Neanderthalers zaten maar kort bij hun kampvuur

Archeologie Neanderthalers bleven niet graag op dezelfde plek hangen. Maar hoe reislustig ze precies waren, is moeilijk vast te stellen.

Een vuurplaats (links) en organisch materiaal erin.
Een vuurplaats (links) en organisch materiaal erin. Foto’s Leierer et al

Neanderthalers waren niet bijzonder honkvast. Als ze ergens een vuurtje maakten, om eten te bereiden of om zich te verwarmen, gebruikten ze zo’n vuurplaats slechts een paar keer, voordat ze weer verder trokken. Dat blijkt uit onderzoek van elf vuurplaatsen die neanderthalers tussen 61.000 en 45.000 jaar geleden achterlieten in de buurt van Alcoy in Spanje. Archeologen van de universiteit van Tenerife publiceerden hun analyse van deze vindplaats woensdag in PLOS ONE.

Neanderthalers zijn de circa 35.000 jaar geleden uitgestorven naaste verwant van Homo sapiens. Archeologen denken al langer dat neanderthalers niet lang op dezelfde plek bleven hangen, maar hoe reislustig ze precies waren, is moeilijk vast te stellen. Sporen van schoonmaak en onderhoud, zoals die ontstaan bij het leegschrapen van een vuurplaats, kunnen duiden op een langer verblijf, net zoals de aanwezigheid van dikke aslagen in een vuurplaats.

Dunne laagjes as

De archeologen brachten het gebruik van de bij Alcoy aangetroffen vuurplaatsen in kaart. Ze vonden geen sporen van onderhoud, en slechts dunne laagjes as.

Sommige vuurplaatsen bevonden zich op dezelfde plek, gescheiden door in de loop van de tijd afgezette lagen sediment. Door de grond op microscopisch niveau te analyseren en zo de lagen brandstof, as, voedselresten en door de natuur achtergelaten materiaal van elkaar te scheiden, komen de onderzoekers tot de conclusie dat de site gedurende vier perioden voor korte tijd bewoond is. Daartussen was de plek telkens langere tijd verlaten.

Vuursteen en botresten

De neanderthalers hebben weinig sporen nagelaten. In de laag verbrande grond op de vuurplaatsen zijn enkel kleine fragmenten vuursteen en botresten aangetroffen. Houtskoolresten zijn ook schaars. Omdat de restjes kool mooi rond en glad zijn, zou dat erop kunnen duiden dat ze niet ter plekke zijn ontstaan, maar dat ze van elders komen en zijn bewerkt, voordat ze zijn gebruikt om vuur aan te maken.

De onderzoekers vonden in de as resten van coniferen. Omdat die niet voorkwamen nabij Alcoy, lijkt het erop dat de neanderthalers die hier hun kamp opsloegen van elders brandhout hebben aangevoerd. Onderzoek aan de gevonden plantenresten liet ook zien dat er geen deels vergane herfstbladeren tussen zaten. Dit kan erop wijzen dat de neanderthalers deze plek niet in de herfst en winter bezochten, en dat ze hun migratie dus afstemden op de wisselende seizoenen.

Lees over onderzoek van Leidse archeologen: Neanderthalers gebruikten reeds aanmaakblokjes