Een ‘gaatje in het bos’ en de grove den keert terug

Bomenkap Natuurbeheerders kappen te snel bomen naar de zin van burgers en ecologen. De boswachter legt uit: „Ik begrijp dat mensen zich zorgen maken, maar ze halen vaak van alles door elkaar.”

Een luchtfoto van een gebied in het Leersumse Veld waar Staatsbosbeheer bomen kapte. Foto Eric Brinkhorst
Een luchtfoto van een gebied in het Leersumse Veld waar Staatsbosbeheer bomen kapte. Foto Eric Brinkhorst

De boswachter zit nog maar koud in zijn jeep voor een autorit door de bossen in het Leersumse Veld, als hij zich begint te verweren tegen de kritiek dat Staatsbosbeheer te veel bomen kapt. „Mensen zijn bezorgd en dat begrijp ik”, zegt Rein Zwaan. „Er worden bomen gekapt langs een provinciale weg, of er moeten bomen wijken voor een nieuwe weg, of er wordt gekapt op een particulier landgoed. Maar ze halen vaak van alles door elkaar. Ze spreken ons daarop aan, terwijl wij er niets mee te maken hebben.”

Natuurbeheerders liggen de afgelopen maanden onder vuur. Ze kappen te snel bomen naar de zin van de ecologen en burgers. Dat doen ze heus niet alleen om er andere, ecologisch soms waardevollere natuur voor terug te krijgen, aldus de critici, maar ook om het hout te oogsten en te verkopen, zelfs tijdens het broedseizoen. En dat terwijl we bomen hard nodig hebben in tijden van klimaatverandering.

Vereniging Natuurmonumenten voelt zich door de discussies zo in het defensief gedrongen, dat het „een pas op de plaats maakt” en „alleen nog vanwege veiligheidsredenen” aan het zagen slaat. Staatsbosbeheer spant zich in om uit te leggen hoe en waarom bomen worden gekapt. De hoeveelheid bos in Nederland vermindert; volgens onderzoek is het areaal tussen 2013 en 2017 met jaarlijks 0,4 procent afgenomen, in totaal met 5.400 hectare.

Idyllische bospaadjes

Een van de boze reacties op de kap van Staatsbosbeheer kwam vorig jaar van Caro van den Berg, inwoner van Leersum en frequent wandelaar van de bossen in de omgeving. „Ik ben blij dat de discussie nu in alle hevigheid wordt gevoerd, want een jaar geleden voelde ik me een roepende in de woestijn”, vertelt ze.

Lees ook: Stop de moord op ons bos

„Wat ik zag, was vreselijk. Er was een storm geweest die schade had aangericht en vervolgens heeft Staatsbosbeheer zowat een half bos gekapt, het hout dat ze konden verkopen weggehaald en de rest laten liggen, zogenaamd omdat dood hout goed is voor insecten en voor de natuur in het algemeen.” Het was een ravage, zegt Van den Berg. Idyllische bospaadjes verdwenen door de gigantische oogstmachines. „Als ik er wat van zeg, wordt mij verteld dat ik mijn statistieken niet op orde heb. Als burger krijg je nooit gelijk, er wordt je ondeskundigheid verweten. Maar wat ik zie, is wanbeleid. De kap is veel te grootschalig. Het bos wordt uitgemolken.”

Ga er maar aan staan, boswachter Rein Zwaan. Hij blijft rustig onder alle kritiek. Wil het best nog een keer uitleggen. Staatsbosbeheer wil in het Leersumse Veld, op de Utrechtse Heuvelrug, de „oorspronkelijke begroeiing” beschermen en waar mogelijk herstellen. „Hier groeide ooit vooral grove den, berk en eik”, legt hij uit, met de handen aan het stuur. Dat er ruim een eeuw geleden productiebossen zijn geplant, met veel snelgroeiende soorten die ook in de schaduw gedijen zoals douglas en fijnspar, doet daar niets aan af.

Dus inderdaad, af en toe wordt er gekapt om een „natuurlijke verjonging” tot stand te brengen en om „variatie en structuur” in het eenvormige bos aan te brengen. „We hebben een aantal jaren geleden op een paar, soms niet al te gelukkig gekozen plaatsen grote kapvlaktes gemaakt. Dat was een inhaalslag. We hadden toen jarenlang weinig gekapt omdat men toen vond dat je vooral niets aan het bos moest doen. Je ziet nu dat de grove den terugkeert. Inmiddels kappen we nooit meer dan een halve hectare, een voetbalveld. We maken een gaatje in het bos, zo noemen we dat.”

