nederlandse romantische komedie te regisseren. Relatief makkelijke en inhoudelijk weinig uitdagende klusjes waarvan hij een paar jaar goed zou kunnen leven. Toch wees Terstall die aanbiedingen steeds af.

Hij wil films maken die hij zelf bedenkt, schrijft en regisseert. Het maakt Terstall niet uit dat hij soms maar een paar duizend euro overhoudt aan het maakproces van twee jaar van één van zijn artistiekere lowbudgetfilms. Of dat de opgetelde budgetten van zijn twaalf films (zoals Simon en Vox populi) gelijk zijn aan dat van één dure commerciële romantische komedie.

Contract

Maar deze keer is het anders. Terstall zit al meer dan twee jaar in de financieringsfase van zijn levenswerk: een achtdelige serie over drie families in het Nederland van de afgelopen decennia. Hij heeft weinig inkomen maar wil geen uitkering aanvragen. Hij twijfelt. Frank Krom is een goede vriend, net zoals beoogd hoofdrolspeelster Lies Visschedijk. Het verhaalidee voor Singel 39 ligt er al, ze hebben Terstall alleen nodig om personages uit te werken, scènes en dialogen te schrijven. Dat is iets wat hem altijd makkelijk afgaat.

Terstall waagt de sprong. Op een warme lentemiddag in mei loopt hij van zijn dakwoning in de Amsterdamse Jordaan naar het kantoor van producent Millstreet Films aan de Keizersgracht. Als hij daar zijn contract tekent, voelt Terstall zich opgelucht. Hij weet dat hij dan even van zijn financiële problemen is verlost.

Op 9 mei verschijnt Singel 39 in de bioscoop. Zoals de meeste van dit soort films speelt die zich af in de Randstad, in Den Haag dit keer. Zoals de meeste van dit soort romkom-achtige films is Singel 39 gevuld met bekende Nederlandse acteurs, in dit geval onder meer Waldemar Torenstra. De verhaallijn in deze feelgoodfilm, zoals de distributeur de komedie noemt, draait rondom een moeizaam element in de relaties en vriendschap, hier een hoogopgeleide vrouw en een homo die een kinderwens delen.

2014

Geen ander genre heeft in de Nederlandse filmgeschiedenis zo’n grote vlucht genomen als de romantische komedie – ‘romkom’ in de volksmond. Twintig jaar geleden bestond het genre hier amper. Tien jaar geleden werd er hoogstens één per jaar gemaakt, zes jaar geleden stonden er ineens vijf romkoms in de toptien bestbezochte Nederlandse bioscoopfilms. In 2014 bestond zelfs de hele topvijf uit romantische komedies – gevolgd door vijf kinderfilms, het enige andere genre dat in Nederland steevast op hoge bezoekersaantallen kan rekenen.

De afgelopen jaren raakte het publiek overspoeld met steeds goedkopere en sneller gemaakte romkoms, wat leidde tot minder bezoekers en een slechtere positie van de Nederlandse bioscoopfilm. Waar kaskrakers als Alles is liefde, Gooische vrouwen en Soof één op de vijf Nederlandse bioscoopbezoekers naar een film uit eigen land kreeg – het hoogste aandeel ooit – is dat nu gedaald naar nog maar zo’n één op de tien, het laagste aandeel van Nederlandse films in de bioscopen in twaalf jaar tijd.

Hoe kan het dat er in Nederland zoveel romantische komedies gemaakt worden? En is dat erg? Een nieuwe groep filmmakers die in opstand komt, noemt de overhand van het genre een symptoom van „dieper liggende problemen in de Nederlandse filmindustrie”.

„Onzin”, zegt de koning van het genre Johan Nijenhuis. „De Nederlandse romkoms zijn iets cultureels waar we trots op mogen zijn.”

Lees ook dit interview met Johan Nijenhuis: ‘In romkoms kun je veel gekte kwijt’

Pionieren in het genre

Een vergelijking met onze buurlanden laat zien dat het genre nergens zo groot is als in Nederland. In Denemarken werden in de afgelopen tien jaar ongeveer evenveel succesvolle romkoms gemaakt als hier in één jaar. In België komt hooguit één romkom per jaar uit, soms een remake van een succes uit Nederland. In Duitsland waren de grootste hits van 2016 en 2017 weliswaar lichtvoetige films, maar beide komedies gingen over de integratie van vluchtelingen – niet over succesvolle dertigers uit de grote stad die zich in hippe koffietentjes over de liefde beklagen.

