Recensie

Recensie Beeldende kunst

De pelikaan poept gloeilampen

Ricardo Brey De Cubaanse kunstenaar Ricardo Brey toont in De Domijnen in Sittard met zijn scul pturen, tekeningen en fotografie hoe we langzaam de wereld om zeep helpen.

Ricardo Breys Mono-no-aware, 2016. Mixed media.
Ricardo Breys Mono-no-aware, 2016. Mixed media. Foto Isabel Perera/Ricardo Brey/Artists Rights Society

Waar zijn de bomen gebleven? Die vraag stelde Ricardo Brey (1955) zich toen hij na jaren terugkeerde naar zijn geboortestad Havana. De bomen waren brandhout geworden, de stronken waren al wat restte. De boomstronk: je kan er de teloorgang van de tijd in zien of een aanklacht tegen milieuvervuiling. Je kan zo’n stronk een nieuwe functie geven door er iets aan toe te voegen. Sla er bijvoorbeeld een spijker in en je hebt een haakje waar je iets aan kan vastbinden, iets dat je kan laten wortelen. Of voor wie wil: je kan er een broekriem aan bevestigen. Die laatste optie legde Brey vast op een foto: bruine broekriem op stronk, daaronder hing hij een koord van eieren.

In Adrift, waarvan een deel is te zien in De Domijnen in Sittard, hangen foto’s met sculpturale toevoegingen. Brey wilde ontheemde spullen vastleggen en ze zo nieuw leven inblazen. Het past bij Brey zelf: op verzoek van Jan Hoet nam hij deel aan Documenta 1992. Het jaar daarvoor was de Cubaan om die reden naar Gent gekomen, om er vervolgens te blijven.

Behalve te tonen wat mensen op een boomstronk leggen en er elementen aan toe te voegen, plaatst Brey ook fruitkisten op elkaar. In die kisten zitten 391 werken verstopt. Je ziet de papieren werken liggen, maar individueel te bekijken zijn ze niet. De fruitkisten lijken onderdeel te zijn van een legpuzzel die al deels te zien was in 2015 toen hij in Antwerpen een serie ‘dozen’ tentoonstelde waarin verschillende objecten zaten. Deze krant noemde ze kijkdozen van ontdekkingsreiziger Brey.

Die ontdekkingsreizigerskant zit nu in fruitkisten, en voordat hij Cuba verliet zat die kant al in de ‘vervalsing’ van documenten verstopt. Dat deed hij ondermeer halverwege de jaren tachtig – toen hij onderdeel uitmaakte van de zogeheten Volumen I-groep, die ook wel omschreven werd als Cubaanse Renaissance. Brey vervalste de historische geschriften van Alexander von Humboldt (1769-1859), de man die in 1801 Cuba voor de tweede keer ‘ontdekte’. Op semi-vergeeld papier waar ouderwets schrift en zoölogische tekeningen op te zien waren, maakte Brey een eigen variant, waardoor de blik op Cuba niet meer uit Europa kwam.

De omdraaiing van perspectief keert ook terug in Adrift, waarin Brey ook nadrukkelijk aanhaakt bij de religieuze Europese kunst. De Europese cultuur op een ecologische weegschaal als het ware. Zo zit er een zwarte pelikaan op een pilaster van hout en steen. Naast de vogel, symbool staand voor opoffering, liggen geen eieren, maar stenen en een vieze gloeilamp. Terwijl het beest zich nestelt op gotische architectuur, wordt zo vooral zichtbaar hoe we de wereld met z’n allen naar een einde toe helpen. God noch gebod doet er wat aan wanneer de gloeilamp daadwerkelijk het ei van de toekomst wordt en er weer een dier op het lijstje uitgemoord-door-de-mens bij kan.

De installaties met alle katholieke knipogen van dien doen soms wat kitscherig aan, en lijden aan overdaad. Tegelijkertijd is het diezelfde overdaad die de aarde vernietigt. Dat onderstreept Brey duidelijk wanneer hij de kijker de hele aarde voorschotelt: een zwarte aardbol is overspoeld met flink wat glimmende zwart plastic kettingen. Naast de aardbol ligt een rode dobbelsteen. We weten dat God niet dobbelt, maar de mens doet dat wel met de toekomst van de aarde, en dat bevalt Brey allerminst.