Niet zonder trots showt de boswachter open plekken, „corridors”, waar insecten, reptielen en amfibieën profijt van trekken, zoals de libel en de hagedis. Ook is er een klein, oud beukenvak. „Dat laten we oud worden. Goed voor de zwarte specht, de bosuil en de boommarter.” Even verderop ligt nog een „bosreservaat”; waar onderzoekers te vinden zijn, en dat „langzaam aan het instorten” is. „Daar is dertig jaar lang niets aan gedaan.”

Multifunctioneel

Maar bosbeheer kan niet betekenen dat je niets doet. „Mensen moeten niet vergeten dat andere delen van dit gebied zijn aangemerkt als multifunctioneel bos, dus voor natuur, voor recreatie én voor de productie van hout. En daar kun je wel tegen zijn, maar elke Nederlander gebruikt gemiddeld een kuub hout per jaar, voor meubels bijvoorbeeld, en het is mooi dat niet al dat hout uit het buitenland hoeft te komen, maar dat wij het verantwoord produceren.” Een vrachtwagen draait een bospad uit, geladen met zojuist geoogst hout. Zwaan: „Bos is emotie. Maar die emotie zijn de mensen vaak vergeten als ze thuis achter hun eikenhouten tafel zitten.”

Lees ook: Is natuurlijk beheer mogelijk in drukbevolkt Nederland?

En nog iets: het is een misverstand om te denken dat Staatsbosbeheer bomen kapt om het hout te verkopen als biomassa. Boswachter Zwaan: „Dat is gewoon niet waar. We gebruiken voor biomassa alleen het tak- en tophout. Of bijvoorbeeld kromme bomen, waar je geen planken uit kunt zagen.” En op arme zandgronden laten de boswachters de takken en toppen liggen. „We oogsten dat alleen op kleigronden.”

Driehonderdduizend kuub hout

Nederland heeft 350.000 hectare bos, en dat wordt, zoals gezegd, elk jaar een tikje minder. Niet zozeer doordat er lukraak en ondeskundig wordt gekapt en ook niet doordat er meer hout wordt geoogst, stelt Frits Mohren, hoogleraar bosecologie en bosbeheer aan Wageningen University. De houtoogst bij Staatsbosbeheer bedraagt al decennia lang driehonderdduizend kuub per jaar, en is de laatste jaren feitelijk zelfs afgenomen als je bedenkt dat daarbij ook de gedwongen kap door essentaksterfte zit.

Lees ook: Hoe Staatsbosbeheer zijn eigen draagvlak wegkapt

Nee, zegt Mohren, de afname van bos heeft van doen met de aanleg van nieuwe infrastructuur en vooral met nieuwe natuur. „De afname van het bosareaal in Nederland heeft niks met bosbeheer van doen, maar met de aandacht voor specifieke soortbescherming en open landschappen”, stelt Mohren. De hoogleraar signaleert dat veel bomen worden gekapt om te kunnen voldoen aan de eisen voor Europees beschermde natuurgebieden, maar betreurt dat het verdwijnen van die bomen vervolgens niet wordt gecompenseerd. „Bos is een belangrijke drager van biodiversiteit, en dan vooral oud bos.”

Er is geen wet meer die bos beschermt, iets waar hij acht jaar geleden al voor waarschuwde. „We hebben al zo weinig bos in Nederland. Ik zeg: compenseer het ruimhartig bij de omvorming naar andere natuur.” Niet alleen om te strijden tegen de klimaatverandering. „Bomen in Nederland leveren daar maar een heel beperkte bijdrage aan.” Maar gewoon, omdat bossen, en hout, waardevol zijn.

Aan minister Carola Schouten (Natuur, ChristenUnie) is het debat over het kappen van bomen niet voorbijgegaan. Zij komt dit najaar met een „bosstrategie”. Zij wil, samen met de provincies, die sinds een jaar of zes verantwoordelijk zijn voor het natuurbeleid, de hoeveelheid bos weer laten groeien. „Zonder dat dit ten koste gaat van de biodiversiteit van andere natuurgebieden”, laat een woordvoerder weten.