Ook in 2019 staan er in Nederland weer vijf grote romkoms op de rol. Het tropische Verliefd op Cuba draaide in februari in de bioscopen, Singel 39 staat gepland voor mei. Later verschijnen Linda de Mols nieuwe zussenfilm April, May en June, Huisvrouwen bestaan niet 2 en Wat is dan liefde, over de idealistische Cato die moet gaan samenwerken met Gijs, die volgens de synopsis alles vertegenwoordigt wat zij verafschuwt.

Alles is liefde uit 2007 is de oorzaak van de Nederlandse romkom-explosie. Producent Frans van Gestel weet nog hoe castingdirector Job Gosschalk hem voor het eerst met het idee benaderde. Diens inspiratie was Love Actually, een Britse romkom uit 2003 met meerdere verhaallijnen die zich afspeelde tijdens Kerst, en die internationaal een groot succes was. Hij weet nog dat Gosschalk zelf nieuwe, Nederlandse liefdesperikelen had bedacht, waarvan een aantal gebaseerd op zijn eigen omgeving. En hij weet nog dat hij Gosschalk niet vaak zo gedreven had horen vertellen.

Geen traditie

Tot dan toe werden er al wel sporadisch romantische komedies gemaakt in Nederland. Films zoals het geile-tienervehikel Costa! (2001) van voormalig Goede tijden, slechte tijden-regisseur Johan Nijenhuis. Maar Van Gestel wist dat Nederland geen eigen romkomtraditie had, zoals in het Verenigd Koninkrijk wel het geval was met films als Love Actually en Notting Hill (1995), over lokale boekhandelaar Hugh Grant die verliefd wordt op wereldster Julia Roberts.

Van Gestel bekent dat hij persoonlijk nooit veel met het genre had. Toch zei hij ‘ja’ tegen Alles is liefde, want hij zag de potentie voor een succesvolle film die „meer was dan alleen een suikerspin”. Zeker toen hij de door hem hoog aangeslagen Kim van Kooten wist te strikken om Gosschalks idee uit te werken tot een scenario. Het pionieren leek hem daarnaast ook wel wat – de producent had nog nooit een goede Nederlandse film met zoveel verhaallijnen gezien, laat staan binnen het romkomgenre.

Twee jaar later schrok Van Gestel zelf van het enorme succes van Alles is liefde. Met 1,3 miljoen bezoekers is de romantische sinterklaasfilm nog steeds de op twee na best bezochte Nederlandse film van de afgelopen vijfentwintig jaar. „Een succes van die orde is altijd onverwacht, dat overvalt je”, zegt Van Gestel. Zeker omdat Zwartboek – de duurste Nederlandse film aller tijden – een jaar eerder ‘slechts’ een miljoen bezoekers haalde. En waar Zwartboek 17 miljoen euro kostte, was Alles is liefde voor 4 miljoen gemaakt en had dus meer bezoekers getrokken. Van Gestel noemt het „een eye-opener” voor de hele Nederlandse filmindustrie.

Gooische vrouwen

Terwijl het succes van Alles is liefde eigenlijk heel logisch was, zegt Hajo Binsbergen, directeur van Warner Bros. Nederland. Hij legt uit hoe buitenlandse romantische komedies het hier historisch gezien goed doen. Wereldwijd was de Britse film Bridget Jones’s Baby buiten Groot-Brittannië relatief na Noorwegen het meest succesvol in Nederland. In Duitsland was de opbrengst zo’n 10 miljoen euro, hier ruim 11,5 miljoen. Hoewel A-sterren zelden naar Nederland afreizen, waren Cameron Diaz en Kate Upton wel op de Amsterdamse galapremière van hun romkom The Other Woman (2014). Voor dat genre valt hier volgens Binsbergen wel degelijk iets te halen.

Toch werd de basis van het succes niet meteen herkend. In de directe jaren na Alles is liefde bleef het stil. Zo waren de bestbezochte Nederlandse films van 2009 het drama Komt een vrouw bij de dokter, de rampenfilm De storm en de thriller Terug naar de kust – in de toptien is geen romkom te bekennen.

Pas toen Gooische vrouwen in 2011 en Alles is familie in 2012 net zoals Alles is liefde met spectaculaire bezoekersaantallen de grootste film van het jaar werden, viel het kwartje bij de filmindustrie: wie een romkom maakt, heeft goud in handen.

