Foto Merlijn Doomernik

Lorenzo Viotti: ‘Wij dirigenten hebben ideeën, maar we blijven dienaren’

Benoemd Lorenzo Viotti is de nieuwe chef-dirigent van De Nationale Opera en het Nederlands Philharmonisch Orkest. Dat werd woensdag bekendgemaakt. Wie is hij? En waarom hij?

Afgaand op zijn cv, de recensies en zijn laatste klus, mag Amsterdam in zijn handen knijpen. Dirigent Lorenzo Viotti (29) is een catch. Jong, veelgevraagd, welbespraakt. En een slimme, breed georiënteerde carrièreplanner zonder haast.

In Nederland is hij goeddeels onbekend. Wie een belletje hoort rinkelen bij zijn naam, denkt waarschijnlijk aan zijn vader, dirigent Marcello Viotti (1954-2005) die in 2004 de Wiener Philharmoniker in het Concertgebouw dirigeerde. Ook de zoon dirigeerde hier een paar keer; invalklussen bij NedPhO en Concertgebouworkest, projecten met het Orkest van het Oosten, zomerconcerten met het Gustav Mahler Jugend Orchester. Wie niet kan wachten en hem nu meteen wil horen, moet naar de Opéra in Parijs, waar hij Carmen dirigeert. Met een zeer snelle ouverture, dat valt op. Dat hij alles meezingt, en elke koorinzet aangeeft – dat ook. Hij heeft een elegante, brede slag en een natuurlijk gevoel voor frasering, en neemt de zangers opvallend attent aan de hand.

De zoektocht naar een nieuwe chef voor De Nationale Opera en het Nederlands Phiharmonisch Orkest begon in 2016, toen de huidige chef Marc Albrecht bekendmaakte na het seizoen 2019/2020 te stoppen. De afgelopen twee jaar hadden operadirecteur Sophie de Lint en orkestdirecteur Rob Streevelaar vrijwel wekelijks overleg. Hadden ze een interessante dirigent gehoord? Welke nieuwe namen gonsden rond?

De weg die uitkwam bij de Zwitsers/Franse Lorenzo Viotti, begon met een tip, zegt Rob Streevelaar. Gevolgd door een dirigent die afzegde, en de mogelijkheid Viotti in februari 2018 als vervanger in de jarenlang dichtgetimmerde planning te schuiven.

„Een vervangklus die bleek te gaan om Petroesjka van Stravinsky in de zelden gespeelde versie uit 1911 met honderd musici op het podium”, lacht Viotti, die in de week voor zijn benoeming voor wat kennismakingsessies van Parijs naar Amsterdam is gereisd. „Het was een bizarre week. Ik kende de partituur niet, veel musici ook niet. En toch was er geen stress of chaos, alleen openheid en werkdrift. Daaraan merk je dat het NedPhO ook een opera-orkest is. Na klank is flexibiliteit voor een orkest het allerbelangrijkste.”

Meer operahuizen dongen naar uw hand. Waarom Amsterdam?

„De timing was goed, de omstandigheden zelfs perfect. Ik ben een workaholic en de afgelopen zes jaar was het goed om op veel plaatsen te werken. Maar de laatste tijd begon ik me af te vragen of het nog de beste weg was naar artistieke groei. In het slotakkoord van het ene concert, zijn mijn gedachten alweer bij het concert of de voorstelling van morgen. Ik ben zelden in het moment, laat staan dat ik tijd heb ergens bij stil te staan. De tijd was rijp voor meer stabiliteit, en om me ergens te vestigen. Ik leef letterlijk al jaren uit een koffer, van klus naar klus.”

Maar waarom Amsterdam?

„Ja. Want: een fijne stad, met een orkest vol gedreven musici die goed naar elkaar luisteren. De kans met hen zes maanden per jaar de diepte in te gaan, in zowel opera als symfonisch repertoire. En ik voelde me direct heel welkom, wat ook meetelde want ik ga me straks wel vestigen in een stad waar ik nog niemand ken.”

‘Ik houd erg van extreme sporten, boksen verbetert je stressmanagement’

U was slagwerker. Wanneer besloot u te willen dirigeren?

„Dirigeren was altijd al mijn droomdoel, alleen durfde ik dat niet aan mezelf toe te geven toen mijn vader nog leefde; hij was de dirigent van de familie. Dat besef is paradoxaal. Enerzijds zou ik mijn vader dolgraag niet hebben hoeven missen. Anderzijds werd ik de man en musicus die ik ben doordat ik zonder hem opgroeide, in volledige vrijheid.”

Zou uw vader uw keuze voor dirigeren hebben gesteund?

„Mijn moeder heeft het daar een keer hypothetisch met hem over gehad. ‘Te moeilijk’, vond hij. ‘Hij zal in mijn schaduw staan.’ En zij: ‘Ja, of jij in de zijne!’ Vrouwen zijn slim.”

Wat vond uw moeder er zelf van?

„Mijn moeder is echt een engel, ze reist de hele tijd op en neer tussen mij en mijn twee zussen en broer. Ons gezin is heel close, altijd geweest. We zijn ook allen musici, maar dat is thuis nooit gepusht. Mijn moeder liet ons juist heel vrij, en steunde ons allen op een andere, passende manier. Bij mij wist ze dat het goed was dat ik op mijn 19de uit huis ging, om buiten haar zicht mijn eigen fouten te kunnen maken. Want ze wist zeker dat ik één fout nooit zou maken: haar teleurstellen.”

