Maak van je kantoor echt een tuin

Onderzoek Een groene werkomgeving zou goed zijn voor mensen. Maar is dat ook zo? Een eerste onderzoek stemt hoopvol.

Foto Merlin Daleman

Na kale kantoorgangen en een functionele productiehal komt aan de linkerkant opeens een opvallend groene kantoorruimte in zicht. Het is de zogeheten ‘plantenafdeling’, zoals de logistiekafdeling van pluimveeverwerker Marel in Boxmeer tegenwoordig wordt genoemd. Facilitair manager Rob Lennaerts wijst de weg.

Tussen de 25 werkplekken staan vijf grote staande planten in het gangpad, aan de muur hangen zes ‘plantschilderijen’ (verticale plantenbakken met ieder zo’n vijftig planten erin) en op de ordnerkasten en naast de printer staan nog vier grote, losse plantenbakken. ‘Wow, dat zijn veel planten’, horen de medewerkers vaak van bezoekers, maar zelf valt het ze niet eens meer zo op.

Lennaerts: „Het is net als met een nieuwe auto. In het begin vind je het fantastisch, maar na een paar weken ben je niet anders meer gewend.”

Hij vertelt hoe de universiteit in Wageningen (WUR) in 2015 bedrijven zocht voor een onderzoek naar het effect van kantoorplanten op de gezondheid en het welbevinden van medewerkers. Marel meldde zich meteen aan. „We zijn al veel bezig met het welzijn van onze 1.500 medewerkers, dus dit paste daar goed bij.” De 17.000 euro die de planten en het onderhoud tijdens het twee jaar durende onderzoek hebben gekost, kwamen voor rekening van Marel.

En ook al valt hun groene kantoor de medewerkers niet meer zo op, het is wél wennen als je opeens geen planten meer om je heen hebt. Lennaerts: „Een programmeur verhuisde van deze afdeling naar een nieuwe, zonder planten. Een week later sprak hij me aan: ‘Rob, ik word hier bijna depressief. Ik mis mijn planten!’”

Foto Merlin Daleman
Een vergelijkbare afdeling bij Marel bleef bewust plantloos, als controlegroep.
Foto Merlin Daleman

Minder ziekteverzuim

Planten op kantoor zijn goed voor de gezondheid van werknemers. Al jarenlang circuleren nieuwsberichten met die boodschap, maar de aannames werden nooit op grote schaal onderzocht. Onderzoeker Tia Hermans van de WUR vertelt dat het onderzoek dát er was, vaak kort duurde en bijvoorbeeld alleen over de luchtkwaliteit ging of enkel over de beleving van planten. Hermans: „Wij wilden het effect van planten op de luchtkwaliteit, de gezondheid en het welbevinden van medewerkers met elkaar combineren in één onderzoek.”

Dus begon Hermans met haar team in 2015 een groot praktijkonderzoek bij negen zorginstellingen en drie bedrijven. De onderzoekers zetten bij de deelnemers één kantoorafdeling vol met planten, terwijl een vergelijkbare afdeling bewust plantloos bleef – de controlegroep.

Al na de eerste drie maanden bleek dat de planten zorgden voor een positief effect. Zo was de luchtvochtigheid met name in de winter duidelijk hoger en vonden medewerkers hun werkplek aantrekkelijker om te zien. En ook niet onbelangrijk: mensen die werkten in een ruimte met planten bleken zich minder vaak ziek te melden. Zou je dat doorberekenen op jaarbasis, dan kwam het neer op zo’n anderhalve dag minder ziekteverzuim per persoon per jaar. Hermans: „Dat was voor de bedrijven een heel belangrijk punt. Ze zeiden tegen ons: al zou het ziekteverzuim maar met één uur per jaar naar beneden gaan, dan is dat voor ons al gigantische winst.”

Het onderzoeksteam kwam tot deze resultaten door bij de deelnemende bedrijven eerst op beide afdelingen een nulmeting te doen. Met sensoren maten ze de luchtvochtigheid en het CO2-gehalte, en daarnaast vulden medewerkers enquêtes in over hun beleving van het kantoor, hun functioneren en welzijn. Nadat de planten waren neergezet, namen onderzoekers negen maanden lang, om de drie maanden een enquête af.

Het was niet altijd makkelijk iedereen te motiveren de enquêtes in te vullen, vertelt planner Susanne Sielias van Marel. „Het waren forse vragenlijsten waar je 25 minuten mee bezig bent. We moesten ook concentratietesten doen en zelfs twee keer een plukje haar afknippen om het cortisolgehalte [stresshormoon, red.] te meten. ‘Dat doe ik écht niet’, zeiden sommige collega’s.”

Die afvallers maakten, samen met praktische onoverkomelijkheden zoals interne verhuizingen, dat de onderzoekspopulatie al bij de eerste nameting van 119 naar 75 deelnemers daalde, en daarna nog verder afnam. De hoofdresultaten van het onderzoek zijn dan ook gebaseerd op die eerste nameting, na drie maanden onderzoek. Het aantal respondenten werd daarna te klein.

Is het dan nog wel een langdurig onderzoek te noemen? Projectleider Tia Hermans vindt van wel. „Een onderzoekstijd van drie maanden is vergeleken met ander onderzoek al redelijk lang. Bovendien hebben we de metingen na zes en negen maanden wel gedaan en erover gerapporteerd. Door het kleine aantal participanten werd het alleen lastiger effecten te vinden.”

De ‘plantenafdeling’ van Marel in Boxmeer. De planten en het onderhoud ervan gedurende het onderzoek kostten het bedrijf 17.000 euro.
Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman

Terugverdienen

Facilitair manager Lennaerts was aangenaam verrast door de resultaten. „Onze medewerkers op de plantenafdeling beoordeelden hun eigen functioneren op een schaal van één tot zeven met 0,7 punten hoger. Dat stimuleert ons om nog meer met planten aan de slag te gaan.” Susanne Sielias vult aan: „De werkdruk verandert niet door een plant naast je bureau, maar het zorgt er wel voor dat je ’s ochtends binnenkomt en denkt: wat een fijne omgeving, ik ga ertegenaan vandaag.”

Dat is volgens projectleider Hermans ook het grote voordeel van planten in een kantooromgeving: ze zijn er gewoonweg. „Bij gratis fruit of een sportabonnement voor medewerkers is óók een gedragsverandering nodig. Planten leveren een gezondheidseffect zonder er moeite voor te doen.”

De WUR heeft ondertussen al een vervolgonderzoek aangekondigd. Onderzoeker Sjerp de Vries van de WUR: „We willen de planten op kantoor ook nog als een businesscase gaan onderzoeken. Binnen welke termijn kun je de investering precies terugverdienen?” Negen bedrijven zullen aan dit tweede onderzoek meedoen. Marel in Boxmeer zal daar weer één van zijn.