Opinie

Herhaling

Marcel van Roosmalen

Mijn moeder had twee chocoladepaashazen in de tuin verstopt, geen idee waar. We moesten maar snel komen, anders zouden ze maar smelten, de zon scheen. Met twee zingende dochters op de achterbank bereikten we Velp.

De gordijnen waren dicht, op de deurbel en telefoontjes werd niet gereageerd. Ik haalde de sleutel bij de overburen. Ze lag niet in bed, zat ook niet in haar stoel in de woonkamer.

Pas in de keuken zagen we het.

Ze lag languit in de tuin.

Ja, ze lag daar heerlijk, een prinses van 87.

Korte broek, hesje, poort op slot, het gehoorapparaat op het schoteltje naast het kopje thee.

Geen verbazing dat we er opeens waren, integendeel.

De chocoladepaashazen bleken bij nader inzien toch niet te zijn verstopt, het huis van de buurvrouw was verkocht aan een zoon van een muziekleraar en ze herinnerde zich opeens veel van de oorlog. Verhaal over het huis van haar ouders dat in brand was gestoken, een vlucht met drie gezinnen en een boerenkar naar Berkel-Enschot en dat haar oudste zus ‘nicht schiessen’ tegen een Duitse soldaat had gezegd.

Ondertussen schoot mijn oudste dochter een waterpistool op haar leeg.

Naar het pannenkoekenhuis in Rheden, waar we de laatste tijd altijd eten.

Mijn moeder, na binnenkomst: „Weet je waar het hier naar ruikt? Naar pannenkoeken!”

Ze wilde een pannenkoek met kersen.

Verhaal over een kersenboom in de tuin van één van haar zussen. Ik: „O ja, daar klom ik altijd in.”

Zij: „Nee, daar viel je uit.”

Op de weg terug naar huis hadden we het er nog over dat het allemaal wel meeviel met haar. Ze kon ondanks alles nog jaren vooruit.

Een paar uur later belde ze op.

„Waren jullie bij mij? Vandaag of gisteren? En heb ik dan mijn medicijnen ingenomen? Waar heb je mijn medicijnen gelaten?”

Al die vragen, zonder overdrijven, veertig keer achter elkaar.

Ik bleef herhalen dat haar medicijnen in het kluisje op de kast lagen, dat alleen de thuishulp de code kent en dat dat goed was omdat ze anders veel te veel medicijnen zou innemen.

Ze liet zich niet makkelijk geruststellen, maar ging uiteindelijk dan toch slapen.

De volgende dag belde ze weer. Ze herinnerde zich niet dat ze in paniek was geweest, ze hoopte dat we snel weer kwamen. Ze had twee chocoladepaashazen in de tuin verstopt voor de kinderen, geen idee meer waar. We moesten maar snel weer komen, anders zouden ze smelten, de zon scheen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.