Krijg de mazelen!

Ewoud Sanders

Woordhoek

Een oud, vrijwel vergeten woord vraagt om aandacht. Het is aangedragen door een lezer van deze rubriek in verband met de steeds hoger oplopende discussie of je kinderen die niet zijn ingeënt tegen mazelen, de toegang tot een kinderdagverblijf kunt weigeren.

Het gaat om het woord pokkenbriefje. Als oudste betekenis is opgetekend: ‘Bewijs van koepokinenting.’ Voor de bredere context moeten we eerst naar de geschiedenis van het woord vaccineren kijken. Dat wordt nu gebruikt voor inenten in het algemeen, maar de oudste betekenis is ‘met koepokstof inenten’.

Aanvankelijk probeerde men de pokken, een dodelijk virusziekte, te beteugelen door een minder zware vorm ervan op de huid aan te brengen. De Britse arts Edward Jenner onderzocht wat er klopte van het gerucht onder boeren dat melkmeisjes resistent waren tegen pokken nadat zij in aanraking waren gekomen met koepokken. Op 14 mei 1796 besmette hij James Phipps, het achtjarige zoontje van zijn tuinman, met koepokken. In de maanden erna bracht hij het jongetje ruim twintig keer in contact met het voor mensen levensgevaarlijke pokkenvirus, maar James bleek inderdaad resistent. Jenner was de eerste die hierover publiceerde. Nederlandse kranten schreven indertijd met opwinding over deze spectaculaire medische doorbraak. „De inenting der Koe-Pokken of Vaccina maakt zo alhier als te Londen en elders dagelijks vorderingen”, meldde de Ommelander Courant op 9 september 1800. „De toevloed van Geneesheeren herwaards om zich daar in te bekwaamen, houdt steeds aan.” Dit bericht bevat twee woorden die toen gloednieuw waren: Vaccina, de basis van vaccineren, dat teruggaat op het Latijnse woord vacca (‘koe’). En Koe-Pokken, een leenvertaling van het Engelse Cow-Pox.

Dat je de ziekte van een dier, nota bene een koe, opzettelijk zou inbrengen bij een mens, stuitte natuurlijk op veel verzet. Eerst werden alleen ‘mindervermogenden’ verplicht zich te laten inenten, maar van 1823 tot 1857 moesten alle schoolgaande kinderen een door een arts ondertekende akte van vaccinatie kunnen laten zien. De informele aanduiding pokkenbriefje zal in de volksmond zijn geboren. Bij mijn weten is het in 1860 voor het eerst te vinden, in een verslag van een debat in de Haagse gemeenteraad. Een raadslid zegt daar: „Vaccineren is een allerteederst punt en jaren lang is daarover een groote strijd gevoerd in het vak des geneeskunde. (...) Men tracht ieder individu te vaccineren omdat het kind anders niet ter school zou kunnen gaan. Dat vaccineren ging vroeger nogal op eene lossen voet. Men wilde een bewijs van vaccinatie.” Een ander raadslid noemt dit bewijs vervolgens het pokkenbriefje. Die „groote strijd” ging overigens nog lang door. Een protestantse lobby zorgde ervoor dat de vaccinatieplicht in 1857 ongedaan werd gemaakt. Omdat dit tot een zeer dodelijke pokkenuitbraak leidde, bepaalde de overheid in 1872 andermaal dat kinderen alleen naar school mochten als ze een pokkenbriefje konden laten zien. Uiteindelijk schafte Den Haag die verplichting in 1976 af. Het woord vaccineren had toen allang een bredere betekenis gekregen, net als pokkenbriefje (namelijk ‘vaccinatiebewijs’). En de ziekte pokken was tegen die tijd al zo onbekend dat de verwensing krijg de pokken! moest worden aangedikt om nog indruk te maken. Bijvoorbeeld tot krijg de gloeiende pestpokken!

Ook de verwensing krijg de mazelen! is volgens mij in onbruik geraakt, maar wellicht gaat dat binnenkort veranderen.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders