McKee’s dood is meer dan een particuliere tragedie

Noord-Ierland Woensdag was de uitvaart van journalist Lyra McKee, die per ongeluk werd getroffen door een kogel van terreurgroep New IRA. Politici van alle kleuren waren bij de dienst, terwijl zij ook degenen zijn die door onderling gekonkel de vrede in Noord-Ierland wankeler maken.

Vrienden van McKee droegen sjaals van Harry Potter. McKee identificeerde zich met de afdeling Huffelpuf, omdat die bewoners van de tovenaarsacademie het inclusiefst zijn.
Vrienden van McKee droegen sjaals van Harry Potter. McKee identificeerde zich met de afdeling Huffelpuf, omdat die bewoners van de tovenaarsacademie het inclusiefst zijn. Foto Brian Lawless/AP

Om klokslag een uur ’s middags wordt in de Sint-Annakathedraal duidelijk hoe onvoorstelbare pech en wrede willekeur politieke lading krijgen. Vrienden en familie zijn in de kerk in Belfast bijeengekomen om afscheid te nemen van Lyra McKee. Vorige week was zij nog een getalenteerde 29-jarige journalist, die schreef over de Troubles, over gay zijn in Noord-Ierland, over de veranderende maatschappij. Afgelopen donderdag deed McKee verslag van rellen in Londonderry. Ze stond naast een gepantserde politiewagen toen iemand schoten loste. Een kogel trof de journalist in haar hoofd. Ze stierf.

De moord is, ook na 21 jaar vrede, meer dan een particuliere tragedie. Als de uitvaart van McKee een ritueel was voor intimi, zou het misboekje niet melden dat de BBC en Sky de dienst live streamen. Dan zouden Theresa May en Leo Varadkar, de Britse en Ierse regeringsleiders, niet op de eerste rij in de kerk zitten. Dan zouden Mary Lou McDonald en Arlene Foster, de kopstukken van Sinn Féin en de Democratic Unionist Party (DUP), de twee machtsblokken in de Noord-Ierse politiek, niet pal achter hen plaatsnemen.

Want wat weten Foster en May, McDonald en Varadkar nu over Lyra Catherine McKee? Niets. Het zijn haar vrienden en familie die knuffelend en zakdoekjes vol snotterend herinneringen ophalen, mooi en pijnlijk, rauw en liefdevol. Zij kunnen vertellen dat het kleine meisje met een paardenstaart in een zwart jasje, bij de uitvaart snikkend op schoot van haar moeder, het lievelingsnichtje van McKee was. Zij wisten dat McKee ook dolgelukkig was met haar Sara, een verpleegkundige uit Londonderry, dat de twee een bruiloft planden.

Zowel Foster, die als leider van de fundamentalistisch gereformeerde DUP het homohuwelijk in Noord-Ierland blokkeert, als Varadkar, de eerste Ierse homoseksuele premier, hoorde dat de twee gingen huwen in Donegal, net aan de overkant van de grens in Ierland waar rechten al wel zijn gelijkgetrokken. Persoonlijk en politiek, tastbaar leed en het grotere belang, de bewijzen van een veranderende en progressievere Noord-Ierse maatschappij en het juk van het verleden. Alle lijntjes liepen door elkaar.

De dood van McKee komt op een gevoelig moment. Al meer dan twee jaar heeft Noord-Ierland geen functionerende deelregering. Onder de voorwaarden van het Goede Vrijdagakkoord moeten de grootste partijen van de republikeinen, die een verenigd Ierland willen, en de unionisten, die willen dat Noord-Ierland onlosmakelijk onderdeel blijft van het VK, een coalitieregering vormen. Machtsdeling is een heilig begrip in de Noord-Ierse politiek geworden de afgelopen jaren.

Begin 2017 gingen de DUP en Sinn Féin met knetterende ruzie uit elkaar. De oorzaken van de twist zijn complex. De betrokkenheid van DUP-leider Foster in een subsidieschandaal speelt een grote rol, net als de verschuivende demografie in Noord-Ierland. Over een paar jaar telt de Britse provincie meer katholieken dan protestanten. Dat kan de politieke balans doen kantelen in een maatschappij waar afkomst, geloof en gemeenschap van enorm belang zijn. Ook belangrijk: de DUP (Leave) en Sinn Féin (Remain) hebben tegenovergestelde Brexit-standpunten.

