Opinie

    • Lotfi El Hamidi

Discussie artikel 23 is een schaamlap

Als het omstreden Cornelius Haga Lyceum iets constructiefs teweeg heeft gebracht, dan is het wel het aanzwengelen van het debat over artikel 23 (vrijheid van onderwijs). Zo vond VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff artikel 23 „praktisch nooit een probleem”, zo zei hij afgelopen zaterdag tegen De Telegraaf. „Maar je ziet nu dat de vrijheid van godsdienst aangegrepen wordt om zo’n salafistenschool in Amsterdam te stichten.” Kortom, artikel 23 werd pas problematisch toen aanhangers van een zekere uitheemse religie er gebruik van gingen maken – alsof de uitwassen in het confessionele onderwijs zich nu pas manifesteren.

Zoals we eerder voor zijn ‘wijkenplan’ (hardere straffen voor delicten in achterstandswijken) het gelijkheidsbeginsel maar opzij moesten schuiven, zo moeten we nu volgens Dijkhoff artikel 23 „aanpassen of ondergeschikt maken aan artikel 1”. Voor Dijkhoff is de Grondwet kennelijk een soort webshop waar je artikelen kunt bestellen en omruilen.

Journalist en presentator Fidan Ekiz deed ook een duit in het zakje door in een radiodebat met hoogleraar Tom Zwart te pleiten voor afschaffing van artikel 23. Wanneer Zwart stoïcijns blijft hameren op onderwijsvrijheid en beweert dat leerlingen op islamitische scholen niet slechter af zijn dan op openbare scholen, onderbreekt Ekiz door sarcastisch te stellen dat „daarom al die jongeren naar Syrië afreizen”.

Je kunt prima een pleidooi houden voor openbaar onderwijs zonder angstverhalen te verspreiden over confessionele scholen. (Het zou trouwens een interessante onderzoeksvraag zijn; welk type onderwijs hebben kalifaatgangers doorgaans genoten voordat zij radicaliseerden?)

Zelf ben ik warm voorstander van openbaar onderwijs. Ik zat op een openbare school – een zwarte school, in de breedste zin van het woord. Alleen de directeur en twee juffen in de onderbouw waren autochtoon; de overige leerkrachten kwamen oorspronkelijk uit Suriname, de leerlingen hadden bijna allemaal een niet-westerse achtergrond. De Surinaamse docenten waren nog op oude leest geschoeid: tucht en discipline was het devies, met een vleugje ‘Bildung’. De school behoorde tot de beste van Rotterdam.

Dat succesverhaal was helaas uitzonderlijk, want de meeste zwarte scholen presteerden ondermaats. De ware segregatie is dan ook niet die tussen openbaar en confessioneel onderwijs, maar die tussen witte en zwarte scholen. En of een school openbaar, christelijk of anderzijds is maakt voor veel Nederlandse ouders niet uit: als je een keus hebt, doe je je kind niet op een zwarte school. Een ongemakkelijke waarheid.

Dat we dat normaal zijn gaan vinden baart me meer zorgen dan die paar confessionele scholen die misbruik maken van artikel 23.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.