Wat trok u in dirigeren?

„Aanvankelijk was het een abstract verlangen. Hoe het voelt voor een orkest te staan, daarvan kun je je geen voorstelling maken – totdat je het echt ervaren hebt. Ergens was ik ook bang, want ik wilde mezelf en anderen niet teleurstellen. Toen ik door de Musikhochschule in Wenen werd afgewezen voor het eerste jaar orkestdirectie, was dat een klap. In dat jaar heb ik van alles gedaan: koorzang, archiefwerk, spelen in orkesten én als dirigent assisteren bij een amateurorkest. Daar voelde ik: dit is het. Kort daarop, toen ik als twintigjarige academieslagwerker meespeelde met de Wiener Philharmoniker, kreeg ik mijn grote kans. De dirigent van het academieconcert zegde af, ik mocht inspringen – met een potlood als stokje. Het was onvergetelijk. Het begin.”

U straalt een soort leeftijdsloos gezag uit. Kent u wel onzekerheden, gebreken?

„Als musicus? Of als mens? Want dan zitten we hier nog wel even. (lacht) Waar ik actief voor waak is versnippering. Voor mij is dat veel meer dan een luxeprobleempje. Gebrek aan focus is dodelijk voor het pure, naïeve vuur dat brandt in elke kunstenaar. Dat dooft als je het niet goed bewaakt.

„Het dubbele is dat je als dirigent op een gegeven moment alleen verder komt wanneer je ook als mens groeit. Daar kan die versnippering juist helpen. Zo houd ik erg van extreme sporten, en daar heb ik veel aan gehad. Boksen verbetert je stressmanagement. Als je wordt geslagen, gaat je adrenaline omhoog, terwijl je kalm moet blijven om je tegenstander te kunnen verrassen. Als je dat gedrag als operadirigent overneemt en altijd kalm blijft, ondanks alle stress die je omringt, dan ben je echt een heel eind opgeschoten.”

Lorenzo Viotti met het Deens Radio Symfonieorkest tijdens het Nieuwjaarsgala 2018

Ook uit die waakzaamheid klinkt eerder kracht dan zwakte.

„Mijn grootste professionele onzekerheid is wat de impact van klassieke muziek zal zijn op de volgende generatie. Als dirigent moet je daar een actieve rol in spelen. Mensen samenbrengen. Kunst is hét tegengif voor de actuele agressie en verzuring. Maar veel mensen van mijn eigen generatie snappen niet dat je niks van klassieke muziek hoeft te weten om ervoor open te kunnen staan. Doodzonde. Al die stadions vol voetbalfans kunnen toch ook niet voetballen?”

Maar ze snappen het spel, ze voelen zich thuis.

„Dat is waar. De klassieke concertetiquette – stil zijn en stil zitten – is voor mijn generatie lastig. Klassieke muziek moet een voorbeeld nemen aan gastronomie. Bij sterrenrestaurants is in tien jaar de drempel verlaagd zonder de inhoud te schaden. De ‘bla bla’ en de blazertjescultuur zijn afgeschaft, de keukens opengegooid. De chef stapt nu op de mensen af om zijn menu toe te lichten, en na afloop te vragen wat de mensen vonden…”

De chef! Net als u dus.

„Precies, de analogie gaat breed op. (lacht) We moeten toelichten wat we doen en waarom. Waarom besteden we zoveel aandacht aan dit akkoord? En waarom is er dáár meer zout en peper nodig?”

U debuteert bij DNO met Verdi en Puccini. Ligt daar uw hart?

„Niet exclusief, de keuze viel op Otello en Tosca omdat dat titels waren die ik graag wilde doen en die bij DNO lang niet te horen waren. Maar het hadden ook Duitse opera’s kunnen zijn. Ik ga een breed repertoire dirigeren, en zeker ook mijn Wagner-debuut maken in Amsterdam. Symfonisch staat het Duitse repertoire me ook net zo na als het Franse. Wenen is de stad waar ik volwassen werd. Mahler en Strauss heb ik veel en graag gedaan.”

Wat typeert een goed dirigent?

„Een goed dirigent? Of een groot dirigent? Een groot dirigent wil een meester zijn op zijn instrument: het orkest. Dat wil zeggen dat hij het orkest langjarig ontwikkelt en de bescheidenheid heeft al doende in te zien dat niet hij de uitvoerder is, maar het orkest zelf. Dat klinkt simpel, maar het vergt menselijke en professionele ervaring. Wij dirigenten hebben ideeën, maar we blijven dienaren.”

Amsterdam stond/staat bekend als een regisseurshuis, minder als zangershuis. Wat typeert voor u een goede operaproductie?

„Lastig. Wat is een ‘goede’ regisseur, wat een ‘goede’ zanger, welk element is doorslaggevend? Ik heb zeer destructieve ruzies tussen wereldberoemde zangers meegemaakt. Net als in een relatie draait een goede voorstelling om een mysterieuze mix van elementen. Soms brandt de liefde als een dolle, maar is de passie na twee weken op. Het gaat om de juiste chemie. Wat dat betreft kun je opera vergelijken met het leven. Of met poker. Of met de keuze van een nieuwe chef-dirigent. (lacht) Je weet niet of het werkt. Je analyseert alle factoren, maakt je keuze en springt in het diepe.”