Gesprekken lopen vast. Pogingen te lijmen komen halfhartig over. Dat geldt voor de DUP en Sinn Féin in Belfast, maar ook voor premiers May en Varadkar in Londen en Dublin. May zou te veel luisteren naar de DUP, in het Lagerhuis in Londen haar gedoogpartner, en zo de rest van de Noord-Ierse politiek negeren. Varadkar zou te veel vrezen Sinn Féin te bruskeren. De Britse en Ierse premiers dienen als co-ouders te waken over Noord-Ierland en niet als broer of zus zich te mengen in de ruzie.

Rouwende mensen buiten de St. Anna’s Cathedral in Belfast, waar de uitvaart plaatsvindt. Foto Brian Lawless/AP

Meer stabiliteit niet vanzelfsprekend

Zonder deelregering, zonder Brits-Iers leiderschap en zonder politici die het redelijke midden opzoeken, zwalkt Noord-Ierland. Voor het eerst sinds de vrede van 1998 voelen veel Noord-Ieren dat vooruitgang, nog meer stabiliteit, nog meer economische voorspoed niet vanzelfsprekend zijn. In januari ontplofte een autobom voor het gerechtsgebouw in Londonderry. In maart ontvingen Britse stations, luchthavens en universiteiten bombrieven, verzonden vanuit Ierland.

Bij die acties vielen geen gewonden, maar Noord-Ierse politie en experts waarschuwden al langer: door het politieke vacuüm dat is ontstaan, voelen de plukjes gewelddadige radicalen – die onder de oppervlakte nooit helemaal verdwenen zijn – zich gesterkt. Zij kunnen zich roeren. En dat is precies wat vorige week gebeurde in Creggan, de wijk in Londonderry waar McKee werd doodgeschoten.

De New IRA, een gewelddadige republikeinse splinterbeweging, eiste de daad op middels een brief aan een Ierse krant. De daders verontschuldigden zich tegenover de nabestaanden van McKee, maar probeerden hun misdaad te verantwoorden. De rellen werden volgens de New IRA uitgelokt „door troepen van de Britse kroon”, de Noord-Ierse politie dus, die invallen had gedaan op zoek naar wapens.

Met die verklaring riepen de daders de taal op van het verleden, die McKee goed kende. Ze had al een boek geschreven, dat binnenkort verschijnt, over dominee Robert Bradford, een protestantse politicus die in 1981 door de IRA werd vermoord. Ze deed onderzoek naar de Lost Boys, vermissingszaken waar tieners ontvoerd en vermoedelijk vermoord werden als vorm van terreur. Haar onderzoekswerk leverde haar bekendheid op. Zakenblad Forbes nam McKee op in de lijst van dertig mondiale journalistieke talenten onder de dertig. Het prestigieuze Faber & Faber ging haar boek uitgeven.

Tegelijkertijd publiceerde McKee in 2016 ook A letter to my 14-year-old self, een persoonlijk stuk over haar coming out. Daarin vertelt ze hoe ze vreesde dat haar christelijke kennis Gavyn hun vriendschap zal verbreken omdat ze gay is. Uiteindelijk stuurt Gavyn een sms’je: dit verandert niks. „Accept him for what he is as he has accepted you”, schrijft McKee. Dat klinkt als een devies dat heel Noord-Ierland zou moeten omarmen.

Maar in plaats van chroniqueur van het verleden en de toekomst van Noord-Ierland, is McKee toch nu vooral bekend geworden als het zoveelste dodelijk slachtoffer, dat vooral dient om de politiek duidelijk te maken dat actie vereist is.

Tegen het einde van de uitvaart hield pastoor Martin Magill zijn preek. Hij prees de politici voor hem voor hun aanwezigheid, voor het feit dat de leiders van Sinn Féin en de DUP samen Londonderry bezochten, voor het feit dat ze schouder aan schouder in de kerk zaten, decennialang volstrekt onmogelijk. „Jullie stonden samen”, zei Magill. „Waarom in godsnaam is de dood van een 29-jarige vrouw […] nodig om eindelijk dit punt te bereiken?”

De kathedraal brak los in luid applaus. Een van de vriendinnen van McKee die tot die tijd haar tranen niet kon bedwingen, stond op. Haar ogen spuwden vuur. De gehele kerk volgde. May, Foster, Varadkar, Corbyn, McDonald en de andere politici vooraan hoorden het verbouwereerd aan. Eerst bleven ze zitten. Uiteindelijk klapten ze mee met de hartenkreet van een kerk die het beu is telkens hun toekomstige generatie te begraven.