Dat is ook wat producent Kaja Wolffers dacht, die in 2011 net was begonnen bij productiemaatschappij NL Film. Hij wilde zijn nieuwe baan starten met een film die „commercieel veel potentie had”, vertelt hij. Toen Duitse collega’s hem op een conferentie met Europese zusterbedrijven de trailer van de „gigantische hit” Männerherzen lieten zien, hoefde hij niet verder te zoeken.

Wolffers merkte bij het opzetten van Mannenharten dat het financieren makkelijk ging. Voor de drie belangrijkste Nederlandse filmfinanciers was het een tamelijk risicoloze investering: het genre was inmiddels een formule voor succes. Het Filmfonds – Nederlands belangrijkste subsidieorgaan – steunde de romkom met een half miljoen. De distributeur – die de film in de bioscoop zou uitbrengen – gaf een voorschot van een paar ton. Ook RTL – dat daarmee meteen de uitzendrechten kocht – stond in voor een flink deel van het budget.

Opmerkelijk was dat ook partijen buiten de filmwereld, zoals de makers van de theatervoorstelling Anne, de potentie van romkoms zagen en films gingen maken. „Producenten met een scherp oog voor entertainment”, zegt docent Ernie Tee van de Filmacademie.

Financiële klappen

De aantrekkingskracht van romkoms werd nog groter door koerswijzigingen in de Nederlandse filmfinanciering. Dat begon met een ‘misdrijf’. Om de kwaliteit van de commerciële publieksfilm te stimuleren, gold vanaf eind jaren negentig een belastingmaatregel die het voor vermogende mensen voordelig maakte om in film te investeren. Dat stimuleerde de filmindustrie en maakte grote kwaliteitsfilms zoals Zwartboek, Minoes en Alles is liefde mogelijk. Maar na misbruik van de regeling – met geld dat naar het buitenland verdween en films die nooit werden gemaakt – besloot de overheid er in 2006 een punt achter te zetten. Zwartboek-budgetten waren voorlopig onbereikbaar.

Waar een dure romkom als Alles is liefde (2007) nog een krappe 4 miljoen kost en een gemiddelde bioscoopfilm als Mannenharten (2013) zo’n 2 miljoen, lukte het de entertainmentmensen achter Hartenstraat (2014) om die film voor acht ton te produceren. Dat die film een hit werd, was volgens Tee een tweede ‘eye-opener’ voor een industrie die het financieel steeds zwaarder kreeg.

De volgende financiële tegenslag volgde in 2011, toen staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) zijn beruchte bezuinigingen op cultuur aankondigde. Het budget van het Filmfonds ging terug van ruim 37 miljoen naar 29 miljoen euro.

Teruglopende dvd-verkopen waren het derde probleem voor de Nederlandse film. Met het uitsterven van de dvd verdween in totaal jaarlijks zo’n 300 miljoen euro uit de filmindustrie. Eerder kwamen die inkomsten via distributeurs, een cruciale partij in de Nederlandse filmfinanciering, deels terecht bij nieuwe Nederlandse films. Het maakte de distributeurs tegelijk afhankelijker van inkomsten uit bioscoopbezoek.

Knokken om bioscoopzalen

Het financieren van romkoms werd in dit nieuwe financiële klimaat een middel voor distributeurs om hun bedrijf in stand te houden, vertelt directeur Wilco Wolfers van distributiebedrijf Entertainment One. Zelf bracht hij op een gegeven moment drie romkoms per jaar uit. „Iedereen wilde de nieuwe Alles is liefde scoren.”

Steeds meer romkoms werden er gemaakt, vaak sneller en voor minder geld. Producent Maarten Swart (Het diner, De marathon) van Kaap Holland Film deed daar niet aan mee, maar herinnert zich wel dat hij romkoms nodig had om artistieke films te kunnen blijven maken. Die ene Nederlandse romkom in 2011 werd acht films in 2013 en tien in 2017.

Hoewel je zou verwachten dat minder geld van het Filmfonds en distributeurs tot minder films zouden leiden, bleek het tegendeel waar. De filmindustrie bewoog zich van één dure film van 2 miljoen, naar twee films van 1 miljoen. Films met een relatief laag budget zijn makkelijker te financieren, twee films hebben meer kans op succes dan één. Het was ook een vorm van risicospreiding.

