Opinie

Klaas Dijkhoff stelt interessante vragen, nu de antwoorden nog

Liberalisme

‘Liberalisme dat werkt voor mensen’, zo heet het discussiestuk dat de fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, Klaas Dijkhoff, zaterdag presenteerde. Bedoeld om, zoals hij in de inleiding schrijft „dieper na te denken en te discussiëren over hoe we Nederland zien, wat er nodig is om de vrijheid te behouden en te vergroten en voor welke mensen wij er specifiek zijn”. Het debat dat Dijkhoff de komende tijd in zijn partij wil voeren, moet er volgens hem toe leiden dat het voor 2021 voorziene verkiezingsprogramma meer is dan een opgefriste versie van het vorige uit 2017.

Op zich is het opmerkelijk dat het initiatief voor zo’n breed en diepgaand debat in een ledenorganisatie als de VVD wordt genomen door één van de leidende partijfunctionarissen. Voor een dergelijke taak had een commissie bestaande uit personen met meer afstand tot het alledaagse politieke handwerk meer voor de hand gelegen. Aan de andere kant: in 2008 deed de twee jaar eerder aangetreden VVD-leider Mark Rutte hetzelfde met een door hem geschreven beginselverklaring. In dit manifest kreeg de „hardwerkende” Nederlander een prominente plaats.

Maar er is wel één markant verschil tussen toen en nu: Rutte schreef zijn ‘visiestuk’ terwijl de VVD in de oppositie zat en niet ‘gehinderd’ werd door regeringsbeleid waar zijn partij (mede)verantwoordelijkheid voor droeg. Dijkhoff zit als aanvoerder van de grootste regeringsfractie wel met deze haast persoonlijke ballast, waardoor zijn discussiestuk toch vaak de sporen draagt van een voor de VVD ontlastende voetnoot bij het met drie andere partijen gesloten coalitieakkoord.

Een ander belangrijk verschil met 2008 toen Ruttes stuk verscheen is dat de politieke omgeving waarin de VVD opereert aanzienlijk is veranderd. Waar de VVD destijds de rechterflank grotendeels exclusief had afgedekt, ondervindt de partij nu serieuze concurrentie van Forum voor Democratie, dat zich mede opwerpt als hoeder van het klassieke rechtse geluid.

Oud-VVD-leiders Hans Wiegel en Frits Bolkestein riepen hun partij onlangs op naar rechts op te schuiven. Een pleidooi dat Dijkhoff negeert. „We gaan niet naar links en we gaan niet verder naar rechts”, schrijft hij. Omdat „de Nederlandse middenklasse politiek gezien rechts van het midden zit waar wij ons als volkspartij thuisvoelen en waar ons thuis blijft”.

Deze zin illustreert het manco van Dijkhoffs stuk. De electorale strategie, oftewel de permanente positiebepaling, zit het in de inleiding beloofde denken over ideologische wortels in de weg. Natuurlijk moet een politieke partij oog hebben voor het potentiële wingebied. Maar juist een beginselprogramma zou verder mogen kijken.

Het slothoofdstuk met de titel ‘Waken voor dogma’s’ doet enkele aanzetten voor een interessante discussie over tot nu toe gepredikte liberale beginselen. Moet de overheid grote, internationaal opererende bedrijven wel zo vrij mogelijk laten? Horen er geen beperkingen te zitten aan de in de Grondwet gegarandeerde vrijheid van onderwijs? Moeten de mondigere burgers niet op een meer directe wijze bij het beleid worden betrokken?

Helaas blijft het in de notitie van Dijkhoff veelal bij de probleemstelling. Vragen zijn interessant maar nog interessanter zijn de antwoorden. Daar is nu het wachten op. Dat de VVD die antwoorden hard nodig heeft, is getuige de jongste verkiezingsuitslag wel duidelijk.