Muziekcafés slaan alarm: parkeertarieven veel te hoog voor muzikanten

Talk of the Town Voor veel muzikanten is het te duur geworden om naar Amsterdam te komen voor een avondje jammen. De muziekcultuur loopt gevaar.

Cotton Club op de Nieuwmarkt, een van de muziekcafés waar veel live wordt gespeeld.
Cotton Club op de Nieuwmarkt, een van de muziekcafés waar veel live wordt gespeeld. Foto Marcel Antonisse/ANP

De Amsterdamse underground muziekscene dreigt haar hart en ziel te verliezen, zo waarschuwen muzikanten. De reden is de recente „exorbitante” stijging van de parkeertarieven, tot 7,50 euro per uur. Hierdoor is het voor muzikanten die afhankelijk zijn van de auto om grote, zware instrumenten te vervoeren, zoals drums of gitaar met versterkers en contrabas, zo goed als ondoenlijk de parkeerkosten te voldoen.

In de kroegeconomie van live jazz en pop vormen de vaak nachtelijke jamsessies en optredens de bron van nieuwe muzikale ontwikkelingen. De gages zijn gemiddeld 80 euro op een sessie van zo’n vijf uur. Daarvan verdwijnt nu de helft in parkeermeters. Gelegenheden die volop muziek programmeren zoals Café Nel, Alto, Cotton Club, De Engelbewaarder, de Kring, Café de Pianist, Maloe Melo, Mulligans, Bourbon Street, Casablanca en Splendor komen in de problemen.

De gages zijn gemiddeld 80 euro op een sessie van zo’n vijf uur. Daarvan verdwijnt nu de helft in parkeermeters

Jazzpianisten Daan Herweg (37) en Robert van der Padt (27) namen het initiatief een brandbrief te sturen aan de verantwoordelijke wethouders Touria Meliani (cultuur, GroenLinks) en Sharon Dijksma (verkeer, PvdA). De brief is mede ondertekend door vooraanstaande jazzmuzikanten als Hans Dulfer, Benjamin Herman en Paul van der Feen.

Wereldberoemde jamsessies

„Voor muzikanten pril van het conservatorium en aan het begin van hun carrière zijn jamsessies onmisbare artistieke en sociale ontmoetingsplekken”, zegt Herweg. Zelf programmeert hij de Nelsessies in Café Nel aan het Amstelveld. „Deze sessies zijn wereldberoemd, zelfs muzikanten uit New York willen er met Nederlandse collega’s optreden. Amsterdam heeft een rijke muziekscene, maar die onttrekt zich aan het zicht van cultuurcommissies. Deze kleine podia vormen de voedingsbodem voor de creativiteit in de stad, maar de stad is hard op weg deze subcultuur te verjagen.” Herweg en Van der Padt willen met de wethouders in gesprek gaan om de musici die op kroegpodia optreden ontheffing te bieden, de cafés van parkeergelegenheid te voorzien of zelfs een instrumententaxi te organiseren. Van der Padt: „Ik ben beginnend musicus en de belangrijkste manier om optredens te genereren is via deze live sessies.”

Foto iStock

Herweg vergelijkt dit aanbod van livemuziek met 52nd Street in New York, waar grootheden uit de jazz optraden op vergelijkbare podia. Van der Padt betreurt het „dat de verhoogde parkeertarieven voor de muziekscene een onbedoeld negatief effect hebben”. Herweg heeft berekend dat met „twintigduizend euro per jaar de gemeente dit noodzakelijke muzikale circuit kan redden, de meest authentieke manier om de stad culturele impulsen te geven. De kans is groot dat deze artistieke voorhoede naar de randen van de stad verdwijnt, en dat betekent kaalslag voor het centrum. De muzikale avantgarde én liefhebbers weten nu nog de plekken te vinden.”

Onmuzikale stad

Ondertussen hebben beide wethouders via hun woordvoerder laten weten de brandbrief ontvangen te hebben, maar dat de „voorgestelde ontheffing voor muzikanten in de praktijk erg lastig uitvoerbaar (is). Daarom kiezen we niet voor steun via die weg.” Zowel Herweg als Van der Padt laten weten dat muzikanten begrip hebben voor het beleid de stad autoluw te maken, maar dit besluit kan toch niet leiden tot een ‘onmuzikale stad’ waar grootschalige horeca de dienst uitmaakt ten koste van de „rauwe jazz- en popcultuur”.

De Amsterdamse Kunstraad erkent het probleem van de stijgende kosten voor de culturele sector. Algemeen secretaris Guikje Roethof laat weten dat ze het bestuur „over de brief zal informeren en eventueel advies uitbrengen aan de gemeenteraad”. Roethof: „Amsterdam is een bruisende stad en de cultuur van bandjes moet behouden blijven. Wij noemen dat de ‘keten van muziek’. Jonge mensen moeten kans krijgen hun vak uit te oefenen en nieuw publiek te vinden, daartoe hebben zij nu steun nodig.”