Met minder geld werden steeds meer films gemaakt. Vijftien jaar geleden kwamen zo’n dertig Nederlandse films per jaar uit, de laatste jaren liep dit op naar zestig per jaar. Films die elkaar in toenemende mate uit de bioscoopzalen zouden vechten.

Dat blijkt uit de dalende bezoekersaantallen van romkoms sinds Mannenharten (2013) en Hartenstraat (2014). Bioscoopmanager Bryan van Baardewijk herinnert zich dat de eerder zo succesvolle voorpremières voor vrouwen het steeds moeilijker kregen. „Vaak waren ze nog verzadigd van hun vorige ladies night. Ze slaan de volgende over, en wij krijgen maar de halve zalen vol.”

Filmdistributeur Pim Hermeling herinnert zich dat collega’s op het hoogtepunt van de romkomgekte soms zelf in de war waren over welke ze zelf hadden gekocht en welke naar de concurrent was gegaan. „Was Hartjesland nou van jou of van mij?”, ging het volgens hem op een bijeenkomst.

Semi-automatisch

Het nieuwe beleid van het Filmfonds maakte het voor producenten aantrekkelijk om romkoms te blijven maken. Na het afschaffen van de omstreden belastingkorting kwam het fonds met een regeling waarbij geld werd toegekend op basis van eerdere successen van een producent. Deze regeling was semi-automatisch, plannen werden niet op inhoud beoordeeld. Na de bezuinigingen van Zijlstra kwam er nog zo’n regeling bij, waardoor tot 2018 meer dan de helft van het Filmfondsgeld zonder inhoudelijke toetsing aan producenten werd uitgekeerd. Volgens Frank Peijnenburg van het Filmfonds werden zo de bezuinigingen voor publieksfilms deels gecompenseerd. Maar omdat er minder geld was voor subsidies die wel selectief waren, kwam de sturing op kwaliteit en diversiteit in het gedrang.

Kortom: wie een succesvolle romkom produceerde, kreeg overheidsfinanciering voor de volgende. Viel een film tegen, dan werd de bijdrage lager, de volgende film goedkoper, waarschijnlijk sneller gemaakt en kwalitatief minder goed.

Publieksuitholling

Dat recensenten de Nederlandse romkoms steevast met twee sterren beoordeelden, hield de groei van het aanbod niet tegen. De Volkskrant noemde Hartenstraat „een film die zich laat verorberen als een McDonald’s-maaltijd” en over Mannenharten dat „de goede acteurs” niet kunnen „voorkomen dat zowel romantiek als komedie ver te zoeken is”. Volgens NRC was Rokjesdag het resultaat van „een treurig stemmende formule” en zijn in Toscaanse bruiloft de verhaallijnen „afgekloven”,de dialogen „houterig” en de grappen „slap” .

Filmkenners begonnen zich vijf jaar geleden al zorgen te maken. Filmjournalist Karin Wolfs weet nog hoe ze een middelmatige monocultuur zag ontstaan, met Nederlandse romkoms als „invuloefeningen met geen greintje originaliteit”. Ook filmcriticus Nico van den Berg vond dat de Nederlandse romkoms erg „fabrieksachtig” in elkaar zaten. Zoals de titels Hartenstraat, Mannenharten en Pak van m’n hart moeilijk te onderscheiden zijn, leken de films volgens Van den Berg inhoudelijk ook te veel op elkaar. „De scenario’s zaten van meet af aan ongelofelijk sjabloonachtig in elkaar. Bij de meeste romkoms kon ik het hele verhaal vaak al na de eerste scènes uittekenen.”

Van den Berg denkt dat het gebrek aan originaliteit heeft geleid tot verzadiging. Ook Frank Peijnenburg van het Filmfonds onderstreept dat de overdaad een „uitholling van het publiek” tot gevolg had. Trok Hartenstraat in 2014 nog bijna 400.000 bezoekers, vervolg Hartenstrijd moest in 2016 genoegen nemen met 175.000. Dat is volgens Peijnenburg ook waarom het fonds de semi-automatische gelden nu heeft verminderd. Karin Wolfs: „Wat er gemaakt werd deed er niet meer toe, zolang het maar marktaandeel genereerde.”

Inwisselbare producten

Regisseur Maarten Treurniet (van onder meer De Heineken ontvoering) en regisseur Arno Dierickx (Bloedbroeders) blijken in februari 2018, op weg naar het filmfestival van Berlijn, in hetzelfde vliegtuig te zitten. Al gauw raken ze aan de praat over de stand van de Nederlandse filmindustrie, vertellen ze. Treurniet is ontevreden over het Filmfonds en het feit dat producenten in Nederland te bepalend zouden zijn in wat er gemaakt wordt. Dierickx spuugt zijn gal over het door romkoms gedomineerde filmaanbod. Waar is de kwaliteit gebleven?, vragen de Gouden Kalfwinnaars zich af. Waarom is er al vijftien jaar lang geen Nederlandse film genomineerd voor een Oscar, terwijl dat twee Vlaamse films in de laatste zeven jaar lukte?

Over één ding zijn ze het eens: de romkomexplosie is het symptoom van een groter probleem. Met het genre op zich is volgens hen niets mis. Het probleem is alleen, vinden ze, dat de Nederlandse romkoms veilige producentenfilms zijn, waarvoor regisseurs en scenaristen worden ingezet om inwisselbare producten te leveren. Dat is niet alleen een probleem van geld, maar ook van de houding van Nederlandse filmmakers zelf. De overdaad van het genre laat volgens het duo een armoede zien aan het soort films dat zowel artistiek interessant is als het goed doet bij het grote publiek – films die ervoor zorgen dat België op dit moment een filmcultuur zou hebben en Nederland een filmindustrie.

Als de regisseurs na hun landing op hun koffers staan te wachten, beseffen ze dat Nederland geen enkele film heeft in de hoofdcompetitie van de Berlinale – anders dan landen als Noorwegen en Roemenië. Na dertig jaar in het vak hebben ze de afgelopen tijd genoeg geklaagd, vinden ze. Is het niet tijd om actie te ondernemen?

Regisseursrevolte

Eind 2018 zetten Treurniet en Dierickx, samen met acteur Gijs Scholten van Asschat, journaliste Karin Wolfs en scenarist Sytske Kok, hun naam onder een brief. „Beste Minister”, begint de brief. De vijf schrijven „niet over geld te willen praten”, maar over „hoe we in Nederland beter films kunnen maken”, en dat zij denken dat ze weten hoe dat kan. De brief is gericht aan Ingrid van Engelshoven (D66), dan net een jaar minister van Cultuur.

Lees ook een nieuwsbericht over een enquête onder filmmakers: ‘Nederlands Filmfonds neemt te weinig risico’

Na hun toevallige ontmoeting zochten Treurniet en Dierickx contact met andere makers die hun frustraties over de Nederlandse film delen. Inmiddels probeert het vijftal zich als ‘het Filmmakersinitiatief’ in te spannen voor een sterker filmklimaat, door concrete verbeteringen te formuleren en zich in politiek Den Haag te mengen. De brief aan de minister leidde tot een enquête onder Nederlandse filmmakers, een symposium in filmmuseum Eye in aanwezigheid van Van Engelshoven en uitgebreid overleg met ‘het filmteam’ van OCW over nieuw beleid. Vooral de enquête laat zien dat een groot deel van de filmsector de zorgen van Treurniet en Dierickx deelt.

Het belangrijkste punt van het Filmmakersinitiatief is de benoeming van een ‘artistiek directeur’ bij het Filmfonds, die actief met makers gaat praten om het romkomstramien te doorbreken en ruimte voor films te maken die zowel prijzen winnen als aanslaan bij het grote publiek. „Geen bestuurder die aanvragen van producenten bekijkt en geld verdeelt”, zegt Treurniet. „Maar iemand die aan regisseurs en scenaristen vraagt: wat is jouw droom?”

Regisseur Dick Maas – met Flodder, De lift en Sint een van Nederlands bekendste filmmakers – beklaagt zich al jaren over „de manier waarop het fonds producenten voortrekt”. Waar hij in de jaren 80 nog een zak geld kreeg met een eenvoudig filmplan op een paar A4’tjes, voelt hij zich nu verplicht om door „eindeloze bureaucratische processen” te moeten. Hoewel de regisseur genoeg ideeën heeft voor nieuwe actiefilms en thrillers, vraagt hij zich af of het hem überhaupt zal lukken om nog een eigen film te maken.

Trots op romkom

De muren van de vergaderruimte in de ruime bedrijfsloods in Amsterdam-Zuid hangen vol met ingelijste certificaten van Gouden en Platina films voor meer dan 100.000 en 400.000 bezoekers. Johan Nijenhuis telt het aantal romantische komedies dat ertussen zit. „Acht”, zegt hij trots. Als producent en regisseur van zijn eigen films heeft hij weinig last van de problemen die Treurniet en Dierickx beschrijven. Nijenhuis vindt dat we trots mogen zijn op de Nederlandse romkom. Zijn films trekken nog steeds de bezoekersaantallen uit de hoogtijdagen van het genre. Met Verliefd op Cuba brak hij in maart 2019 nog Ladies Nights-records.

Nijenhuis vindt het dedain waarmee naar zijn soort films wordt gekeken onterecht. „Critici klagen dat elke Nederlandse romkom hetzelfde is. Maar dat geldt ook voor arthousefilms. Die gaan altijd over zwijgzame mensen die over hun problemen piekeren, gevolgd door een down ending.” Volgens hem is Hollywood zich minder op het genre gaan richten, omdat romantische komedies moeilijker naar nieuwe Arabische en Aziatische markten te exporteren zijn. In India bijvoorbeeld mocht tot voor kort amper in beeld gezoend worden. Volgens Nijenhuis heeft Nederland zo zelf de kans gekregen om romkoms te maken, met één grote meerwaarde: ze zeggen veel meer over onze cultuur dan Amerikaanse megaproducties. „Je ziet hoe mensen elkaar hier versieren, hoe mannen en vrouwen met elkaar omgaan. Verliefd op Cuba laat zien dat Nederlanders echt anders zijn op vakantie dan Fransen of Duitsers.”

Lekker vet

Ook producent Wolffers verdedigt zijn romkoms. Hoewel hij een recensie van twee sterren nooit leuk vindt, denkt hij dat de afkeer van het genre vooral bij filmmakers en critici in de mode is. „De meeste mensen gaan naar de film om een leuke avond te hebben, popcorn te eten en lekker te snuggelen met degene die ze hebben meegenomen.” Wolffers kan daarvoor geen beter genre bedenken dan een romkom.

De populariteit van het genre is volgens producent Maarten Swart ook heel simpel vanuit marktwerking te verklaren. Want het is logisch dat producenten op de vraag van het publiek anticiperen. „Je kan wel houten speelgoed gaan maken, maar als alle kinderen Furby’s willen, schiet je daar niet veel mee op.”

Robin Logjes, de filmacquisiteur van RTL, onderstreept dat. In de afgelopen tien jaar financierde hij zo’n vijftig films voor het mediaconcern, waaronder ruim twintig romkoms. „Wij kijken als commerciële omroep naar wat het grootste deel van het publiek leuk vindt. Dat zijn in Nederland vooral de romkoms.” Logjes erkent dat zijn films „de friet met mayonaise” van de filmwereld zijn en hij weet dat het publiek soms ook „een verfijnde maaltijd” wil. Maar de RTL-man gelooft niet dat dit vaak zo is. „Ik zie aan onze kijkcijfers dat mensen vaker zin hebben in een lekkere vette commerciële film, en daar is volgens mij helemaal niets mis mee.”

Frans van Gestel, de producent van Alles is liefde, vindt wel dat zijn collega’s inmiddels een punt achter de romkoms mogen zetten. Zelf heeft hij zich na het semi-vervolg Alles is familie alleen nog maar sporadisch aan het genre gewaagd. Van Gestel is bang dat het publiek een steeds slechter beeld van de Nederlandse film krijgt, als de ‘topfilms’ uit eigen land ongeïnspireerde romkoms zijn. Het nu al lage bioscoopaandeel zou zo in de toekomst nog verder kunnen dalen.

Een paar jaar geleden heeft Van Gestel aan het team van Alles is liefde voorgesteld om een zwartgallig vervolg te maken op hun film die meer dan tien jaar geleden de deuren opende voor het genre. Alles is klote: een cultfilm in zwart-wit die elk cliché uit het genre op de hak neemt. Met als doel de Nederlandse romkomhype eindelijk af te breken. „Het is er nog niet van gekomen, maar het zou wel goed zijn.”

Aanpassing 25 april: De film ‘Singel 93’ speelt in Den Haag, niet in Amsterdam, zoals aanvankelijk werd vermeld. De distributeur noemt de komedie een ‘feelgoodfilm’, niet een romantische komedie.